Zij-instromers op de basisschool: ‘Je merkt echt dat ze waarderen dat je er bent’

‘We gaan het lerarentekort tegen door het aantrekkelijker te maken om later in je carrière leraar te worden als zij-instromer.’ Dat staat in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. Drie zij-instromers in het Amsterdamse basisonderwijs vertellen NAP Nieuws over hun carrièreswitch.

Het lerarentekort, het verschil tussen het aantal werkzame leraren en het aantal leraren dat op basis van het aantal leerlingen nodig is, was 12,2 procent in het Amsterdamse basisonderwijs in 2025. Het traject Zij-instroom in Beroep (ZiB), waarbij professionals uit een ander vak zich versneld kunnen omscholen tot onderwijzer, moet hier een oplossing voor bieden. Zij-instromers staan al vanaf dag één betaald voor de klas.

Claudia van Hoeckel (27), leerkracht bij een groep 4 in Zuid

Claudia van Hoeckel werkte eerder als mondhygiëniste, maar haalde daar weinig voldoening uit. ‘Na mijn werk kwam ik thuis en was ik helemaal op. Ik weet nog dat ik een keer een lijst met voor- en nadelen van mijn werk had gemaakt. Toen had ik een hele lijst met minpunten en een klein aantal pluspunten, zoals dat ik in de trein een boek kon lezen.’

‘Ik wilde al mijn hele leven met kinderen werken, omdat ik kinderen zo puur en leuk vind.’ Na een beroepskeuzetest en wat meeloopdagen besloot ze het roer om te gooien. Al na de eerste dag voor de klas, voelde ze zich een stuk energieker dan bij haar vorige baan. ‘Dat was voor mij echt een inzicht. Als mondhygiënist voerde ik elk half uur dezelfde handelingen uit, terwijl ik als leerkracht steeds weer een andere werkdag heb.’

De waardering van de kinderen helpt daarbij. ‘Toen ik een keer een middagje ging meekijken op een andere school, dachten mijn leerlingen dat ik voorgoed weg ging. Toen kwam de hele groep op me af rennen voor een groepsknuffel: ‘Je moet blijven, je mag niet weggaan!’ Toen kon ik wel huilen, zo lief was het. Dan merk je echt dat ze waarderen dat je er bent. Je ziet ze zoveel uren per week, dat je echt een band opbouwt met die kinderen.’

Michel Bruynseels (37), leerkracht bij een groep 4 in Oost

Michel Bruynseels werkte, na de hotelschool, als brandmanager bij verschillende hotels in Amsterdam. ‘Ik wilde iets gaan doen met meer relevantie voor de wereld. Iets wat meer betekent dan eigenaren aan het einde van de dag tevreden stellen met cijfers. Ik vind het nu heel gaaf om te zien dat kinderen zich ontzettend goed ontwikkelen. Dan weet je dat de stof blijft hangen en dat je als leraar goed op je plek bent.’

Eerder begon hij aan de pabo, maar maakte dit niet af. ‘Ik vond het lesgeven toen erg klassikaal en vrij strikt.’ Bruynseels merkt dat er nu meer wordt gekeken naar individuele behoeften van kinderen. ‘In plaats van te verwachten dat je dertig kinderen stil op een stoel houdt en allemaal hetzelfde leert, kijk je nu meer naar die individuele verschillen. De één kan vooruit werken omdat hij verder is, maar die ander heeft juist extra begeleiding nodig.’

Uit zijn vorige baan neemt Bruynseels veel mee naar het onderwijs. ‘Moeilijke gesprekken die ik op mijn vorige baan bijvoorbeeld had met externe partners, zijn handig om mee te nemen voor oudergesprekken. Je laat je minder snel opjutten. Een kind kan weleens pittig doen, maar ik heb ook weleens een man van vijftig gehad die tegen mij stond te schreeuwen. Ik kan dat daardoor beter relativeren.’

Fien van Snippenberg (25), leerkracht bij een groep 1/2 in Zuid

Fien van Snippenberg deed hiervoor een master onderwijswetenschappen, maar wist nog niet goed wat ze ermee wilde doen. Nu gebruikt ze haar kennis in de praktijk, bij de kleuterklas. ‘Ik heb veel geleerd over leertheorieën en hoe goed onderwijs eruit ziet. Toch was het spannend om echt zelf les te geven en verantwoordelijk te zijn voor een groep. Dan merk je pas echt wat wel werkt en wat niet.’

‘Ik vind de kleuterklas heel leuk, omdat daar zoveel gebeurt en ze zich snel ontwikkelen. Dat is heel leuk om van dichtbij te kunnen zien. Ik snap niet, dat niet iedereen deze baan wil. Je bent heel belangrijk voor die kinderen, je kan echt iets voor ze betekenen. Dan bedenk ik me dat er ook mensen zijn die de hele dag op kantoor achter hun computer zitten. Ik zou wel weten wat leuker is.’

Ook zij merkt de waardering van de kinderen. ‘Ik was twee maanden op reis, en toen ik terugkwam waren de kinderen helemaal door het dolle heen. Ze lieten me de hele dag niet meer los. Één meisje zei de hele tijd tegen me, ‘Fien, ik hou van je’. Dat is zo lief, dat vind ik echt het leukste, dat ze zo aan je gehecht raken, en ik ook aan hen.’