De Peiling #31: Goedkoop met de trein naar Londen? Het kan tóch.

Reizen met de trein binnen Europa is veel te duur. Althans, dat dacht ik altijd. Maar er blijkt hoop te zijn. Ik vond een manier om voordelig én groen naar Londen te reizen. 

Ik wilde m’n broertje opzoeken in Londen en daarbij het vliegtuig proberen te vermijden. Tegen beter weten in struinde ik allerlei websites af op zoek naar goedkope treintickets. Het duurde niet lang voordat m’n vermoeden bevestigd was: voor een retourtje was ik minstens 200 euro kwijt. Enigszins verslagen veranderde ik m’n zoekterm in “goedkope vliegtickets naar Londen”. En ja hoor, voor 100 euro was ik heen en weer. 

Toch bleef er iets knagen. Laat ik me nou echt wéér verleiden door de luchtvaartindustrie? Tijdens een laatste, wanhopige poging vroeg ik AI om hulp: “Hoe reis ik goedkoop van Amsterdam naar Londen?” De opties waren voorspelbaar: Pak het vliegtuig (zucht) of reis met de bus (duurt meer dan 12 uur). Het liefst vermeed ik beide. Maar toen ik doorscrollde, bleek dat er nog een mogelijkheid was: Eurostar Snap.

Eurostar is het bedrijf dat vijf Europese landen per trein aan elkaar verbindt. Zo ben je vanaf Amsterdam binnen zo’n drie uur in Parijs en een rit naar Londen duurt iets meer dan vier uur. Efficiënt én goed voor het milieu. Maar – je voelt hem al aankomen – veel te duur. Vooral als je op het laatste moment wilt boeken. 

Flexibiliteit wordt beloond

Voor mensen zoals ik – die wel graag groen reizen, maar dat eigenlijk niet kunnen betalen – zijn er zogeheten ‘snap’ tickets. Vanaf twee weken voor vertrek kun je zo’n ticket boeken, afhankelijk van de beschikbaarheid. In mijn geval kostte die de helft minder dan een regulier kaartje: 45 euro in plaats van 90 euro. 

In ruil voor die bonus moet je flexibel zijn. Bij het kopen van je ticket geef je aan op welke dag en tijdens welk dagdeel je wilt reizen. Je hoort pas 48 uur van tevoren op welk tijdstip je precies vertrekt. Het was dus nog even een weekje afwachten, maar twee dagen voor vertrek kreeg ik inderdaad een ticket in m’n mailbox. Ik had een ingewikkelde vertrektijd en/of een lange reisduur verwacht, maar dat viel alles mee: M’n trein vertrok om 10:40 en de reistijd was 4 uur en 17 minuten.

Twee dagen later was het zover. Ik moest iets meer dan een uur voor vertrek aanwezig zijn bij de zogeheten ‘UK Terminal’, een afgezonderd gebied binnen Amsterdam Centraal. Na de bagagecheck en paspoortcontrole kwam ik terecht in een soort wachtruimte, die toch iets weg had van een vliegveldgate. Denk aan: rijen stoeltjes, ongeduldige mensen en een omroepstem. Er waren geen ramen, waardoor eigenlijk niks me eraan herinnerde dat ik nog op Amsterdam Centraal was. Toen we even later in een rij naar het perron werden geleid, herkende ik het vertrouwde station pas weer.

Comfortabel én snel

De treinrit zelf was een verademing ten opzichte van een vlucht. Er was meer dan genoeg ruimte voor bagage (zonder irritante gewichtseisen en torenhoge tarieven voor extra kilo’s), de stoelen zaten lekker (er is zowaar beenruimte) en elke stoel was voorzien van een stopcontact. Verder claimt Eurostar dat er wifi aan boord is, maar daar heb ik eerlijk gezegd weinig van gemerkt. Gelukkig heb je in de trein het voordeel van mobiele verbinding. 

Ik hoor je denken: allemaal leuk en aardig, maar het duurt wel veel langer. Maar ook dat durf ik te betwisten. Je hoeft namelijk maar kort van tevoren aanwezig te zijn en je hoeft geen lange (en vaak dure) route naar het vliegveld af te leggen – de stations bevinden zich midden in de stadscentra. In andere woorden: ik reisde in minder dan 6 uur vanaf centrum Amsterdam naar hartje Londen. 

Toen ik op een gegeven moment trek kreeg, liep ik gewoon een paar coupés verder naar de ‘kantine’, waar je drankjes en snacks kunt krijgen. M’n broodje deed helaas verdacht veel denken aan vliegtuigeten, maar ik kon hem wel in alle rust opeten terwijl ik het landschap aan me voorbij zag trekken. Dat was sowieso een voordeel ten opzichte van het vliegtuig: Onderweg naar Londen ga je dwars door Nederland, België en Frankrijk, waardoor je een beter gevoel krijgt van de afstand die je aflegt. 

Tunnel 

Dat geldt overigens niet voor de overtocht van Frankrijk naar Engeland. Dat gebeurt namelijk door een ondergrondse tunnel die zich maar liefst 100 meter onder het zeeoppervlak bevindt. Dat gaf me van tevoren toch wel een licht claustrofobisch gevoel, dus deed ik de benodigde research. Zo kwam ik erachter dat er niet één, maar drie tunnels zijn. Eén voor beide richtingen en nog een veiligheidstunnel in het midden. In de dertig jaar dat de tunnel bestaat is er nog geen enkele dode gevallen. 

Ik kon dus opgelucht ademhalen. En om eerlijk te zijn merkte ik tijdens de rit amper iets van de tunnel. De trein is ook maar ongeveer een kwartier onder water. En nee – voor de duidelijkheid – niet letterlijk onder water. Ik kwam tijdens m’n onderzoek namelijk ook teleurgestelde opmerkingen tegen van reizigers die (als kind) verwacht hadden de vissen te kunnen bekijken.

Afgezien van het gebrek aan wifi – wat voor een vlucht vaak ook geldt – had ik weinig te klagen over mijn treinrit. En dan heb ik het nog niet eens over de klimaatvoordelen gehad. Voor herhaling vatbaar dus!