‘Amsterdam is een liberale stad’

Met Eric van der Burg als fractieleider, schoof de VVD in het college van de Amsterdamse gemeenteraad aan bij de PvdA en GroenLinks. Partijen die de VVD de jaren daarvoor nog fel bekritiseerde. Is Van der Burg de man die Amsterdam een stukje liberaler maakt?

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van Amsterdam zit Eric van der Burg (44) met een glimlach achter de tafel met burgemeester en wethouders. Hij fluistert en lacht wat met zijn buurman, wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks). Als Van der Burg tijdens de vergadering het woord krijgt, praat hij duidelijk en zelfverzekerd. Met zijn roze overhemd en roze-met-wit-en-zwart-gestreepte stropdas, valt hij op.

Van der Burg is sinds 2004 fractievoorzitter van de VVD in de Amsterdamse gemeenteraad. Daarnaast is hij regiodirecteur bij zorginstelling de Osiragroep Amsterdam. Al bijna heel zijn leven woont hij in een huurhuis in Amsterdam Zuidoost. Het maakt hem al met al geen stereotype VVD’er, beseft ook Van der Burg zelf: “Ik woon niet in Amsterdam-Zuid, zoals mensen wel van een VVD’er verwachten. En ik werk in de zorg. Daar bestaat het vooroordeel over dat je dan wel links móet zijn. Ik ben dus een voorbeeld van iemand die de vooroordelen over de VVD bestrijdt.”

Van der Burg staat bekend als vriendelijk, collegiaal, maar ook als een felle debater. Hij werd door Job Cohen bij diens vertrek als burgemeester “een geweldige oppositieleider” genoemd. “De woorden van Cohen waren geen onvriendelijke woorden,” zegt Van der Burg met een glimlach. “De VVD heeft de rol in de oppositie met verve gespeeld.”

De tijd in de oppositie is nu voorbij. Met acht zetels is de VVD de tweede partij van Amsterdam. De liberalen schoven aan bij de PvdA (vijftien zetels) en GroenLinks (zeven zetels). Partijen die de VVD de jaren daarvoor in de oppositie nog met felle woorden bekritiseerde, vooral als het over de vertrutting van Amsterdam ging. Van der Burg is nu als wethouder verantwoordelijk voor onder meer zorg en welzijn, sport en recreatie, Schiphol en personeel.

Is het uitvoeren van het kraakverbod in Amsterdam het resultaat van de VVD in het college?

Van der Burg: “Amsterdam gaat de wet uitvoeren. Dat is een besluit van de driehoek [politie, justitie en gemeente, red.]. GroenLinks en PvdA hebben aangegeven dat ze dat besluit te ver vinden gaan. Ik sluit niet uit dat de VVD het niet ver genoeg vindt gaan.”

Wat merken Amsterdammers van de VVD in het college?

“We zitten sinds 19 mei in het college. Het duurt even voordat je het beleid hebt omgegooid. Vraag het over vier jaar nog maar een keer. Dan hebben we het Europees Kampioenschap atletiek binnengehaald; Hebben we de bezuinigingen in de zorg opgelegd vanuit Den Haag zo getransformeerd dat ‘zorgen voor’ tot ‘zorgen dat’ is verworden; Dan is Schiphol uit het economische dal geklommen met hulp van de gemeente en is Amsterdam financieel een gezonde stad met minder regels.”

Critici zeggen dat de VVD tijdens de collegeonderhandelingen te veel compromissen heeft gesloten.

“Een collegeakkoord is een kwestie van compromissen sluiten. Er zijn punten als de openingstijden van winkels waarin de VVD en GroenLinks elkaar vinden. We zijn beide liberaler dan de PvdA. VVD en PvdA vinden elkaar weer in het stimuleren van de economie. Maar er zijn ook zeker punten die de VVD heeft bereikt. Er wordt bijvoorbeeld 32 miljoen geïnvesteerd in Park & Ride plekken. Ook weet ik zeker dat VVD’ers zich goed kunnen vinden in de begroting.”

