In Amsterdam bepaalt niet alleen voorkeur, maar ook geluk naar welke middelbare school een kind gaat. Door een tekort aan plekken op populaire scholen worden duizenden achtstegroepers via een lotingsysteem verdeeld. Het systeem is eerlijk, maar zeer intensief voor ouders en kinderen.
Voor Sophie (11) en haar moeder Josephine de Vries draait deze periode vooral om open dagen aflopen, fietsafstanden inschatten en twaalf scholen in een logische volgorde zetten. Sophie, die een vwo-advies heeft gekregen en graag naar een gymnasium wil, weet haar top drie al. ‘Fons Vitae, daarna het Hyperion en daarna het 4e Gymnasium.’ Josephine lacht. ‘Hierover gaat ze dus een conflict krijgen met haar ouders, want het Hyperion en het 4e vinden we eigenlijk te ver weg.’
Op open dagen kijkt Sophie vooral naar wat indruk maakt. ‘Bij het Hyperion lieten ze een stukje van een musical zien en was er een orkest. Dat was echt heel leuk en grappig.’ Josephine zoomt als moeder juist iets meer uit. ‘Die scholen laten zich natuurlijk van hun allerbeste kant zien.’
Verdelingsvraagstuk
Het verdelen van achtstegroepers over Amsterdamse middelbare scholen is al jaren een vraagstuk. Vanwege overaanmelding op populaire scholen, zijn er te weinig plaatsen om iedere leerling op de school van zijn of haar eerste voorkeur te plaatsen. Leerlingen moeten eind maart daarom een voorkeurslijst inleveren: twaalf scholen bij een havo-vwo-advies, zes bij mavo-havo en vier bij andere vmbo-niveaus. Begin april volgt de uitslag.
Alle leerlingen krijgen een willekeurig lotnummer. Het algoritme begint bij nummer 0001 en plaatst die leerling op diens hoogste voorkeur. Daarna volgt nummer 0002, enzovoort. Wie een volledig ingevulde lijst indient, krijgt gegarandeerd een plek op een van de opgegeven scholen, maar niet altijd op een school die bovenaan staat. In 2025 werd 75,2 procent geplaatst op de eerste keuze en 91,3 procent binnen de top drie.
Tijdsinvestering
Het is vooral de tijdsinvestering die het lastig maakt, merkt Josephine. ‘Je moet twaalf scholen opgeven, dus je wilt er meer dan twaalf bezoeken. Het zijn allemaal middagen en avonden op de woensdag, donderdag en vrijdag. Ook op zaterdag zijn er vaak open dagen. Sophie zit op hockey, maar daar zijn we de laatste tijd nauwelijks aan toegekomen.’ Sophie lacht: ‘Ik ben al drie weken niet geweest.’
Josephine: ‘Het komt erop neer dat je zo’n dertig uur besteedt aan open dagen om uiteindelijk een lijstje in te vullen, waarna er een school wordt uitgekozen via de loting. Soms denk ik: we hadden net zo goed een lijst kunnen invullen op basis van online onderzoek, zonder naar open dagen te gaan. Maar dat voelt natuurlijk ook vreemd.’
‘Niet perfect, wel de beste optie’
Dat het systeem intensief is voor ouders en kinderen, ziet ook Antoinette Dobbelmann. Zij werkte jarenlang als conrector op een middelbare school in Amsterdam en startte twee jaar geleden met een collega-docent OverBruggers, een initiatief dat ouders, kinderen en scholen helpt bij de overstap van de basisschool naar de middelbare school. Volgens haar is het huidige lotingsysteem het meest eerlijk en transparant. ‘Het systeem is niet perfect, maar het is op dit moment wel de beste optie. De kans dat kinderen buiten hun top vijf terechtkomen, is kleiner geworden. Al blijven er natuurlijk altijd uitzonderingen.’
Juist die uitzonderingen maken het soms schrijnend, merkt Dobbelmann. ‘De kinderen die eruit vallen, dat is natuurlijk heel sneu. Maar ook dan kan het nog steeds zo zijn dat je op een hele fijne school terechtkomt.’
Praktische handvatten
Dobbelmann geeft ouders met OverBruggers vooral praktische handvatten. Hoe maak je samen een lijst van scholen die echt bij je kind passen? Waar let je op bij open dagen? ‘Maak gewoon een lijst waar je als ouders én als kind achter staat. Vul hem niet tactisch in door bijvoorbeeld af te gaan op geruchten over populariteit. Want je weet het gewoon niet.’
‘Kijk eens naar een lessentabel van een school. Lees de schoolgids goed, kijk niet alleen naar de website. Kinderen vinden het helemaal te gek als je een koeienhart mag opensnijden en hele toffe gymles hebt, maar zo zal het er natuurlijk niet iedere dag uitzien.’
En maak het ook niet groter dan het is, benadrukt Dobbelmann. ‘Dat is wat we met die ouders bespreekbaar willen maken, van: het is allemaal spannend, maar het gaat ook goed komen. Blijf er heel nuchter naar kijken.’
Josephine staat er ook zo in. ‘Na al die bezoeken was mijn afdronk: het maakt gewoon niet zoveel uit waar je terechtkomt. Ik hoop dat ze een van haar eerste drie keuzes krijgt, want ik denk dat dat prettig zal voelen voor haar. Maar zelfs als het plek zes wordt, komt het wel goed.’
