Hoe Oost verandert – deel 1: de sociale huurder

 Amsterdam-Oost gentrificeert. In tien jaar tijd stegen de woningprijzen explosief. Hoe werkt dat, gentrificatie? En hoe reageren buurtbewoners – oud en nieuw – op hun veranderende buurt? In deel 1: de sociale huurder.

Amsterdam-Oost gentrificeert, wordt opgewaardeerd. Lang bleef Oost een bastion van betaalbaarheid, maar nu moet ook dit stuk van Amsterdam geloven aan tegen elkaar opbiedende huizenkopers en hippe koffietentjes. Sociale huurwoningen worden verkocht aan projectontwikkelaars, die de negentiende-eeuwse panden renoveren en de appartementen verkopen. Het aantal goedkope huurwoningen halveerde bijna tussen 2005 en 2015. De waarde per vierkante meter nam alleen in de laatste drie jaar al met zeventien procent toe, veel sneller dan in de rest van de stad.

Maar hoe wordt een wijk precies duurder? En wat vinden buurtbewoners – oud en nieuw – van hun veranderende buurt?

Gentrificatie van buurt gaat ook om een veranderende samenleving. Voor de een is dat hippe koffietentje op de hoek deel van de aantrekkelijkheid van de buurt, de ander verlangt terug naar de slager die er vroeger zat.

In deze serie onderzoeken we hoe de Oosterparkbuurt, het gebied tussen de Wibautstraat, het spoor en het Oosterpark, verandert. Wat betekent het voor een buurt als sociale huurwoningen ineens dure koopappartementen worden? We spreken met de voorman van de huurdersvereniging, die al meer dan tien jaar strijdt tegen wat hij de “verkapping van Oost” noemt. We onderzoeken hoe één pand van sociale woningbouw naar dure koopappartementen ging. En we spreken met de nieuwe bewoners: wat maakt Oost voor hen aantrekkelijk?

In deel 1: de sociale huurder.


“Vreselijk”. De mening van Frans Ondunk, voorzitter van de Huurdersvereniging Oost, over de “veryupping” van zijn wijk is duidelijk. “Het is een ramp. De oorspronkelijke bewoners worden de stad uit gejaagd. De tweedeling neemt toe.”

In de vijftien jaar dat hij nu in de Oosterparkbuurt woont heeft Ondunk de straten zien veranderen. Van een volkswijk verandert de buurt in een gebied dat steeds meer jonge, welvarende, hippe bewoners aantrekt. Een jaar of tien geleden kwamen ze ineens, de yuppen. “Je zag het gebeuren. Sociale huurwoningen werden verkocht, ongeveer veertig procent van de woningen is verdwenen”, zegt hij.

Betaalbaar wonen in wijk Oud-Oost, waaronder Oosterparkbuurt:
Gemiddelde huurprijs: 2005: 315 euro – 2015: 529 euro
Gemiddelde vraagprijs per m2: 4168 euro – 3488 euro (heel Amsterdam)

De huizen werden in de vrije sector voor veel hogere prijzen verhuurd, of werden verkocht aan projectontwikkelaars. Die renoveerden de huizen, of nou ja, ze plakten een gipswandje over de scheuren in de muur, zegt Ondunk. Daarna kwamen er andere bewoners in, mensen met meer geld maar minder binding met de buurt. Ze wilden andere winkels, hipper, duurder ook, te duur voor de oude bewoners. “Dat is hoe mensen de buurt uit gejaagd worden. Eerst worden de huren te hoog en de huizen te duur, daarna zijn ook de winkels te duur”, aldus Ondunk.

Dertien jaar is Ondunk nu voorzitter van de huurdersvereniging en er gaat geen dag voorbij dat hij niet bezig is met de belangen van huurders. Elke dag zit hij in zijn krappe kantoortje in de Tweede Boerhaavestraat, van elf uur ‘s ochtends tot twee uur ‘s middags. Hij schrijft bezwaarschriften, spit vergunningsaanvragen door op vermeend onrecht, verdedigt in gesprekken met de gemeente en projectontwikkelaars de belangen van sociale huurders. Jarenlang procedeerde hij tegen de Nederlandse staat, tegen de verplichte huurverhoging. Hij won, maar minister Piet-Hein Donner veranderde de wet in een Algemene Maatregel van Bestuur. Niet tegenaan te procederen. En dus ging de huurverhoging door.

Daarom betalen sociale huurders nu rond de zeshonderd euro per maand in de Oosterparkbuurt, zegt Ondunk. Veel voor wat je krijgt, voegt hij er meteen aan toe. Zijn de zogenoemde “luxe kranen” die de corporatie plaatste écht luxe? Hij betwijfelt het. Maar het is nog altijd veel minder dan in de vrije sector wordt betaald, waar makelaars vergelijkbare woningen vaak voor minstens vijftienhonderd euro per maand aanbieden. “Aan expats vragen ze soms zelfs drie a vierduizend euro. Per maand. En daar zijn ze dan nog trots op ook. Het is een schande”, aldus Ondunk.

Met het vertrek van sociale huurders verliest de buurt meer dan alleen wat mensen, denkt Ondunk. Met hen verliest de buurt ook gezelligheid en cohesie. “Vroeger wist iedereen wie waar woonde, we kenden elkaar. Maar zie je nu nog mensen op straat met elkaar praten? De sociale cohesie valt door de veryupping weg. De nieuwe mensen hebben geen binding met de buurt.”

Tweedeling ziet Ondunk niet alleen op straat. Ook in de kroeg leven mensen langs elkaar heen. “Er zijn nog maar weinig oude volkskroegen over, de dure tenten van de Drie Wijzen uit Oost (drie horeca-ondernemers, red.) nemen het over. Je betaalt er vier euro voor een biertje. In mijn kroeg komen ook yuppen, die willen gewoon een biertje voor twee euro en een kwartje, maar mengen? Nee, dat doet het niet. Er is geen vermenging. Ik wil een ongedeelde stad, waar mensen samen wonen. Maar de yuppen krijgen de overhand.”

In deel 2: het huis. Hoe een sociale huurwoning een dure koopwoning wordt.