‘Het is uit met die Oost-Duitser, ik ben nu met Erkan’

schijnhuwelijkSuzanne (55)  is drie keer getrouwd: met een Oost-Duitser, een Turk en een Koerd. Door met Suzanne te trouwen kregen de mannen een verblijfsvergunning. Een illegale constructie. “Het gevoel dat je verschil kan maken, is het mooiste dat er is.”

“De eerste keer was met een jongen uit Oost-Duitsland. Hij zat in de gevangenis omdat hij een kritisch stuk had geschreven in een studentenblad. Na zijn vrijlating moest hij daar zo snel mogelijk weg. Een West-Duitse vriend vroeg mij of ik kon helpen die jongen naar het Westen te krijgen door hem te trouwen. Of eigenlijk, het was niet eens trouwen, het ging alleen om een samenlevingscontract. Ik moest een paar handtekeningen zetten en dat was het. Ik was 24, ik was vrij. Ik dacht: als ik iemand zo zijn vrijheid kan geven, dan moet ik dat gewoon doen.

“Ik heb hem één keer gezien. Eerlijk gezegd vond ik hem niet zo leuk. Als iemand jaren in de bak heeft gezeten, wordt-ie er misschien ook niet gezelliger op. Hij stelde zich nederig op, hij was heel dankbaar dat ik hem had geholpen. Ik werd daar ongemakkelijk van. ‘Zo, zullen we nog een biertje drinken?’, zei ik maar. Het werkte helemaal niet! Iemand uit het Westen moest hem inviteren en garant staan voor zijn inkomen. Dat was ik. Daarna zijn we ieder onze weg gegaan. Na drie jaar werd het contract ontbonden, ik heb er weinig van gemerkt.”

Suzanne (55) is klein en tenger, maar oogt strijdvaardig. Haar leven draait om het helpen van anderen. Ze werkte met zwakbegaafde kinderen in tehuizen, begeleidde tienermoeders en geeft tegenwoordig les aan moeilijk opvoedbare jongeren. Het uitzetten van asielzoekers gaat haar bijzonder aan het hart. Ze is drie keer getrouwd met het doel de ander een verblijfsvergunning te geven.

Een schijnhuwelijk, heet dat formeel. Minister Leers (Immigratie en Asiel, CDA) wil de regels ter voorkoming van schijnhuwelijken nog verder aanscherpen. Zijn voorstellen richten zich vooral tegen slecht geïntegreerde ‘importbruiden’ en schijnhuwelijken als verkapte vorm van mensenhandel. Maar de motieven kunnen ook heel anders zijn, toont het geval van Suzanne. Na haar eerste schijnhuwelijk ontmoette ze Erkan, een gevluchte Turk.

Schijnhuwelijk

Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt gesloten met het doel een verblijfsvergunning te verkrijgen voor een van de partners. Als een van de aanstaande echtgenoten niet over Nederlandse nationaliteit bezit, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring van de korpschef van de politie krijgen. Pas dan mag de ambtenaar een huwelijk sluiten.

Op 1 november 1994 is de ‘Wet Voorkoming Schijnhuwelijken’ in werking getreden. Deze wet heeft het doel schijnhuwelijken te voorkomen of achteraf nietig te verklaren. Partners worden apart van elkaar ondervraagd door de politie en er kan achteraf worden gecontroleerd of de partners daadwerkelijk samen wonen. Ook geeft de wet de mogelijkheid om in het buitenland gesloten schijnhuwelijken niet te erkennen.

Afgelopen maand heeft de ministerraad ingestemd met een voorstel van minister Leers (Immigratie en Asiel, CDA) om het asielbeleid verder aan te scherpen. De vereiste termijn om in aanmerking te komen voor voortgezet zelfstandig verblijf wordt voor huwelijkspartners verlengd van drie naar vijf jaar. Bovendien wordt de mogelijkheid van een beroep op bijstand twee jaar uitgesteld. “Het kabinet wil daarmee voorkomen dat relaties worden aangegaan met als enig doel het verkrijgen van een verblijfsvergunning”, aldus Leers.

Communist

Suzanne: “Erkans vader was communist en had als leraar op een basisschool geschiedenisles gegeven op een manier die de autoriteiten niet zinde. Als straf werd Erkan vooraan in het front geplaatst in de oorlog tegen de Koerden. Hij is te voet gevlucht over de bergen, via Syrië naar Nederland. Na een jaar bleek dat hij geen aanspraak maakte op een verblijfsvergunning.

