Hoe realistisch is een verdachteportret? ‘Als ik de blik goed vang, heb ik aan waarheidsvinding gedaan’

Meerdere rechtbankportretten verschenen er van ‘Chris Jude’, verdachte van de moord op de 17-jarige Lisa van vorige zomer. Op alle tekeningen is zijn gezicht herkenbaar te zien. Toch lijken het wel verschillende mannen. Welke afwegingen schuilen er achter het werk van een rechtbanktekenaar?

De rechtbanktekening die Stanziani van Chris Jude maakte. Beeld: Adrien Stanziani voor NU.nl

Een norse, harde blik met ogen waar toch iets van ellende en verdriet achter schuil lijkt te gaan. Het is het glimmende en gelikte rechtbankportret van ‘Chris Jude’, verdachte van de verkrachting en moord op Lisa dat Nederland vorig jaar schokte. Die naam gaf hij zelf op, zijn echte identiteit is onbekend. Op woensdag 11 februari vindt de tweede zitting plaats, maar via het portret, gemaakt door Adrien Stanziani, verschijnt zijn gezicht al regelmatig in de media. 

‘Het ging me om een bepaalde blik in zijn gezicht, die ik wilde hebben,’ vertelt Stanziani. Hij is rechtbanktekenaar, een van de jongsten in de kleine beroepsgroep van rond de tien personen in Nederland. ‘Als ik die blik goed vang, heb ik aan waarheidsvinding gedaan. Daar focus ik ook op, meer dan of hij sprekend lijkt.’

Dan is daar de tekening van Aloys Oosterwijk, al 22 jaar rechtbanktekenaar van beroep: een meer klassieke schets van Jude. Maar het lijkt wel een andere man dan op de tekening van Stanziani. Hij lijkt wat jonger, meer beteuterd maar toch ook boos.

Plaatsing van de tekenaarsstoel

‘Ik ga er altijd blanco in’, vertelt Oosterwijk. Vooroordelen die hij soms heeft over verdachten, weet hij te parkeren als hij zijn werk doet in de rechtszaal. ‘Dan verleg ik de focus. Ik probeer zo goed mogelijk vast te leggen hoe hij praat, hoe hij zijn verhaal doet.’ Hoewel beide portretten verschillend zijn, geven ze wel allebei een kijkje in het gelaat van Jude en daarmee een goede voorstelling van zijn ware uiterlijk.

Vaak wordt een verdachte vanaf zijaanzicht getekend. Dat kan een keuze zijn van een tekenaar of een enkele keer door een goed onderbouwd verzoek van een rechter of advocaat, als het bijvoorbeeld om een heel gevoelige zaak of kwetsbare verdachte gaat. Vaker heeft het te maken met de plaatsing van de tekenaars, vertelt Stanziani. ‘Nu zat ik er het beste voor van ons drieën. Ik zag dat Aloys veel meer struggelde om de verdachte überhaupt te zien.’

In grote rechtszaken staan er vaak stoeltjes klaar voor de tekenaars, meestal tegen de linkerwand, schuin achter de verdachte. Wanneer de verdachte tijdens de strafeis naar de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) kijkt, hebben de zij goed zicht op de uitdrukking van de verdachte. Maar er is altijd een stoel die net vanuit de beste hoek staat. ‘Meestal is het wie het eerst komt, wie het eerste maalt. Maar het gaat gemoedelijk. We zien elkaar echt als collega’s,’ vertelt Oosterwijk.

Te herkenbaar?

Rechtbanktekenaars werken in opdracht van de media en moeten zich houden aan de persrichtlijn. Daarin staat dat journalisten het publiceren van beelden waarop verdachten makkelijk herkend kunnen worden, moeten voorkomen. In de rechtszaal zijn foto’s daarom niet welkom, maar is een getekend portret toegestaan. In de richtlijn wordt niet uitgeweid over wanneer een tekening te realistisch is of vanuit welke hoek de verdachte getekend mag worden.

Advocate Bénédicte Ficq is dan ook kritisch op de vrijheid die tekenaars hebben in de rechtszaal. In 2023 tekende zij bezwaar aan tegen een rechtbanktekenaar die haar cliënt vanuit de hoek waar ze zat zeer herkenbaar in beeld zou kunnen brengen. Dat deed zij toen uit bescherming voor de verdachte, die volgens Ficq erg kwetsbaar was, mede door een stoornis. De rechter gaf hier uiteindelijk gehoor aan en verzocht de rechtbanktekenaar te verplaatsen naar een plek met minder goed zicht, wat tot veel discussie leidde.

