Factcheck: ‘Er is een verschil in IQ tussen volkeren. Dat is wetenschappelijk bewezen.’

 

De Aanleiding

Deze week kwam Yernaz Ramautarsing in opspraak over bovenstaande uitspraak. De nummer twee op de kandidatenlijst van Forum voor Democratie Amsterdam deed de bewering in een interview met Brandpunt+ uit 2016. Forum lijsttrekker Thierry Baudet en kamerlid Theo Hiddema weigerden afstand te doen van de uitspraak en werden hierom beticht van racisme.  

 

Waarop is dit gebaseerd?

Ramautarsing vertelde vorige week in een interview met NAP Nieuws dat zijn uitspraken verwijzen naar onderzoek van wetenschapper Charles Murray. De Amerikaanse socioloog is vooral bekend geworden doordat hij rassen en intelligentieniveau met elkaar verbindt.

 

Maar Murray heeft geen onderzoek gedaan naar nationale verschillen in IQ-gemiddelden. Volgens hoogleraar gedragswetenschappen gespecialiseerd in IQ aan Tilburg University Jelte Wicherts lijkt Ramautarsing eerder te refereren aan onderzoek van Richard Lynn en Tatu Vanhanen. In twee boeken uit 2002 en 2006 stellen zij dat de onderontwikkeling van een land wordt veroorzaakt door een laag gemiddeld IQ.

 

En klopt het?

IQ staat voor intelligentiequotiënt. Het is de meest gebruikte maat voor het meten van intelligentie. Het IQ wordt gemeten door middel van zogenoemde IQ-tests. Door een steekproef te nemen uit een bevolkingsgroep en deze een IQ-test te laten doen kun je het gemiddeld IQ van die groep vaststellen. ‘Je moet je alleen afvragen of IQ-verschillen tussen groepen wel iets zinnigs betekenen’, zegt Wicherts.

 

Meetproblemen

Onderzoeken over het vergelijken van bevolkingsgroepen op IQ zijn namelijk altijd onderwerp van debat geweest. De grootste problemen zitten veelal in het vaststellen van IQ-gemiddelden. Volgens Wicherts ‘rammelen databases waarop IQ-scores zijn gebaseerd aan alle kanten.’

 

Zo zou het gemiddelde IQ van sommige ontwikkelingslanden berusten op onbetrouwbare steekproeven. Wicherts beschrijft in een artikel uit 2010 dat in het onderzoek van Lynn en Vanhanen gebruik was gemaakt van een steekproef uit een onderzoek naar cognitieve prestaties van zieke kinderen met malaria. Het lage gemiddeld IQ wat hieruit volgde, kwam de onderzoekers goed uit in hun conclusie over de relatie tussen onderontwikkeling en IQ.

 

Maar niet alleen steekproeven zijn problematisch bij onderzoek naar IQ van bevolkingsgroepen. Ook de inhoud van de vragen die in de tests worden gesteld kunnen een probleem vormen voor de uitkomst. Volgens Wicherts is dit onder andere problematisch door de Westerse aard van IQ-tests. ‘Ik ken zelf geen enkel onderzoek waaruit blijkt dat je met een IQ-test overal eerlijk kan meten.’

 

Dylan Molenaar, onderzoeker naar psychologische methoden aan de UvA, deelt die zorg. ‘Het is zelfs zo dat in het verleden systematische verschillen zijn gevonden tussen autochtone Nederlandse jongeren en allochtone Nederlandse jongeren op vragen waarbij elementen uit de Nederlandse cultuur centraal stonden, zoals bijvoorbeeld een Westers sprookje.’ IQ-scores van bevolkingsgroepen zijn daarom moeilijk met elkaar te vergelijken.

 

Intelligentie vs. IQ

Zelfs als alle meetproblemen zouden worden opgelost blijven er problemen bestaan met de interpretatie van eventuele IQ-verschillen tussen bevolkingsgroepen. Volgens Han van der Maas, professor psychologische methoden aan de Universiteit van Amsterdam, zijn er namelijk verandering mogelijk in IQ. ‘Binnen bevolkingsgroepen kan het gemiddelde IQ omhooggaan door goed onderwijs.’

 

Die stijgende lijn van gemiddeld IQ wordt ook wel het Flynn effect genoemd. ‘De Nederlandse bevolking heeft een enorme sprong in IQ-score gemaakt in de afgelopen vijftig jaar’, zegt Van der Maas. Dat effect is ook te zien bij andere bevolkingsgroepen. ‘Immigrantengroepen die lang in Nederland verblijven krijgen een steeds hoger IQ door bijvoorbeeld beter onderwijs.’

 

Het gemiddeld IQ van een bevolking is dus veranderlijk. Dat betekent volgens Molenaar dat het gemiddeld IQ niet noodzakelijk iets zegt over onderliggende intelligentie van de groep. ‘IQ is in principe een meetinstrument dat niet kwetsbaar zou moeten zijn voor culturele verschillen. Toch zien we dat vaak terug’, zegt hij.

 

Conclusie

In de regel zijn er verschillen in IQ tussen bevolkingsgroepen te meten. Maar onderzoek naar deze verschillen kent veel problemen. Daarnaast kan het gemiddeld IQ van een bevolkingsgroep moeilijk iets zeggen over de onderliggende intelligentie van de groep. Het gemiddeld IQ kan namelijk veranderen over tijd. Intelligentie verschillen tussen bevolkingsgroepen kunnen dus niet met wetenschappelijke zekerheid worden vastgesteld. Het oordeel luidt daarom: niet te checken.