‘In Engeland had ik geld, hier ben ik gelukkig’

Migranten geven Amsterdam karakter. Wie zijn ze en hoe zag hun eerste dag in Amsterdam eruit?

Lin Sargents (59) verliet Londen op 38-jarige leeftijd en begon een nieuw leven. Nu is ze de eigenaar van The British General Store op de Eerste Constantijn Huygensstraat, in Amsterdam Oud-West.

“Een waarzegger vertelde me ooit: op een dag zul je in Amsterdam of in San Fransisco wonen. Ik dacht dat het San Fransisco zou worden maar toen twee vrienden, Joe en Zia, me vroegen met hen in Amsterdam te wonen dacht ik, waarom niet?”

Lin Sargents: 'Mijn strategie: klanten tevreden houden.'
Lin Sargents: ‘Mijn strategie: klanten tevreden houden.’

“We waren met z’n drieën: twee homo’s en ik. Ik was 38, zij waren iets jonger en we kwamen allemaal uit Londen. We waren niet rijk, maar we hadden genoeg geld om een aantal maanden rond te komen. Ik had een reusachtige koffer met al mijn spullen erin en ik vond het spannend. Toen we aankwamen gingen we gelijk naar twee appartementen kijken. Het eerste appartement was verschrikkelijk, een krot in Amstelveen. Het tweede appartement was wel mooi. Dat kozen we.

“Het waren de silly little things die het leven zo leuk maakten. Jehova’s getuigen op zondag bijvoorbeeld. In Londen haalt niemand het in zijn hoofd om mensen te storen op een rustdag, maar hier is het heel normaal. Op een van de eerste zondagen ging de bel. Er stonden twee meisjes, Jehova’s getuigen. Ik was op dat moment boos op Joe omdat hij nooit opruimde in het huis dus ik nam de twee meisjes mee, zette ze in Joe’s slaapkamer en deed de deur dicht. Joe deed zijn ogen open en zag de twee meisjes staan die hem over God gingen vertellen. Prachtig.

“In Londen had ik geld, maar hier ben ik gelukkig. In Amsterdam ben ik vrij. Ik stap op de fiets en in tien minuten ben ik op het platteland. Vlak voordat ik Londen verliet was ik zo boos op iedereen, ik herkende mezelf niet meer. De overheid maakte het steeds moeilijker om mijn reisbureau open te houden en ik zag Engeland voor mijn ogen veranderen. De wijk waar ik alle winkels en bewoners kende, veranderde in een een wijk met grote supermarkten waar alleen maar buitenlanders werkten. Ik voelde me een vreemde in mijn eigen land. Hier is het gemakkelijker om een buitenlander te zijn. Het maakt me minder uit wat er in Amsterdam gebeurt omdat ik geen Amsterdammer ben; ik sta er buiten.

“In Londen had ik veel met mijn hoofd gewerkt dus toen ik naar Amsterdam ging, wilde ik iets met mijn handen doen. Na een baantje in een hotel en in een homo-coffeeshop wou ik iets voor mezelf beginnen. Ik zag een gat in de markt en vulde het met dit kleine winkeltje waar ik Engelse producten verkoop. Dat is nu negen jaar geleden. Mijn strategie is: klein beginnen en de klanten die je hebt tevreden houden. Zij vertellen het door aan vrienden en zo hoef je bijna geen reclame te maken. Ik kocht spullen, verkocht ze weer en alles wat ik daarmee verdiende stopte ik in de winkel. Langzaam heb ik op die manier een voorraad opgebouwd. Nu heb ik eigenlijk veel te veel spullen. Gisteren ben ik nog gevallen over een berg Christmas pudding. Ik heb er een gigantische bult op mijn hoofd aan over gehouden. Eigenlijk is het tijd voor een uitverkoop.”