Controversieel Amsterdams asielplan kan alleen met vrijwillige medewerking van gemeenten

Een controversieel asielplan van Amsterdam, dat gericht is op minder huisvesting voor statushouders en het opvangen van meer asielzoekers, is afhankelijk van de vrijwillige medewerking van gemeenten in Noord-Holland. Dit blijkt uit een maandag verschenen antwoord van demissionair minister De Jonge (Binnenlandse Zaken) en demissionair staatssecretaris Van der Burg (Asiel) op kamervragen van Tweede Kamerlid Mona Keijzer (BBB). 

Het plan, gesteund door het demissionaire kabinet, houdt in dat er 1200 extra asielopvangplekken in Amsterdam komen, op voorwaarde dat andere gemeenten in Noord-Holland 1200 statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) huisvesten. Deze statushouders zouden normaal gesproken een woning in Amsterdam krijgen, maar gemeenten in Noord-Holland hebben meer woningen tot hun beschikking om de statushouders te huisvesten. 

Voorrangspositie

Het plan leidde tot controverse omdat het de indruk wekte dat Amsterdam een voorrangspositie zou krijgen in de opvang van statushouders ten opzichte van andere gemeenten. Kleinere gemeenten in Noord-Holland zouden hier de dupe van zijn, omdat ook zij te maken hebben met wachtlijsten voor huurwoningen. De BBB kopte in een persbericht: ‘Kabinet maakt vertrouwelijke afspraken met Amsterdam waardoor kleinere gemeenten in het nadeel zijn.’ Het plan leidde tot Kamervragen van Mona Keijzer, die zich afvroeg of de 1200 nieuwe asielopvangplekken het totale aantal plekken zou vervangen dat Amsterdam volgens de spreidingswet sowieso zou moeten realiseren. De spreidingswet is bedoeld om gemeenten te kunnen forceren om bij te dragen aan de asielopvang.

Achterkamertjespolitiek

Amsterdam werd ook beticht van achterkamertjespolitiek omdat de Tweede Kamer nog niet van dit plan op de hoogte was gesteld. ‘Waarom is deze mogelijke afspraak tot op heden niet gedeeld met gemeenten in Noord-Holland, met de provinciale staten van Noord-Holland en met de Tweede Kamer?’ luidde de kamervraag van Mona Keijzer. 

Uit het antwoord van de minister en de staatssecretaris blijkt dat de Tweede Kamer niet is ingelicht omdat het een ‘regionale aangelegenheid is die onder het huidige landelijke beleid al mogelijk is.’ Ook blijkt dat de 1200 extra plekken bovenop de bijna 4000 asielopvangplekken komen die Amsterdam al heeft. De belangrijkste kanttekening is dat de ruil alleen kan plaatsvinden op vrijwillige basis en gemeenten dus niet worden gedwongen om statushouders te huisvesten die oorspronkelijk in Amsterdam gehuisvest moesten worden. De Eerste Kamer zal op 23 januari stemmen over de spreidingswet.