De defensieindustrie rukt op. Ook in Amsterdam, waar de Tsjechische wapenfabrikant Czechoslovak Group (CSG) onlangs verantwoordelijk was voor de grootste defensiebeursgang ooit. Een ‘booming’ wapenindustrie zet beleggers voor een dilemma: moeten zij investeren in een florerende maar ook dodelijke business? Twee experts helpen hen op weg met vijf belangrijke bedenkingen.
1: Land verdedigen
Volgens Raymond Zaal, bedrijfsethicus en universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, hoeft investeren in defensiebedrijven niet immoreel te zijn. ‘Defensiebedrijven zijn niet in het leven geroepen om mensen te vermoorden, maar om landen in staat te stellen zichzelf te verdedigen.’
Toen Rusland in februari van 2022 Oekraïne binnenviel, sloeg het sentiment rondom defensiebedrijven drastisch om. In een Europa waar vrede decennialang vanzelfsprekend leek, was er weinig achting voor wapenbedrijven. De invasie maakte ze plots weer salonfähig.
Die omslag tekent zich zelfs af bij vredesorganisatie PAX. Wapenhandelexpert Frank Slijper noemt het belang van de context: ‘Wij zijn geen zuiver pacifistische organisatie. Oekraïne is binnengevallen, mag zichzelf verdedigen en moet dat doen met wapens die het zelf niet genoeg heeft. Dat zet wapenleveranties in een ander daglicht’
2: Wat gebeurt er achter het rookgordijn?
Een groot pijnpunt van de wapenindustrie is het gebrek aan transparantie. Dat maakt het moeilijk om te controleren wat wapenbedrijven met belegde euro’s doen.
Slijper neemt CSG als voorbeeld: ‘In de persberichten op hun site lees je bijvoorbeeld dat ze voor tientallen miljoenen aan munitie hebben verkocht aan ‘een Aziatisch land’. Meer valt niet te achterhalen.’
Zaal wijst erop dat een beursgang die transparantie mogelijk wel vergroot. Besturen van defensiebedrijven zijn immers verplicht om antwoord te geven op kritische vragen van aandeelhouders. ‘Daardoor kan er meer zicht en controle ontstaan op waar die wapens terechtkomen.’
3: Waar landt mijn granaat?
De bestemming van de geproduceerde wapens blijft het heetste hangijzer voor defensie. Zelfs als wapens ter verdediging worden geproduceerd, zegt dat weinig over hun uiteindelijke gebruik, vertelt Slijper. Europese exportregels verbieden weliswaar de verkoop aan landen die mensenrechten schenden, maar laten de interpretatie van die regels over aan de landen zelf.
Slijper: ‘Tsjechië staat bijvoorbeeld bekend als een land dat losjes met die regels omgaat.’ Mensenrechtenorganisaties Amnesty International en Human Rights Watch hebben Tsjechië aangesproken op hun controversiële wapenexport. De Tsjechische autoriteiten stellen daarentegen dat het voldoet aan de EU-wetgeving en niet meer hoeft te leveren dan dat.
4: Hoge winsten
De defensieindustrie staat bekend om hun hoge winsten. Er is weinig onderlinge concurrentie en zeker in oorlogstijd is de vraag zo hoog dat er hoge marges gehanteerd kunnen worden. Geld dat uiteindelijk ook bij de belegger terechtkomt.
Zaal noemt pensioenfonds ABP als voorbeeld van een investeerder die veel rendement heeft laten liggen door ‘activistische beleggingskeuzes’. Terwijl pensioenfondsen wettelijk verplicht zijn het hoogste rendement voor hun deelnemers na te streven, weert ABP met enige regelmaat bedrijven uit hun investeringsportfolio, wegens ethische bezwaren. Daardoor ontstaat het risico dat zij hun pensioenuitkeringen minder kunnen verhogen dan fondsen die dergelijke keuzes niet maken.
5: Vrede een bedrijfsrisico
Een cynische vaststelling is het feit dat voor defensiebedrijven vrede een bedrijfsrisico is. Wanneer een conflict eindigt, blijven fabrieken met hun productiecapaciteit zitten. Die zullen ze draaiende willen houden om ontslagen of een faillissement te voorkomen.
Normvervaging ligt daardoor op de loer. Wapens zoeken altijd een bestemming, volgens Slijper. ‘Ook in vredestijd zullen bedrijven blijven knokken voor hun bestaansrecht. Dat zagen we ook aan het einde van de Koude Oorlog. Wapenbedrijven verkochten toen massaal hun overtollig geworden wapens aan het Midden-Oosten en conflictgebieden in Afrika. Ook nu met de oorlog in Oekraïne is dat een voornaam risico.’