Ficq vindt dat verdachten in het algemeen beter beschermd moeten worden tegen de soms levensechte portretten. Volgens haar spelen bij iemand die een strafbaar feit pleegt persoonlijke omstandigheden vaak een rol die diegene kwetsbaar maakt. Daarnaast komt er al heel veel naar buiten tijdens de rechtszaak, vindt ze: ‘Die publiciteit reist al je hele leven met je mee. Er mag nog iets van privacy overblijven, vind ik. En dat is je uiterlijk.’

Ontwapenend

Liever zou ze zien dat de beslissing vanaf welke plek er getekend wordt bij de verdachte zelf en de advocaat ligt. ‘Dus niet hoe er getekend wordt, maar vanuit welke hoek dit gebeurt.’ Ik zie het niet als een belemmering van de persvrijheid als iemand van achteren de tekening maakt. Privacy van de verdachte hoort zwaarder te wegen.’

Stanziani begrijpt die kritiek. Een verdachte is immers ook maar een mens en daarbij nog geeneens een veroordeelde. Maar hij noemt ook het belang van de openbaarheid van het recht in Nederland, waar hij met zijn tekeningen aan kan bijdragen. ‘Als je wil weten hoe een verdachte eruit ziet, kun je ook gewoon naar de zitting toe gaan. Ik vind dat een tekening juist iets ontwapenends heeft.’

De keuze om Jude’s gezicht zo pontificaal vast te leggen, heeft vooral te maken met de aantrekkelijkheid van de tekening. ‘Als het niet goed lukt om mijn werk te vervaardigen of ik heb slecht zicht, krijg ik misschien geen opdrachten meer.’ In gevallen waarbij herkenning voor de verdachte extra gevoelig ligt, kiest hij soms in overleg met de krant wel voor een andere focus dan het gezicht.

AI illustraties

Toch zien beide mannen zichzelf niet als fotorealistische tekenaars. Waar Oosterwijk zijn schetsachtige stijl als ‘old school’ omschrijft, ziet de jonge Stanziani zichzelf als innovator in het vakgebied. Beide tekenen ze op iPad, maar Stanziani maakt gebruik van verschillende tools waarmee hij in hoog tempo speelt met kleur, lagen aanbrengt, delen vervaagt en zo tot een ultragepolijst portret vol scherpte-diepte effecten komt. 

Waar de tekenaars elkaar niet in kunnen vinden is de rol van AI in het vakgebied. Stanziani ziet de AI-tools in zijn tekenprogramma vooral als hulpmiddel ‘zolang je als artiest zelf de regie behoudt’ en is blij met die artistieke vrijheid vanuit de kranten. Oosterwijk ziet het vooral als bedreiging van de ambacht van hun vak, waarin verlies van vertrouwen bij het publiek op de loer ligt. Zo maakten de twee rechtbanktekenaars mee dat een zelfbenoemde journalist stiekem een foto maakte tijdens een zitting en daar vervolgens met AI een levensechte portrettekening van liet maken.

Dat advocaten steeds minder staan te springen om een tekenaar in de zaal, merkt Stanziani duidelijk. Het komt steeds vaker voor dat een advocaat een tekenaar probeert weg te sturen of zijn komst zelf probeert tegen te houden. ‘Ze blijven dan vaag over het wel of niet aanwezig zijn van de verdachte tijdens de zitting. Wanneer een rechtszaak lang reizen is, kiest een krant soms uit voorzorg om me er niet heen te sturen en geen onnodige kosten te maken. Als de verdachte er dan wel bleek te zijn, is dat zo frustrerend.’

Tekenaar Oosterwijk heeft niet zoveel boodschap aan de angst van advocaten dat hun cliënt te herkenbaar in beeld wordt gebracht. Tekenen is nou eenmaal toegestaan in de zaal en hij doet volgens de richtlijn zijn werk: ‘Moet ik dan minder mijn best doen op een tekening? Dat zou toch hetzelfde zijn als ik de advocaat vraag om de verdediging eens wat minder goed uit te voeren?’