Van leeromgeving naar risicogebied: De prijs van preventief fouilleren op school

De VVD wil preventief fouilleren uitbreiden naar scholen. Het plan dat wapenbezit onder jongeren moet aanpakken, riskeert de leeromgeving te transformeren in een controlepost. Krijgen Amsterdamse scholieren straks de zware stempel van ‘veiligheidsrisicogebied’?

De Amsterdamse VVD zet in hun verkiezingsprogramma zwaar in op handhaving om de toenemende ‘onveiligheid op straat’ te keren. Fractievoorzitter Daan Wijnants is duidelijk: ‘Er zijn simpelweg meer jongeren die met messen en allerlei wapens rondlopen.’ Het plan om preventief te fouilleren bij scholen is volgens hem geen ideologisch stokpaardje, maar een praktische ‘verijdeling’ om de wapenstaat in de stad terug te dringen. Wijnants wijst hierbij op eerdere successen: ‘We zien bij risicovoetbalwedstrijden en met Oud en Nieuw dat dit een bewezen maatregel is.’

Het plan is onderdeel van een groter pakket van 14 miljoen euro per jaar voor 500 extra handhavers, met een specifieke focus op wijken als Zuidoost en Nieuw-West. De VVD wil dat de politie en handhavers ‘informatie gestuurd’ te werk gaan; op basis van data over incidenten worden bepaalde scholen of stations aangewezen als risicogebied. Volgens Wijnants hoeft de burgemeester niet te wachten op een politieke meerderheid in de raad om dit in te voeren: ‘Zij kan dit zelf instellen, en heeft eerder al aangegeven dat preventief fouilleren goede resultaten kan hebben.’

Van leren naar handhaven

Terwijl de politiek kijkt naar de fysieke veiligheid, waarschuwde het rapport ‘Boeven Vangen’ van Politie en Wetenschap al eerder voor de schaduwzijde. Uit dit onderzoek blijkt dat de ‘sociale kosten’, zoals de fundamentele deuk in het vertrouwen in de politie, vaak over het hoofd worden gezien door beleidsmakers.

Pedagogisch wetenschapper Isabel Struijk deelt deze zorgen. Zij stelt dat de focus op wapenreductie de sociale veiligheid dreigt te verstikken. ‘School is een oefenplaats voor de samenleving waar experimenteren en fouten maken erbij horen. Zodra er een controlepost bij de ingang staat, verschuift de nadruk van leren naar handhaven. Het beschermende, veilige gevoel dat juist noodzakelijk is voor ontwikkeling, wordt hiermee aangetast,’ legt Struijk uit.

‘Je benadert ze als potentiële dader’

Terwijl Wijnants zich geen zorgen maakt op stigmatisering bij het uitroepen van veiligheidsrisicogebieden rond scholen, vergroot volgens Struijk de keuze om juist in specifieke wijken te controleren, het risico op stigmatisering. ‘Wanneer een adolescent dagelijks door een controlepost moet, krijgt hij het signaal dat hij een risico is. Dat kan leiden tot de internalisering van dat stigma: jongeren gaan zichzelf zien als problematisch, zelfs als ze niets verkeerd hebben gedaan.’

Dit sluit aan bij het rapport van Politie en Wetenschap dat spreekt over ‘abnormaliseren’: het proces waarbij proactief optreden onbedoeld bepaalde groepen uitsluit of criminaliseert. Voor Struijk is dit een paradox: ‘Je wil jongeren beschermen, maar benadert ze tegelijkertijd als potentiële dader. Dat is verwarrend voor hun identiteitsvorming en kan leiden tot een ‘wij-tegen-zij’ mentaliteit.’

De prijs van isolatie

De grootste zorg van Struijk ligt echter in de onzichtbare gevolgen voor het schoolklimaat en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen. ‘Als sociale en emotionele veiligheid verminderen, kunnen gedragsproblemen juist worden versterkt,’ waarschuwt ze. ‘Wanneer adolescenten constant het gevoel krijgen dat ze verdacht zijn, zorgt dat voor een diep gevoel van onveiligheid.’

Volgens de pedagogisch wetenschapper leidt dit niet per se tot meer wapens, maar wel tot zorgwekkend defensief gedrag. ‘Ik denk dat adolescenten zich meer gaan afsluiten en terugtrekken. Ze ontwikkelen overlevingsstrategieën in een omgeving die zij als bedreigend ervaren: ze zoeken minder contact met docenten, trekken zich terug in kleine groepjes en nemen minder deel aan schoolactiviteiten.’

Het eindresultaat is een bittere paradox voor een stad die verbinding zoekt. ‘Pedagogisch gezien is dit erg schadelijk. Voor sociale ontwikkeling is juist verbondenheid nodig. Deze sociale isolatie versterkt het gevoel dat ze recht tegenover de staat, de school en de politie staan. Dat ondermijnt het vertrouwen voor lange termijn,’ waarschuwt Struijk nog eens. Amsterdam staat dus voor een fundamentele keuze: winnen we een paar messen bij de poort, of verliezen we verbinding met de toekomstige generatie?