“Toen ik hem leerde kennen sprak hij drie woorden Nederlands: slapen, nee en waarom. Dan riep hij ‘waarom? waarom? waarom?’, terwijl hij het antwoord toch niet begreep. Hij kon met weinig woorden plezier maken; ik mocht hem meteen.

“Een huisgenoot uit mijn woongroep had ons aan elkaar voorgesteld en mij gevraagd of ik Erkan  zou willen trouwen voor een verblijfsvergunning. Ik hoefde er niet lang over na te denken. Ik zou er financieel wat op achteruitgaan: ik was alleenstaande moeder en kreeg daarvoor een toeslag, die door het huwelijk kwam te vervallen. Maar dat vond ik niet zo’n probleem. Het is maar geld. Door het huwelijk zou Erkan bestaansrecht krijgen. In vergelijking daarmee stelt geld niet veel voor.”

Verliefd

“Om zes uur ’s ochtends moesten wij ons melden bij de vreemdelingenpolitie in Amsterdam Zuid-Oost. Daar stonden een rij met wel honderd mensen: Afrikanen, Arabieren, Russen, alles door elkaar. Iedereen was nerveus, maar onderling was er sterke solidariteit. Er werd koffie en thee uitgedeeld, flessen whisky doorgegeven. Ik vond het bijzonder daar te staan. Ik dééd iets, ik hielp iemand. Het gevoel dat je verschil kan maken, is het mooiste dat er is.

“Het overtuigen van de vreemdelingenpolitie ging vrij eenvoudig. We zeiden dat we van elkaar hielden, voor elkaar waren gemaakt. Hij zou niets liever willen dan voor mijn dochtertje zorgen. Een helder verhaal. De agent vroeg nog wel even naar die Oost-Duitser. ‘Dat is uit, ik ben nu met Erkan’, zei ik, en daarmee was de kous af. We ondertekenden een contract en het was geregeld.

“Erkan was niet nederig of dankbaar. ‘Ik wil me er niet schuldig over voelen’, zei hij later, toen hij beter Nederlands sprak. Hij was een trotse Turk, die niet afhankelijk wilde zijn van een vrouw. Maar het was ook een principekwestie: hij zag vrijheid als een recht, niet als iets wat ik hem gaf en waarvoor hij iets moest terugdoen. Precies zo dacht ik er ook over.

“Hij kwam niet bij mij wonen. Dat was ook niet nodig, daar werd toen nog niet op gecontroleerd. Wel zagen we elkaar regelmatig. Langzaam werd ik verliefd op hem. Alles wat we aan de vreemdelingenpolitie hadden verteld werd met terugwerkende kracht waar. We hebben een relatie gehad, tot hij terugging naar Turkije. Want daar is hij altijd heel duidelijk over geweest: zodra het kon, zou hij teruggaan. Na vijf jaar was het zo ver. We hebben onze relatie nog een jaar aangehouden, maar het ging niet. Het heeft niet zo mogen zijn.”

Ondervraagd

“Op een dag was ik aan het hardlopen in het Vondelpark en kwam ik Hakan tegen, een Koerd die ik kende via mijn woongroep. Hij was totaal overstuur: het was uitgeprocedeerd en zou worden teruggestuurd naar Turkije. Hij werd daar vervolgd omdat hij pro-Koerdische gedichten had gepubliceerd, maar het was hem niet gelukt dat aan te tonen bij de IND. Ik vroeg hem bij mij langs te komen om te kijken wat we konden doen. Trouwen bleek de enige oplossing. De beslissing was vrij snel genomen. Hakan liep gevaar in Turkije, hij was doodsbang. Ik wil mezelf altijd in de spiegel kunnen blijven aankijken en weten dat ik heb gedaan wat ik kon doen. Ik zei: ‘Hakan, we gaan het gewoon doen.’

