Eigenaren ‘Prinz Guitars’ trekken de stekker eruit: ‘Mensen kopen gewoon te weinig spullen’

Prinz Guitars gaat stoppen. De gitaarwinkel aan de Prinsengracht opende haar deuren in 2019 maar verkoopt sinds anderhalf jaar te weinig gitaren om rond te komen. NAP Nieuws spreekt eigenaar Jeroen Steverink (46) over het pijnlijke besluit.

Het is vrijdagmiddag best een beetje druk in Prinz Guitars, de gitaarwinkel aan de Prinsengracht die vorige maand aankondigde de deuren te sluiten. De ietwat wrange ironie daarvan valt ook een van de klanten op – een man die zojuist de trap naar het souterrain is afgelopen, de zaak binnenstapt en vraagt: ‘Weten ze je nu wél te vinden?’ ‘Ja, het is gekkenhuis!’, grapt mede-eigenaar Jeroen Steverink (46). Dan op serieuzere toon: ‘Meer dan hiervoor, maar nog niet écht.’

Prinz Guitars opende haar deuren in 2019. Daarvoor waren Jeroen Steverink en Ronald Timmer (47) collega’s bij Dijkman Muziek, op de Rozengracht. Steverink: ‘We dachten toen: dat kunnen we ook zelf’. Maar al vrij snel bleek de timing van hun nieuwe avontuur ongelukkig. ‘Toen wij begonnen, kwam vier maanden later Corona’, vertelt Steverink van achter zijn toonbank. ‘Vanaf toen is de hele detailhandel erg veranderd. Wij werken allebei al sinds 2001 in gitaarwinkels, en zoals het nu is, is het nog nooit geweest.’

Waarom hebben jullie besloten om er nu helemaal mee te stoppen?

‘Omdat we merken dat mensen steeds minder geld uitgeven. Ze kopen gewoon te weinig spullen. Zeker dure spullen staan al meer dan een jaar stil. Tegenwoordig vragen de meeste mensen die binnenlopen: wat is je goedkoopste klassieke gitaar, of je goedkoopste staalsnarige gitaar? Daar kan je geen winkel in Amsterdam van onderhouden. Het punt is ook dat je heel veel klanten nodig hebt om zoiets als dit te kunnen doen.’

Foto: Biko van Deijck

Wat is er de afgelopen jaren veranderd waardoor het nu niet meer gaat?

‘Ik denk heel veel dingen, alleen maar nadelig. Muziekscholen zijn allemaal wegbezuinigd, of ze zijn heel erg duur. Semiprofessionele muzikanten had je in Amsterdam ook heel veel: mensen die bijvoorbeeld vier avonden per week in een cafeetje speelden. Die zijn nu allemaal dood, weg, gestopt of omgeschoold. En door de inflatie denk ik dat mensen nog meer op de prijs letten, dus dan wordt online interessanter. De prijzen daar zijn zo laag dat je er nooit een winkel van kan onderhouden. Zo zie je dat er heel veel klantengroepen weg zijn. En die komen ook niet zomaar weer terug.’

Ondertussen loopt collega Ronald Timmer langs met een gitaarstandaard in zijn handen. ‘Voor hoeveel zullen we deze doen, de helft?’, vraagt hij aan zijn collega. ‘Nou, dat mag wel ietsje meer’, zegt Steverink.

Omdat ze nog niet zeker weten wanneer ze precies stoppen, bepalen Steverink en Timmer de verkoopprijs van hun laatste spullen ter plekke. Steverink: ‘Als je een einddatum hebt, kan je echt gaan legen, maar wij kunnen niet over een maand met een lege winkel zitten.’ Wanneer de winkel precies dichtgaat hangt helemaal af van wanneer de eigenaar het pand heeft verkocht. ‘Wij moeten wachten totdat het verkocht is voordat we onder het huurcontract uitkunnen’, legt Steverink uit. ‘Anders zitten we hier tot 1 augustus, maar dat hoop ik niet.’

Foto: Biko van Deijck

Wat verliest de stad met het verdwijnen van Prinz Guitars?

‘Ik denk het sociale. Het feit dat je een plekje hebt waar mensen naartoe kunnen komen, een soort vast punt in de stad. En inspiratie voor kinderen die even binnenlopen en iets nieuws proberen, gewoon even komen kijken wat er is, even kletsen.’

‘Het is zonde’, zucht Steverink. ‘Ik denk dat de hele stad erdoor achteruitgaat.’