Krankjorum maakt theaterrave voor nieuwe generatie theaterbezoekers: “Het ritueel van samen dansen, daar zit veel geluk in.”

Bij het betreden van de repetitieruimte van theatermakers Freek Aertssen (25) en Lowel Caron (24) van Stichting Krankjorum vliegen de bizarre termen je om de oren: ‘terrorcore’, ‘alfa-malegebeuren’, ‘kampvuurrituelen’, linedancing’ en ‘laserveiligheid.’ “Dit wordt zo’n rare voorstelling”, zegt regisseur Koen van Etten lachend.

Maar Aertssen en Caron maken niet enkel een theatervoorstelling. Over twee weken staan ze in de grote hal van De Wester in het Westerpark met Onder Constructie, een ware theaterrave. Dan zal de ruimte gevuld zijn met meer dan achthonderd lampen, lasers, dansende mensen en harde muziek. 

Hier, in hun kleine repetitiestudio in een loods op de NDSM-werf, is voor al die speciale club-effecten nog aardig wat fantasie nodig. “Maar dat hebben we!” roept Caron.

Het idee om een theaterrave te maken, ontstond een paar jaar geleden op de toneelschool. Caron: “We hielden zelf heel veel van feestjes én van theater, maar we merkten dat vrienden buiten de toneelschool niet naar het theater gingen en wel elk weekend hun kop eraf schroefden in de club. Die werelden wilden we met elkaar combineren, want er heerst nog steeds een beeld van toneel dat het stoffig is.”

Aertssen: “Ja, dat is het stereotype, dat het saai zou zijn.”

Foto: Thomas Lenden
Scènebeeld uit de eerste theaterrave van Stichting Krankjorum, GEBR. NOOITGENOEG. Foto: Thomas Lenden.

De twee vrienden richtten zich dus op hun eigen generatie, een doelgroep die theater vaak ziet als iets grijs en afstandelijks. “Terwijl er zo veel jonge, frisse dingen worden gemaakt”, meent Caron. “Wij willen een extreme ervaring bieden die bij ze past: een uitgaansavond mét diepgaande elementen.”

Aertssen: “Zeker voor een publiek met de aandachtsspanne van een garnaal: TikTok-filmpjes, alles moet tegenwoordig onder de acht seconden. Als je daarop weet in te spelen door prikkelender, energieker, bijna grootser theater te maken, wordt de drempel om naar ander theater toe te gaan ook lager.”

In een bepaalde vorm bestaat het natuurlijk al, vertelt Aertssen, “nachtclubs waarbij je mime-achtige, dans-achtige performances of kunstinstallaties tegenkomt.” Maar in hun theaterrave keren Caron en Aertssen dat gegeven om.

Aertssen: “Wij willen een volwaardige voorstelling maken, die daarna overloopt in een feest. Als een soort enorme foyer: een beukende, blazende foyer.”

Volgens het tweetal helpt die overgang – eerst voorstelling, dan clubnacht – om de voorstelling te laten bezinken. Want naast dans, muziek en collectieve energie is er ook een duidelijke boodschap die moet worden overgebracht.

Waar gaat de voorstelling over? 

Caron: “Over prestatiedruk: een soort dwangmatige zoektocht naar succes, status en geluk.”

In de voorstelling volgen we twee personages, bouwvakkers, die eindeloos aan een gebouw werken dat maar niet afkomt. 

Caron: “Het is steeds niet perfect. Er staat nog net iets scheef en die twee mannetjes zijn een soort stokstaartjes die aan het zoeken zijn hoe ze dat recht kunnen zetten. Het gaat over de oneindige zoektocht naar jezelf en de twee opties daarin: aan de ene kant een soort escapisme, helemaal losgaan op feestjes, en aan de andere kant dat keiharde, alfa-male achtige doorgaan.”

Aertssen: “Dat workaholic-achtige doorstrijden en zo in een burn-out belanden.”

Uiteindelijk vinden de bouwvakkers berusting in iets wat daar tussenin bestaat: een soort chaos waar volgens Aertssen en Caron ook schoonheid in verborgen zit. De boodschap? “Dat je het ook best even niet mag weten.”

Wat maakt een theaterrave de perfecte vorm om die boodschap over te brengen? 

Caron: “Ik had gisteren een begrafenis en het vieren van iemands leven door te dansen, bracht veel vreugde. Het ritueel van samen dansen, van het samenzijn, daar zit heel veel geluk in.”

Aertssen: “Als je op een rave staat en even uitzoomt, kan je echt denken: ‘Wat is dit eigenlijk voor plek?’ Allemaal bezwete, dansende, drugsgebruikende, ontblote mensen, knipperende lichten, rook, iemand die aan een paar knopjes staat te draaien; echt een rare vibe! Maar als je er volledig in zit, dan voelt alles op zijn plek.”

“Dat is een gevoel dat ook ontzettend bij de voorstelling past. En het feest erna is dan een soort grote, georganiseerde chaosfoyer, waarin mensen hun zorgen opzij kunnen zetten. Dan kan het materiaal dat je net hebt gezien hopelijk doorsijpelen.” 

Caron: “En als het een goed feest is, dan kom je met z’n allen in een flow terecht. Dan wordt het een soort groot, modern ritueel.”

Scènebeeld uit GEBR. NOOITGENOEG. Foto: Thomas Lenden.

Wat hopen jullie dat de bezoekers over twee weken uit de ervaring meenemen? 

Aertssen: “Ik hoop dat mensen zin hebben in het leven daarna. Ik heb het idee dat de geest ontzettend instabiel is bij heel veel jongeren. Ik hoop dat ze zich door de inhoud van de voorstelling op een bepaalde manier gehoord voelen en denken: ‘Het maakt ook allemaal even niet uit.’ En dat het dansen ze rust biedt in hun hoofd, dat lijkt me een mooi gevoel.”

En hoe losbandig mag het worden? 

Caron, lachend: “Ik hoop wel dat het echt los gaat. Dat mensen aan het zweten zijn.”

Aertssen: “Dat iedereen zich vrij voelt om gewoon lekker te doen en laten wat ze willen: op de verhogingen staan of in een hoekje zitten.”

Caron: “Lekker tongen, dansen, zoenen.”

Aertssen: “Stiekem een peuk roken, binnen, terwijl het eigenlijk niet mag.”

Caron: “Als je een pil gepopt hebt, lekker ergens gaan liggen met z’n tweeën.”

Aertssen: “Of als je de hele dag aan het water en fris zit, dat het ook gewoon heel leuk en gezellig is. En dat iedereen er blijer uitkomt.”

Onder Constructie’ van Stichting Krankjorum is op 31/1 en 1/2 te zien in De Wester, Westerpark.

Scènebeeld uit GEBR. NOOITGENOEG. Foto: Thomas Lenden.