De VVD noemt zichzelf dé mobiliteitspartij van Amsterdam. De parkeertarieven moesten een euro goedkoper, de zogenoemde ‘Euro van Erik’. Maar dit is niet direct terug te vinden in het akkoord.

“De parkeertarieven gaan niet omhoog, noch omlaag. Toch is de Euro van Erik gedeeltelijk ingevoerd. De inflatie wordt niet doorberekend in de parkeertarieven, waardoor de tarieven komend jaar niet met vijftig cent omhoog gaan. De helft van de Euro van Erik is dus binnengehaald.”

En hoe zit het met de openingstijden van de horeca? In het collegeakkoord staat dat de deelraden daarover gaan besluiten en niet de ondernemers zelf, zoals de VVD graag had gezien. Maar was dit niet juist een paradepaardje van de VVD als oppositiepartij? Hét voorbeeld van de vertrutting van Amsterdam waar de VVD zich zo tegen heeft verzet?

“GroenLinks en de VVD zijn het op het punt van openingstijden met elkaar eens, maar hebben samen nog steeds niet meer zetels dan de PvdA, die wel vast wil houden aan sluitingstijden. De komende tijd wordt geëxperimenteerd met vrije openingstijden voor de horeca. Is dat zover als wij zouden willen gaan? Nee. Maar het is een kwestie van compromissen sluiten. VVD en GroenLinks hebben andere dingen wel voor elkaar gekregen. Neem het nieuwe terrasbeleid dat vanaf 1 april van start gaat. Er mag weer staand gedronken worden. De VVD – en GroenLinks in mindere mate – heeft daar het voortouw in genomen.”

De VVD is dan wel de tweede partij van Amsterdam, maar acht zetels zijn er een stuk minder dan de vijftien die de PvdA koestert. Is Amsterdam daarmee niet nog steeds een PvdA bolwerk?

“Door de vijftien zetels vind ik het logisch dat de PvdA in het stadsbestuur zit. Dat heb ik op de dag van de verkiezingsuitslag nog gezegd: de PvdA in het college en de VVD ook, als tweede partij. Daarbij is Amsterdam een liberale stad. Dat bedoel ik niet in politieke zin, maar cultureel. Alles moet hier kunnen, regels worden kritisch bekeken.”

In de landelijke politiek is het voor de VVD, PvdA en GroenLinks een stuk moeilijker om samen te werken, blijkt uit de pogingen om een coalitie te vormen voor een nieuw kabinet. In Amsterdam lukte het wel. Is de VVD in Amsterdam linkser dan landelijk?

“Nee. Het verschil komt doordat de vraagstellingen waar je mee te maken hebt op stedelijk niveau anders zijn dan op landelijk niveau. Wij gaan niet over Uruzgan of het asielbeleid. Zaken waarin partijen veel principiëler tegenover elkaar staan. We zitten hier in Amsterdam op uitvoeringsniveau en we delen als partijen één problematiek: die van de stad. Dat we daarover soms andere ideeën hebben dan de landelijke VVD is normaal, dat heeft elke partij. Ik ben persoonlijk bijvoorbeeld fel tegen de bezuinigingen op kinderopvang. Dat komt omdat er in Amsterdam een hoop alleenstaande moeders zijn en voor hen kunnen deze bezuinigingen verregaande gevolgen hebben. Maar dit verschil in standpunt is niet principieel. Het gaat om uitvoeringsverschillen. Ik ben net zo liberaal als Mark Rutte.”

Noemt u zichzelf bewust liberaal en niet rechts?

“Ik ben op sommige punten rechts, bijvoorbeeld wanneer het gaat over veiligheid of defensie. Maar als het gaat om euthanasie, abortus of het homohuwelijk, dan zal je me als liberaal kwalificeren. Er zullen op sommige punten ook wel linkse stempels op me gedrukt kunnen worden, maar dat is een kenmerk van liberalen denk ik.”