“De taal spreken is de eerste stap om je ergens thuis te voelen”

Khalda Ibrahimsaeed en Mieke Reijn (Foto: Alexandra van Ditmars)
Khalda Ibrahimsaeed en Mieke Reijn (Foto: Alexandra van Ditmars)
Amsterdam bouwt duizenden huizen, verwelkomt massa’s toeristen en biedt hulp aan vluchtelingen. De hoofdstad is populairder dan ooit, maar hoe gastvrij is zij? NAP onderzoekt het. Deze keer: Nederlandse les van het Amsterdams Buurvrouwen Contact.

WEST – “Weet je nog Khal, dat je eerst de woorden huur en hoer door elkaar haalde?”, zegt Mieke Reijn (71) lachend. Khalda Ibrahimsaeed (29) giechelt. “Ik zal die fout nu niet meer maken, maar het verschil tussen de oe en de uu blijft lastig.” De twee vrouwen zitten op de zwart-witte leren bank in Khalda’s tweekamerwoning in Amsterdam-West. Hier komt Mieke sinds een jaar elke week langs om Khalda Nederlandse les te geven. Eerst kletsen ze altijd even bij op de bank, daarna doen ze aan tafel taaloefeningen.

De taalles aan huis is een initiatief van de stichting Amsterdams Buurvrouwen Contact (ABC), waarvoor ruim tweehonderd vrijwilligers actief zijn. “ABC richt zich op anderstalige vrouwen in Amsterdam, die mede vanwege taalachterstand een geïsoleerd leven leiden”, legt Mieke uit. De meeste deelneemsters kennen de gratis taallessen via zorginstellingen of hulpverleners. Khalda kwam via een vriendin van de inburgeringscursus bij ABC terecht.

Zelfredzaam
De lessen helpen Khalda bij het inburgeren, maar het is nog belangrijker om haar zelfredzaam te maken. “De taal spreken is de eerste stap om je ergens thuis te voelen, wat nodig is om deel te nemen aan de maatschappij”, zegt Mieke.

Vier jaar geleden kwam Khalda vanuit Sudan naar Amsterdam, waar haar man toen al woonde. Zij hebben in Nederland twee kinderen gekregen, Wafee (3) en Osman (6 weken). Tijdens haar eerste zwangerschap was Khalda veel afhankelijker van haar man. “Ik kon niet alleen naar de vroedvrouw, omdat ik de vragen niet begreep. Ook kon ik niet zelf de dokter opbellen om een afspraak te maken.” Bij de tweede zwangerschap kon zij dat allebei wel, vervolgt Khalda breed lachend.

De dames verplaatsen naar de tafel en pakken het huiswerk van vorige keer erbij. De taaloefeningen die Khalda lastig vond, nemen zij samen door. Daarna pakt Mieke een stadsdeelkrant uit haar tas. “Khal, kun je omschrijven wat je allemaal op de foto’s ziet?”

Andere keren nemen zij reclamefolders door, of oefenen met verschillende soorten telefoongesprekken. Ook hebben ze af en toe een ‘buitenles’, zoals een bezoek aan het Amsterdam Museum of een rondvaart door de grachten.

Hoofd-schouders-knie-en-teen
Wafee komt binnenrennen en klimt op zijn moeders schoot. Zijn vader Osama komt erachteraan: “Nee niet nu, mama heeft les.” Wafee gaat aan zijn moeders lange, gele jurk hangen en luistert niet. “Oké, laten we dan maar even hoofd-schouders-knie-en-teen doen”, zegt Mieke. Wafee springt op en gaat met zijn handen op zijn hoofd klaar staan. Twee dansjes later ploft hij tevreden op het bed dat naast de tafel staat.

De bel gaat. “Dat zal Frida al zijn”, zegt Mieke. Frida is een coördinator van ABC die elk kwartaal bij leskoppels langsgaat en de vooruitgang evalueert. Na het bewonderen van de baby feliciteert ze Kahla. “Ik hoorde net pas dat je het inburgeringsexamen schrijven hebt gehaald, wat goed!”

Frida en Mieke bespreken het lesmateriaal en bedenken een nieuw uitje – Artis of de bibliotheek. Daarna is het tijd om de doelen van de lessen opnieuw vast te stellen. “De rest van de inburgeringsexamens halen”, zegt Khalda resoluut. Wanneer gevraagd wordt naar een doel op de langere termijn, beginnen haar ogen te glimmen. “Rechten studeren aan de universiteit. Dat heb ik in Sudan ook gedaan, maar Nederland heeft een totaal ander rechtssysteem.”