Afvalverwerking is in elk deel van de stad een voortdurende opgave, zo ook in Zuidoost. Maar na een periode van hevige overlast lijkt het in het stadsdeel langzaam beter te worden. Écht schoon is het echter nog niet. Bestuurder Vayhishta Miskin (BIJ1) blijft zich inzetten, niet alleen voor meer betrokkenheid van bewoners, maar ook voor een gelijkwaardige aanpak vanuit de gemeente.
Het is fris buiten. Stil. Langs een uitgestrekt grasveld loopt Vayhishta Miskin (BIJ1), stadsdeelbestuurder van Zuidoost, in de richting van een viaduct. Wanneer ze er onderdoor stapt, wordt de sfeer anders. ‘Je ziet gelijk dat je in de H bent’. Rondom een groot appartementenblok staan afvalbakken met stapels vuilniszakken. Glazen flessen, etensresten en kartonnen dozen liggen verspreid over straat. Het ruikt er muf. Kraaien prikken wat in het rond. ‘De bewoners zijn het echt zat’, zegt Miskin, ‘Hier valt nog een wereld te winnen’.
De H-buurt is een van de locaties in Zuidoost met de meeste afvaloverlast. Bewoner Ahmed Abubakar (41) noemt de buurt ‘echt vies’. Hij woont al veertien jaar in het appartementenblok en heeft het gevoel dat de hygiëne de afgelopen jaren achteruit is gegaan. En dat gevoel sluit aan bij de cijfers. Vooral in 2024 ging het mis. Toen werd in de meeste maanden slechts de helft van de openbare ruimte in Zuidoost als voldoende schoon beoordeeld, terwijl de gemeentelijke norm op minimaal 80 procent ligt. Zuidoost kwam daarmee in het ‘rood’ te staan en werd het stadsdeel met de grootste afvaloverlast.

Wanhoopskreet
‘Toen heb ik een wanhoopskreet geslaakt’, vertelt Miskin en ze steekt haar armen in de lucht. Volgens haar was er namelijk geen gedragsverandering bij bewoners die de rode cijfers kon verklaren. Miskin heeft intern extra aan de bel getrokken. ‘Eén Amsterdam, één stad’, hield ze de gemeente voor. Sindsdien is er bij de uitvoerende directies meer aandacht voor Zuidoost en wordt het stapsgewijs beter.
Volgend op de rode signalering heeft de gemeente in het voorjaar van 2025 meer personeel ingezet om het stadsdeel schoon te maken. Zuidoost kwam weer in het groen. En er is sindsdien extra aandacht voor het ‘op orde krijgen van de uitvoering’, beaamt ook gemeentewoordvoerder Manon Koffijberg. ‘Ik hoop alleen dat dit structureel is, en niet een tijdelijke reactie op mijn aandringen’, zegt Miskin.
Miskin loopt intussen weer richting het Anton de Komplein, de plaats waar het stadsloket is gevestigd. Ze groeide op in Zuidoost, begon tien jaar geleden met flyeren voor BIJ1, en is vanuit daar opgeklommen tot stadsdeelbestuurder. Afvalbeheer kwam toen onder haar portefeuille te vallen, een lastige opgave, vindt zij: ‘Omdat je niet altijd de invloed hebt die je zou willen, vooral als het gaat om uitbreiding van de capaciteit.’ Op straat wordt ze begroet, mensen zwaaien of pakken haar hand even vast. ‘Zuidoost verdient een gelijkwaardige inzet ten opzichte van de rest van de stad’.
Helaas is de positieve verandering nog niet voor iedereen merkbaar. In het drukke buurtcentrum De Handreiking, waar men via de keuken binnenloopt, zit vrijwilliger Carlien Oudejans (53). ‘Het blijft een puinhoop hier’, zegt zij. De bewoners die aan tafel zitten knikken instemmend.

Verantwoordelijkheid van bewoners?
Ook de gemeente noemt de afvalsituatie ‘weerbastig’. Woordvoerder Koffijberg wijst onder meer naar ‘een gedragsprobleem’, waarbij grof- en huishoudelijk afval niet op de juiste manier wordt weggegooid. Miskin benadrukt echter dat de verantwoordelijkheid niet geheel bij de bewoners ligt. De focus op het gedrag van de inwoners van Zuidoost vindt Miskin onterecht. In het centrum wordt afvalproblematiek vaak gewijd aan toerisme, in Zuidoost is het al snel de schuld van de bewoners, stelt zij. ‘Wij als gemeente moeten een basis leveren en vanuit daar kunnen bewoners hun steentje bijdragen’.
Bij die basis hoort ook dat je écht met de burger in gesprek gaat, vindt Miskin. De culturele diversiteit in Zuidoost is groot, met meer dan 170 verschillende nationaliteiten, waardoor mensen verschillende relaties tot afval hebben. Zo leggen sommige bewoners vanuit hun geloof voedselresten buiten voor de dieren. ‘Een mooi gebaar, maar het verergert het rattenprobleem,’ zegt Miskin.
Ook wonen er in Zuidoost mensen die nieuw zijn in Nederland en de regels rondom afval nog niet kennen. Martino Ofonghor (45) uit Senegal is zo’n bewoner. De regels zijn voor hem inderdaad onbekend, wel probeert hij de straten schoon te houden: ‘Ik veeg de stoep bijna elke dag.’
Om met buurtbewoners van verschillende achtergronden in gesprek te gaan, wordt door het stadsdeel afvalinformatie ook in verschillende talen aangeboden, zoals in het Engels, Spaans, Sranan Tongo, Papiamentu en Twi. En dat heeft effect: bewoners zijn steeds meer betrokken bij het afvalbeheer, zoals bijvoorbeeld te zien is aan het groeiende aantal containeradoptanten. ‘Als gemeente en bewoners hebben wij allebei een rol, en daar moeten we nog harder aan werken om een schoon Zuidoost te krijgen’, zegt Miskin.

Meer mensen betekent meer afval
Intussen loopt Miskin weer onder een viaduct door. Opnieuw verandert de sfeer. Voor een gloednieuw gebouw met een grote glazen entree, waar met gouden letters “Frame Building” in is gegraveerd, staat ze stil. ‘Ja, het is wel een andere vibe dan vroeger in de Bijlmer’, stelt Miskin, en ze trekt haar schouders op.
Het stadsdeel verandert inderdaad snel, vooral door de vele nieuwbouw. Naar verwachting zal het aantal bewoners de komende tien jaar met zo’n 30- 40.000 woningen groeien en het inwoneraantal van 90.000 bijna verdubbelen. Ze wijst naar de postbussen van het gloednieuwe gebouw: verstopt achter een afgesloten deur. Om erbij te komen moet je eerst worden binnengelaten. ‘Dat is anders dan die “mijn deur staat altijd open”-mentaliteit van Zuidoost,’ zegt Miskin en voegt lachend toe: ‘Als ex-flyeraar valt dat je gelijk op.’
Met al die nieuwkomers zullen de uitdagingen rondom afval niet kleiner worden. Even verderop komt het geruis Miskin alweer tegemoet. ‘Meer mensen betekent meer afval’, zegt ze, ‘juist daarom moeten we nu doorpakken, voor alle bewoners’. Op het Anton de Komplein aangekomen, roepen marktlieden in het rond, mensen spreken elkaar aan, kinderen spelen vrolijk op het plein. De zon is doorgekomen.
