Amsterdams carnaval met d’Osseknarren

In het zuiden van Nederland barstte vrijdag het carnaval los. Tot en met vanavond wordt er gezongen, gedanst en bier gedronken. Ook in Amsterdam wordt vijf dagen lang gefeest. De wijk Osdorp heeft namelijk een eigen carnavalsvereniging: d’Osseknarren. Hoe vieren Amsterdammers zo’n typisch zuidelijk feest?

Middenin een blok huizen in Osdorp staat de Ossestal, een oude gymzaal. Het is zaterdag, negen uur ’s avonds en stil op straat. Niets duidt erop dat er een feest gaande is, behalve het clownsmasker boven de deur van het witte gebouw. Maar zodra je door die deur gaat, val je middenin het feestgedruis. Een man met een grote, witte snor (“ja, die is echt”) begeleidt de gasten in een polonaise de zaal binnen. Daar dreunt Jordanese muziek door de speakers en dansen de dansmariekes op het podium. De man met de witte snor is Willem Kuijper, lid van de raad van elf en dit jaar ceremoniemeester. Hij moet zorgen dat het feest in goede banen loopt. Kuijper laat een galerij aan prinsen en prinsessen zien: de geschiedenis van d’Osseknarren. Ze bestaan 42 jaar en hun tradities zijn gebaseerd op Limburgs en Duits carnaval. Er zijn dansmariekes, een senaat, een raad van elf en een prins. “Carnaval met een klein Amsterdams tintje,” vertelt Kuijper. “We hebben onze eigen muziek, eigen kleuren en carnavalsgroet.” Hij maakt een reeks vreemde handgebaren en roept “Osseknarreeeen!”

Prinses Kruimeltje, Peter van Velzen, Willem Kuijper en hofdame Kalimero (Foto: Claartje Vogel)
Prinses Kruimeltje, Peter van Velzen, Willem Kuijper en hofdame Kalimero (Foto: Claartje Vogel)

Prinsen en prinsessen
Kuijper draagt een groot, wit pak en een hoge hoed met veren in de clubkleuren. Om zijn nek hangt een kluwen medailles, die hij heeft gekregen van prinsen en prinsessen van andere clubs, in de jaren dat hij zelf prins was.

De naam van de prinses van dit jaar, Kruimeltje, doet haar lengte van anderhalve meter eer aan. Kruimeltje, in het dagelijks leven Josje Stroethoff (52), draagt een grote paarse jurk, een kroon, een scepter en heeft een zware ambtsketting om haar nek. “Het is een grote eer dat ik dit jaar gekozen ben, ik loop nu tweeëntwintig jaar mee in de vereniging. Het is een ceremoniële functie: ik moet de pers te woord staan en medailles uitwisselen met andere verenigingen. Vanavond zijn de Turftrappers uit Almere bij ons op bezoek en vanmiddag hebben we meegelopen met de carnavalsoptocht in Noordwijkerhout. Dat was echt een happening! Omdat Heineken is gestopt met sponsoren en de vergunningen te duur zijn, hebben we zelf geen optocht meer.” Kuijper vindt dat echt een gemis. Vroeger had Amsterdam dertien verenigingen, nu zijn alleen de Geuzenkneuters en d’Osseknarren nog over.

Dat d’Osseknarren nog bestaan is volgens voorzitter Peter van Velzen te danken aan de eigen accommodatie van de vereniging. “In 1991 hebben we de Ossestal via de gemeente goedkoop kunnen kopen. Er gebeurde niets meer met de oude gymzaal en wij waren uit onze voegen gegroeid. De rest van het jaar verhuren we de zaal voor feesten en partijen. Dat zorgt voor inkomsten.”

Vergrijzing
De carnavalsvereniging begon in 1971 in de Sint Pauluskerk en heeft nog ongeveer 200 leden. Elk jaar worden het er minder, de vereniging vergrijst. Een vrouwelijke Osseknar van middelbare leeftijd vertelt dat er ook veel mensen lid zijn voor de andere activiteiten die de vereniging organiseert. “Nu is het carnaval, maar ik sta hier omdat ik eens in de veertien dagen in de Ossestal kom klaverjassen. Dan hoort naar een feestje gaan er ook een beetje bij.” Ze is niet verkleed, in tegenstelling tot Gerard van Veen, die als erelid in vol ornaat met een biertje in zijn hand staat. De gepensioneerde man is een van de oprichters van d’Osseknarren. Tweeënveertig jaar geleden was hij collectant bij de katholieke Sint Pauluskerk. “We zijn allemaal echte Osdorpers, het is niet alsof we het vanuit Brabant of Limburg meegenomen hebben. Iedereen is welkom!”

De gemiddelde leeftijd van de leden ligt rond de vijftig. “Vroeger hadden we twintig dansmariekes, nu zijn het er nog drie,” vertelt Kuijper. Charmaine Sneekes (16) danst bij d’Osseknarren en is daarmee een van de jongste leden. Ze legt uit dat het lastig is om meer clubgenoten te werven, omdat veel Amsterdammers niet weten wat een dansmarieke is. “Ze denken dat we een soort streetdance doen.”

De dames voeren rond twaalf uur hun laatste act op en het bestuur bedankt prinses Kruimeltje. Er liggen nog vier feesten in het verschiet: zondag het Boerenbal, maandag trekt de club naar Oeteldonk(Den Bosch), dinsdag is het Pupillenbal voor mensen met een beperking en woensdagavond sluit de club af met het Haringhappen. De actieve leden kijken al uit naar het vierde jubileum van d’Osseknarren (vier keer elf jaar). Maar gekeken naar de vergrijzing onder de leden en het gebrek aan steun van buitenstaanders, is het nog maar afwachten of er een toekomst is voor carnavalsverenigingen in Amsterdam.