Als de dijken breken, wie betaalt er dan?

Toenemende regenval, een verhoogde zeespiegel en bodemdaling. De gevolgen van klimaatverandering verhogen de kans op overstromingen in Nederland. Als onze dijken het niet meer houden, wie draait op voor de kosten? Wie is verantwoordelijk voor het Nederlandse overstromingsbeheer en wat is de rol van experts? Politicologe Emmy Bergsma promoveert volgende week op dit onderwerp aan de Universiteit van Amsterdam. 

Het is 1 februari 1953. Hans Kalkman, dan 20 jaren jong, wordt wakker in een totaal veranderde stad. De binnenstad van Vlissingen staat blank, gebouwen zijn ingestort en hier en daar is enkel nog een boomkruin te zien. Het water staat twee meter hoog en huizen zijn alleen bereikbaar per boot. Hans wordt erop uitgestuurd om mensen van zolder te halen. Sommigen zitten op het dak. Allen wachtend totdat ze gered worden.

Zakken zand worden gevuld en gesjouwd, maar kunnen een tweede vloedgolf niet voorkomen die nog meer schade aanricht. De dagen na de stormvloed staan in het teken van het leeghalen en schoonmaken van ondergelopen huizen en winkels. De schade is enorm. In de provincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant komt voor 1.836 mensen hulp te laat, zijn honderdduizend mensen hun huis verloren, komt 200.000 hectare vruchtbare grond onder water te staan en komen tienduizenden dieren om. De materiële schade wordt geschat op omgerekend 700 miljoen euro.

Toentertijd vergoedde verschillende partijen de schade, volgens Siemco Louwerse, directeur van het Watersnoodmuseum. Vooral de Nederlandse overheid speelde een belangrijke rol bij het herstel van dijken en infrastructuur. Verder haalde het Rampenfonds veel geld op en werden veel goederen en voorzieningen gedoneerd vanuit het buitenland. “De hele wereld bekommerde zich om Nederland. Eigenlijk werd er té veel gedoneerd. Pakhuizen zaten vol”.

[aesop_video align=”center” src=”youtube” id=”XcX5wb1k9UM” caption=”© Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid ” disable_for_mobile=”on” loop=”on” autoplay=”on” controls=”on” viewstart=”on” viewend=”on” revealfx=”off”]

Bang voor nog een watersnoodramp is Hans niet. Hij en zijn echtgenote Bep – de slagersdochter die hij tijdens de wederopbouw ontmoet heeft en waarmee hij inmiddels zestig jaar getrouwd is – voelen zich veilig. “We wonen nu op twaalf-hoog en alle dijken zijn versterkt”. Maar zijn die wel zo veilig? En wie betaalt er als de dijken nu breken?

Klimaatverandering en toenemende verstedelijking van risicovolle gebieden vergroten de kans op overstromingen en schade. “Het bouwen van dijken wordt steeds kritischer bekeken. Kunnen mensen niet beter weggehaald worden uit risicovolle gebieden? Dan is de schade niet zo groot”, zegt promovenda Emmy Bergsma.

Volgens Bergsma is er daarom een beleidsomslag te zien in veel landen. Waar voorheen overstromingsgevaar voornamelijk werd gezien als een verantwoordelijkheid van de overheid die investeert in dijken en schade compenseert, wordt het steeds vaker benaderd als een individueel risico. Hierbij is schade vooral een gevolg van lokale keuzes van gemeenten, bedrijven of burgers waarbij geen rekening wordt gehouden met overstromingsgevaar. Bijvoorbeeld het bouwen van huizen in laaggelegen polders door de gemeente, het betegelen van tuinen, waardoor water niet kan wegstromen of het plaatsen van elektriciteitsvoorzieningen in kelders, wat grote schade kan veroorzaken.

Daarom worden internationaal steeds meer “overstromingsbestendige” ruimtelijke maatregelen genomen om mensen te ontmoedigen in risicovolle gebieden te bouwen en te wonen. Bijvoorbeeld via gemeentelijke bouwvoorschriften – waar mag wel/niet gebouwd worden – of prijsaanpassingen, waardoor wonen in een risicovol gebied duurder wordt.

Ook in Nederland, het land van de dijken, worden eerste voorzichtige stappen gezet om gebieden meer overstromingsbestendig in te richten. Maar wat zulke maatregelen precies zullen betekenen voor de gemeenten, burgers en bedrijven in kwestie, wordt buiten beschouwing gelaten volgens Bergsma. “Deze vraag zou wel gesteld moeten worden zodat er een democratisch debat kan worden gestart. Maar dat is lastig. De Nederlandse overheid hangt sterk op de kennis van ingenieurs die uitgaan van het perspectief van de nationale overheid in plaats van de burger. Op het moment dat verantwoordelijkheid bij de burgers wordt neergelegd, moet je dit wel overleggen”.

In het geval dat de burger meer zou moeten opdraaien voor overstromingskosten, lijkt overleg tussen overheid en burger hard nodig. Op de vraag wat Hans Kalkman vindt van een grotere verantwoordelijkheid van de burger in overstromingsbeleid antwoordt hij resoluut: “Oneerlijk”.

De promotie van Emmy Bergsma vindt plaats op vrijdag 10 februari, 10.00 uur. Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.