De geschiedenis van Nederlands-Indië lijkt in Nederland vaak ver weg: iets van archieven, schoolboeken en jaarlijkse herdenkingen. Maar in Amsterdam Nieuw-West leeft dat verleden nog altijd voort, stelt schrijfster Wendela Gronthoud. Zij presenteerde vrijdagavond haar boek over de geschiedenis van ouderen uit Nederlands-Indië in Amsterdam Nieuw-West.
Het ruikt naar spekkoek en pasteitjes in buurthuis de Aker in Osdorp. Stoelen worden steeds dichter tegen elkaar aangeschoven. Dan nog een rij. En nóg een paar. Wat eerst een ruime zaal leek, verandert snel in een volle, levendige ruimte. Mensen roepen elkaars namen, lachen hardop, praten dwars door elkaar heen. Alsof niemand haast heeft om stil te zijn.
Tientallen ouderen, merendeels geboren in voormalig Nederlands-Indië, zijn deze middag samengekomen voor de presentatie van Landverhuizers rond de Sloterplas, een nieuw boek van sociaal wetenschapper Wendela Gronthoud. Het bundelt dertig levensverhalen van Indische Nederlanders die zich na de oorlog vestigden in Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart en Osdorp. Veel van de mensen over wie wordt geschreven, zitten vandaag zelf in de zaal.
Indië tussen KNSM-eiland en de Sloterplas
‘Vandaag lijkt het wel alsof Indië ergens tussen KNSM-eiland en de Sloterplas ligt,’ zegt Gronthoud voor de zaal. Ze verwijst naar schrijver Tjalie Robinson, die ooit zei dat Indië tussen Den Haag en de duinen lag. ‘Natuurlijk bestaat Indië niet meer,’ zegt ze. ‘Maar deze zaal zit vol mensen die het zich nog heel goed herinneren.’
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen naar schatting 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Velen van hen belandden in de Westelijke Tuinsteden, gebouwd volgens het ideaal van licht, lucht en ruimte. Slotermeer werd zo Indisch dat tramlijn 13 al snel de bijnaam ‘trassi-express’ kreeg, naar de gefermenteerde garnalenpasta uit de Indische keuken.
Hoewel Den Haag bekendstaat als dé Indische stad, woonden er aan het begin van deze eeuw in Amsterdam meer mensen die in Nederlands-Indië waren geboren. Toch ontbreekt die geschiedenis vaak in het Amsterdamse zelfbeeld, vindt Gronthoud. ‘Niemand wist dat we er waren’.
Meer dan oorlog
De familie van Gronthoud leefde decennialang in Nederlands-Indië; zijzelf werd in Nederland geboren. Voor een levensboekenproject in Nieuw-West legde ze herinneringen vast van oudere buurtbewoners. Dat vormde het begin van een bredere zoektocht naar de Indische geschiedenis van dit stadsdeel.
Volgens Gronthoud wordt dat verleden te vaak teruggebracht tot oorlog, de Bersiap – de gewelddadige periode direct na de Japanse capitulatie – en nostalgie naar tempoe doeloe, de geromantiseerde herinnering aan het leven van vóór de oorlog. Belangrijke elementen, maar niet het hele verhaal, vindt ze.
In haar boek gaat het daarom ook over kinderen die op blote voeten over heet asfalt liepen, ijsjes aten en hun eerste kus kregen. Maar ook over Japanse soldaten, mannenkampen en gedwongen aanpassing. Een van de geïnterviewden grijpt bij een terugkeer naar Indonesië de spijlen van het hek van zijn oude huis vast en schreeuwt: ‘Dit is mijn huis.’
‘Wendela had een speciaal sleuteltje’
Op de eerste rij zit Corry Smit-Otto, 90 jaar. Ze volgt de presentatie met haar handen in haar schoot, het boek gesloten op haar schoot. Na afloop zegt ze: ‘Wendela had een speciaal sleuteltje.’ Ze glimlacht even. ‘Ze kreeg mijn herinneringen open.’
Het kostte tijd om de verhalen los te krijgen, vertelde Gronthoud even daarvoor nog voor de zaal. Veel geïnterviewden hadden er jarenlang over gezwegen. Ook Smit-Otto vond het moeilijk haar herinneringen te delen.

Wethouder Alexander Scholtes neemt het op zijn vrije middag in ontvangst. ‘Ik heb zelf een moeder uit Nederlands-Indië en weet hoe belangrijk het is om deze verhalen te vertellen,’ vertelt hij.
Ze vertelt hoe ze haar zusje onder het bed verstopte voor Japanse soldaten, hoe ze sokken moest breien om te overleven, hoe er lijken uit vrachtwagens werden gegooid. ‘Als kind denk je daar niet zo over na,’ zegt ze. ‘Nu zou ik ervan schrikken.’
Via Thailand en Singapore kwam ze zonder warme kleding in Nederland aan. ‘Ik wist wat kou was,’ zegt ze, ‘maar niet hoe het voelde.’ Om haar heen wordt instemmend geknikt. ‘Dat herkennen we allemaal,’ zegt een vrouw.
Cultureel erfgoed
Buiten is het koud. Mensen trekken sjaals hoger op, wrijven hun handen warm. Corry Smit-Otto staat erbij, stevig op beide benen. Ze bouwde haar leven op in Amsterdam Nieuw-West: trouwde, kreeg kinderen, studeerde, leerde leven.
‘Dat is ook het verhaal van mensen die uit Nederlands-Indië naar Nederland verhuisden,’ zegt Gronthoud. ‘Het gaat over hoe je een bestaan opbouwt in een land dat je alleen kent uit boeken.’
Die verhalen vastleggen is noodzakelijk, vindt ze. ‘Het is cultureel erfgoed. Ook voor Nederlanders. Dat moet je wel opschrijven.’
