Hoe bedrijf je vanuit Amsterdam onafhankelijke journalistiek voor Iran?

Ergens in Amsterdam, achter een anonieme, doodgewone gevel, zit Radio Zamaneh. Zamaneh is een Perzischtalige redactie die al ruim twintig jaar in ballingschap nieuws en analyses maakt over Iran. In die tijd groeide het uit tot een belangrijke bron van onafhankelijke berichtgeving voor de Iraanse bevolking en de diaspora.

Directeur Rieneke van Santen ontvangt ons. Ze vertelt languit, gepassioneerd – maar blijft ook constant waakzaam om niet te veel te zeggen. 

De locatie van jullie redactie is geheim. Waarom is die beveiliging er bij jullie zo ingeslepen?

‘Zamaneh is uitgegroeid tot een gevestigd medium. Dat komt met bekendheid, ook bij het Iraanse regime. En dat komt weer met bedreigingen om ons dwars te zitten. Wij moeten altijd anticiperen om voor Iraniërs bereikbaar te blijven en onze mensen veilig te houden.’

Hoe lukt het jullie om die locatie ook daadwerkelijk geheim te houden?

‘Daar hebben we veel moeite voor moeten doen. Bijvoorbeeld door het werken met een postbus in plaats van een adres in onze registraties. En natuurlijk de veiligheid van het pand, daar besteden we veel aandacht aan.’

Aan wat voor soort bedreigingen moeten we dan denken?

‘In de beginjaren hadden we veel last van DDoS-aanvallen, cyberaanvallen die je website platleggen. Altijd op zondag, want dan zijn wij vrij. Die zijn door de jaren heen geavanceerder geworden, maar onze verdediging ook. Iran is ook heel goed in social engineering: online doen ze zich dan voor als iemand van bijvoorbeeld een mensenrechtenorganisatie en proberen ze het systeem te hacken. Om ons plat te leggen, of om te zien: wie werkt hier allemaal? Wanneer er spyware op ons systeem staat, is de identiteit van onze anonieme journalisten niet meer veilig. En onze journalisten worden natuurlijk ook gewoon privé bedreigd, soms met telefoontjes.’

Wat merk jij daar persoonlijk van, als Nederlander op een grotendeels Iraanse redactie?

‘Ik zit er met veel meer afstand in natuurlijk. Ik leef heel intens mee, en werk hier met veel overtuiging, maar ik heb geen familie in Iran die gevaar loopt. Mijn Iraanse collega’s doen net zo professioneel hun werk. Alleen komt daarbij dat zij zelf ook getraumatiseerd zijn door wat er nu gebeurt.’

Hoe is jullie contact met andere media in ballingschap in Amsterdam en daarbuiten?

‘We zijn een soort broers en zussen. Zamaneh is medeoprichter van het Network of Exiled Media Outlets, daar zitten Amsterdamse media bij. Daar delen we kennis, want we staan voor dezelfde uitdagingen. Op redactioneel vlak: hoe maak je journalistiek als je niet in het land zelf bent? Maar we denken ook samen strategisch na over hoe we in het huidige klimaat ons werk kunnen financieren.’

Het ‘huidige klimaat’ – wat bedoel je daarmee?

‘Wereldwijd wordt er alleen maar gekort op internationale samenwerking en ontwikkelingshulp. Steun voor media als Zamaneh sneuvelt dan. Terwijl: ik ben nog nooit media of ngo’s in ballingschap tegengekomen die financieel zelfvoorzienend zijn. Dat heeft een simpele reden. Wij kunnen de Iraniërs in Iran niet vragen voor onze journalistiek te betalen. Niet alleen omdat ze weinig middelen hebben, maar Zamaneh staat daar gewoon op de terrorismelijst. Iraniërs zijn al in gevaar als ze ons volgen, laat staan wanneer ze ons betalen.’

Wat kunnen Nederland en Amsterdam doen om het jullie makkelijker te maken?

‘Wanneer wij voor een vacature echt een Perzischtalig persoon moeten aannemen, vinden we die vaak niet in Nederland. Dan moeten we door allerlei hoepels om iemand hierheen te halen. Werken met zzp’ers wordt je hier ook niet makkelijk gemaakt, terwijl dat voor ons juist essentieel is. Dat zijn dingen waarbij een gastland mee zou kunnen denken. Gelukkig voelen wij ons als organisatie welkom en gesteund in Amsterdam. Ik heb het nooit gedaan, maar ik heb het idee dat ik Femke Halsema altijd kan bellen.’