“Dit keer was alles anders. Het was 1995, er was net een nieuwe wet ingegaan [zie kader, red.]. We werden apart genomen door de vreemdelingenpolitie en uur lang bestookt met vragen. Wat hebben jullie gisteren gegeten? Waar hebben jullie elkaar leren kennen? Wat is zijn verjaardag? Wat is jullie stamkroeg? Het ging maar door. We gaven totaal verschillende antwoorden. We aten nooit samen en hadden helemaal geen stamkroeg. Na een uur kregen we pauze en kwamen we elkaar tegen op de gang. Hakan was lijkbleek. ‘We moeten stoppen’, zei hij, ‘het gaat mis’. Ik werd opeens heel fel. ‘We gaan helemaal niet stoppen’, zei ik, ‘we moeten nu doorpakken!’

“Ze hebben mij opnieuw apart genomen. Drie agenten kwamen om mij heen staan. ‘Je hebt het al twee keer gedaan, we hebben je door’, zeiden ze. ‘Je doet het voor het geld.’ En: ‘Je bent een slechte moeder. Je loopt het risico dat we je kind afnemen.’ Ik moest huilen, omdat ze het op mijn kind speelden. Het allerdierbaarste dat ik heb. Maar ik werd ook verschrikkelijk boos. Wie zijn jullie om zo over mij te oordelen?, dacht ik. Ik bleef volhouden dat ik van Hakan hield en voor altijd bij hem wilde blijven. ‘Bewijs maar dat het niet zo is’, zei ik.”

Kind

“Ze hebben me laten gaan. We kregen een verklaring waarmee we konden trouwen. Ik weet eigenlijk niet waarom, ik denk niet dat ze mij geloofden. Hakan kreeg een verblijfsvergunning, maar we waren allebei erg aangedaan door de intimidaties. Nog maandenlang hebben we in angst geleefd. Hij bleef een tijd logeren in de woongroep, voor het geval dat de politie zou controleren of we wel samenwoonden. We moesten alle medebewoners op de hoogte brengen. Als de politie zou komen voor Hakan, zouden ze zeggen dat hij even boodschappen aan het doen was en hem daarna bellen om te zeggen dat hij zo snel mogelijk moest komen.

“Ook mijn dochter moest ik vertellen wat er aan de hand was. Zij was toen acht. Daar heb ik moeite mee gehad, dat mijn dochter jarenlang op haar hoede heeft moeten zijn. Mijn eerste impuls was geweest Hakan te helpen. Dat mijn dochter erbij zou worden betrokken, had ik niet voorzien. Ik heb haar geprobeerd uit te leggen wat er aan de hand was, in haar woorden. Het gaat om bestaansrecht. Je geeft iemand een bestaan die er van de autoriteiten niet mag zijn. Wij zijn vrij, maar sommige anderen niet. Wij zijn verplicht heb te helpen. Ik denk dat ze het begreep.”

Oorlog

“Mijn vader heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet gezeten. Daar heeft hij nooit over gesproken. Zeven jaar geleden verscheen is er een onderzoek over hem. Ik kreeg het rapport toegestuurd door de auteur, mijn ouders waren al overleden. Toen pas kwam ik er achter hoe heftig het is geweest wat hij allemaal heeft gedaan. En toen pas begreep ik mijzelf en mijn eigen handelen wat beter. Mijn vader sprak niet over de oorlog, maar ik ben wel opgevoed met het idee dat je je moet inzetten voor anderen. Je moet handelen, was het idee. Anders ben je een lafaard.

“Mijn vader heeft nachtenlang persoonsbewijzen vervalst voor Joden. Waarschijnlijk heeft hij ook mensen gefusilleerd. Door zijn verzetswerk moest hij onderduiken. Hij heeft extreme angsten moeten doorstaan. Niet alleen hij, maar ook mijn moeder, die al die tijd op hem heeft gewacht. Ik denk dat hij daardoor is getraumatiseerd.

“Ik heb hetzelfde als mijn vader: ik doe wat me op dat moment goed lijkt. Mijn eerste impuls is helpen, pas later zie ik wat de gevolgen zijn. Godzijdank is het met Hakan goed afgelopen. We hebben geluk gehad. In de tijd dat hij bij mij logeerde is hij verliefd geworden op een van mijn huisgenoten. Zij hebben nu samen een kindje en runnen een restaurant in Amsterdam. Ik ben peettante van hun kind en pas vaak op. We hebben een intieme band. Een band die niet bestaat uit nederigheid of dankbaarheid, maar uit liefde.”

De namen in dit artikel zijn om privacyredenen gefingeerd.