Hoe recyclewinkel Droppie Amsterdams afval bestrijdt

Zwerfafval en bijplaatsingen zijn in Amsterdam al jaren een hardnekkig probleem. Met recyclewinkel Droppie probeert ondernemer Stef Traa recyclen net zo makkelijk en aantrekkelijk te maken als weggooien.

Er leunt een vuil matras tegen een container, daarnaast ligt een magnetron. Iets verderop staat een halve biertafel. Afval dat niet in de container past en daarom maar op straat wordt gezet: typisch Amsterdam. Officieel mag grofvuil op vaste dagen aan de weg worden gezet en haalt de gemeente het dan op, maar in Amsterdam-West, waar ondernemer Stef Traa (31) woont, staat er altijd troep.

‘Ik zag bijplaatsingen en zwerfafval elke dag; waar ik ook liep,’ vertelt hij. ‘Het is in veel grote steden een structureel probleem. Niet per se omdat mensen het bewust verkeerd doen, maar omdat goed recyclen in de stad ingewikkeld is.’

Langs zes locaties
Wie afval wil recyclen in Amsterdam, moet langs meerdere adressen. Statiegeldflessen en -blikken moeten naar de supermarkt, elektronica moet naar een speciaal inzamelpunt, textiel weer ergens anders en de milieustraat is er voor grof vuil, maar daar kom je zonder auto niet. ‘Je moet zes of zeven plekken langs om alles goed te doen. Dat is echt een obstakel,’ zegt Traa. ‘En je krijgt er nooit waardering voor. Alleen één keer per jaar een hoge afvalstoffenheffing.’

Volgens hem is afval daarom geen kennisprobleem, maar een kwestie van gemak: zolang recyclen moeite kost, winnen de goede intenties het simpelweg niet. 

Die gedachte vormt de basis van het kleurrijke Droppie, de moderne én schone recyclewinkel die Traa samen met medeoprichter Natascha Hermsen opzette. Het idee is eenvoudig: één plek in de wijk waar bewoners al hun afval kwijt kunnen én er iets voor terugkrijgen.

Cash for trash
In de winkel in West is het een komen en gaan van buurtbewoners. Een vrouw schuift een volle tas met statiegeldflessen leeg in de klep van de ‘Dropper’, een bulkstatiegeldmachine die tot tweehonderd flesjes en blikjes tegelijk verwerkt. Verderop legt iemand oud plastic op een plateau van een AI-inleverrobot, die herkent het materiaal en weegt het voor de juiste verwerking. 

‘Alle drops worden geregistreerd via een QR-code,’ verklaart Traa. ‘Elk item heeft een waarde. De beloning wordt uitgekeerd via de Droppie-app, of kan worden gedoneerd aan een goed doel.’

Het hogere doel is om onnodige verspilling tegen te gaan. Zo is in de afgelopen dertig jaar bijna tien procent van de wereldwijde goudvoorraad verloren gegaan door gebrekkige recycling, weet Traa. 

Doorgroeien
Dat het concept van de recyclewinkel aanslaat, blijkt uit de ruim 51.000 huishoudens die zich in anderhalf jaar aansloten, verspreid over elf Droppie-locaties. In Amsterdam had de eerste recyclewinkel een jaar nodig om de eerste 10.000 gebruikers te bereiken. In Den Haag lukte dat in vier maanden.

Die snelle groei smaakt naar meer. Het doel is om dit jaar door te groeien naar zeventig locaties. Droppie richt zich daarbij op stedelijke gebieden, waar de afvalproblematiek het grootst is. Eerst de vier grote steden, daarna eventueel randgemeenten. 

Afvalsysteem
Behalve statiegeld zamelt Droppie ook andere afvalstromen in. Bezoekers kunnen terecht voor opzetborstels, kurk, matrassen, frituurvet, olie, textiel en elektrisch afval zoals routers. Door die gescheiden inzameling is Droppie in staat om hoogwaardige materialen en producten terug de keten in te brengen.

Droppie pretendeert niet het bestaande afvalsysteem te vervangen. ‘Onze grootste concurrent is nog steeds de restafvalcontainer,’ zegt Traa. En zelfs als er op elke straathoek een recyclewinkel zou staan, blijft een deel van de mensen hun vuil in de grijze bak gooien. Maar voor wie wél wil, moet de drempel zo laag mogelijk zijn. Anders blijft dat matras naast de container liggen. ‘En daar moeten we vanaf.’