De schatten van Amsterdam

Vorig jaar bezochten bijna achttienduizend onderzoekers het Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat. Ze doen onderzoek naar hun familie, huizen of buurt. Drie archiefzoekers vertellen over hun zoektocht naar een stukje verborgen Amsterdam.

Informatiecentrum van het Stadsarchief. Foto: Doriann Kransberg, Stadsarchief Amsterdam.
Informatiecentrum van het Stadsarchief. Foto: Doriann Kransberg, Stadsarchief Amsterdam.

Foto: Marnix de Paula Lopes.
Foto: Marnix de Paula Lopes.

21 burgemeesters en een admiraal
Marnix de Paula Lopes (47): “Toen ik net negen jaar oud was, verloor ik mijn vader. Ik wist toen niet eens wie mijn opa was en hoe ik aan mijn achternaam kwam. Nu ben ik zo’n dertig jaar bezig de levensverhalen van mijn voorouders uit te zoeken. Of ze wat hebben betekend, klein of groot. Mijn vier grootouders komen uit vier verschillende landen: Brazilië, Engeland, Nederlands Indië en Nederland. Uiteindelijk bleek dat mijn familie 21 burgemeesters van Amsterdam telt. Nu ben ik op zoek naar de band tussen VOC-oprichter Geurt Dirckszoon van Beuningen en de eerste VOC-admiraal Steven van der Haghen, beiden voorouders.

“Van der Haghen liep als twaalfjarig jongetje weg om aan te monsteren op een koopvaardijschip. Uiteindelijk reisde hij drie keer de wereld rond en veroverde hij Ambon op de Portugezen. Eenmaal in Nederland ging hij handelen in buskruit. Hier in Amsterdam vond hij een koper. Hij kreeg een voorschot van drieduizend gulden voor tienduizend pond buskruit, in die tijd waren dat meerdere jaarsalarissen. Dat koopcontract heb ik hier in het archief gevonden. Het onderzoek kost me veel tijd, maar een familielid uit België sponsort me zodat ik uiteindelijk een boek over Steven van der Haghen kan schrijven.”

NSB ledenlijst
Theo Kuijl (50): “Als kleinkind van een NSB’er werd thuis niet over het onderwerp gesproken. Later ging ik zelf vragen stellen. Sinds een jaar doe ik mijn promotieonderzoek naar de rechtspositie van geïnterneerde NSB’ers. Er zijn tienduizend geïnterneerden vermist en velen omgekomen. In de Da Costastraat staat een schoolgebouw waar mensen werden vastgehouden, aan de Levantkade een loods waar zesduizend mensen zaten opgepropt. Veel bewakers waren zelf net terug uit Oost-Europa en kopieerden dezelfde toestanden die ze daar hadden meegemaakt.

“Ik ontdekte een collaborerende landwachter die na zijn executie door het verzet nog werd gefouilleerd door de politie. In het politierapport staat dat ze tweeduizend euro hebben afgepakt. Later is daar een briefje over geplakt dat het geld is teruggegeven aan de familie. Pas in 1952 is een overlijdensakte opgesteld, door de agent die dat geld heeft afgepakt. Toevallig was het jaar daarvoor een parlementaire enquête uitgevoerd, dus hij moet toen gedacht hebben dat de kust veilig was.

“Via via, ik kan u niet vertellen hoe, kwam ik aan een ledenlijst van alle NSB’ers. Daardoor kan ik voor het eerst objectief onderzoek doen naar hun behandeling. Hiervoor is het altijd een wellesnietesdebat geweest. Volgens het NIOD was de berechting vrij mild. Veel onderzoekers waren oud verzetsmensen en zij zien een collaborerende landwachter. Ik zie een mens. Dat ik zelf afstam van een NSB’ers beïnvloedt mijn objectiviteit niet, het zorgt er alleen voor dat ik dieper doorgraaf.”

Foto: Gaia van Bruggen
Foto: Gaia van Bruggen

Verborgen liefdeshotel
Gaia van Bruggen (66): “Wat ik zoek? Dat kan ik nu juist niet vinden. Ik ben op zoek naar de plaats van Hotel de Munt, ofwel La Monnaie. Het hotel stond rond 1860 in Amsterdam, aan het begin of einde van de Kalverstraat. Een man gaf zijn minnares schriftelijke aanwijzingen hem daar te ontmoeten. Ik kan u niet vertellen wie die man en vrouw zijn, want dan verklap ik de biografie die ik nu schrijf. Maar het is een bekend persoon. Hier in het archief zoek ik de plaats van het hotel op in adresboekjes uit die tijd, een soort van Gouden Gids. Kijk, ze hebben allerlei beroepen: houtdraaiers, koekenbakkers. Maar onder logementhouders staat het hotel niet.

“Vooruit, ik zal u toch vertellen om wie het gaat. Het is de tweede vrouw van de schrijver Multatuli. Ze heette Mimi Hamminck Schepel en bezocht hem stiekem in dat hotel. Hij was toen nog getrouwd met zijn eerste vrouw. Ze gingen niet met elkaar naar bed hoor, liefdesrelaties tussen man en vrouw waren toen anders. Maar het eerste contact vond daar plaats. Ik vind het leuk om te weten waar dat hotel heeft gestaan, zodat ik een foto kan maken van hoe het er nu uitziet. Ik ben twee middagen op zoek voor hooguit één zin. Maar het geeft kleur aan het verhaal. Hé kijk, ik zie een bekende naam in het adresboek onder koffiehuishouders. Ik ga er gelijk een kijkje nemen. Maar niet het adres opschrijven hè?”