Woonbioloog zoekt verborgen straling

Elektromagnetische straling: Je ziet het niet, maar het is overal. Woonbiologen geloven dat het schadelijk kan zijn. Zeker in een dichtbevolkte stad als Amsterdam. Woonbioloog Raymond Lescrauwaet meet het huis van redacteur Anne Vegterlo.

Anne's lichaamsspanning wordt gemeten op een kruk op het balkon. Foto: Rianne Oosterom
Anne’s lichaamsspanning wordt gemeten op een kruk op het balkon. Foto: Rianne Oosterom

Anne staat wankel op een krukje op haar balkon in Bos en Lommer. Drie hoog. De voeten van de vloer, want dat moet voor de meting: geen contact met de aarde. Het krukje kraakt. Woonbioloog Raymond Lescrauwaet geeft haar een apparaat dat millivolt meet. Ze moet in de draadjes knijpen. Buiten valt het mee met de spanning in je lijf zegt hij. Als Lescrauwaet zelf de meters vast zou hebben, zou de uitslag iets anders zijn. “Anne heeft wat minder volume dan ik. En misschien is mijn lichaam ook wel zouter, dat geleidt beter.”

Een woonbioloog meet woningen op elektromagnetische straling, ook wel elektrosmog. Je ziet het niet, maar het bevindt zich in ieder huis. Het gaat uit van elektrische apparaten, draden en hoogspanningsmasten. Er is bewezen dat deze straling er is, maar niet wat de effecten zijn. Volgens Lescrauwaet kan straling zorgen voor allerlei gezondheidsklachten, voornamelijk slapeloosheid. In een dichtbevolkte stad als Amsterdam is die straling groter omdat meer apparaten dichter bij elkaar zijn. Lescrauwaet heeft zo’n honderd klanten in de hoofdstad.

Woonbiologie iseen vrij beroep: iedereen mag zich zo noemen. Er zijn ongeveer tien professionele woonbiologen in Nederland, waaronder hijzelf. Hij werkt samen met professor Haas van de TU Delft, die een boek over Elektrostress schreef. Lescrauwaet meet met technische apparatuur en niet met wichelroedes, zoals ook gebeurt binnen de beroepsgroep. Een meting van een huis kost bij Lescrauwaet 240 euro, exclusief btw

Tijd om de slaapkamer te meten. Lescrauwaet kijkt op de display en schudt zijn hoofd. “Dit is niet goed. 795 millivolt. Zo moet je niet blijven slapen.” Vanaf honderd millivolt kan het schadelijk zijn, volgens de richtlijn van het wetenschappelijke instituut voor Bouwbiologie in Duitsland. De woonbioloog hanteert die. De Gezondheidsraad (GR) erkent deze richtlijn niet. Die lopen hopeloos achter volgens Lescrauwaet.

Anne wordt gemeten op haar bed. Foto: Rianne Oosterom
Anne wordt gemeten op haar bed. Foto: Rianne Oosterom

Zijn apparatuur wordt niet erkend door de GR, maar het kennisplatform voor elektromagnetische straling erkent wel dat de metingen die Lescrauwaet doet technisch gezien mogelijk zijn. Zijn apparatuur komt allemaal uit Duitsland en is aanbevolen door het instituut voor Bouwbiologie. Lescrauwaet kruipt naar de stekkerdoos achterin de slaapkamer. Hij trekt hem uit het stopcontact. De millivoltmeter schiet naar beneden. Hij loopt naar de meterkast aan de andere kant van het appartement. Hij zet de stroom uit. “Zie je, er blijft niets meer over!” roept hij naar Anne. “Het leven wordt steeds mooier!”

Anne heeft nog nooit iets gemerkt van de grote hoeveelheid straling in haar slaapkamer, maar dat komt, omdat ze waarschijnlijk niet ‘elektrogevoelig’ is, vertelt Lescrauwaet. “Het is net als een pinda-allergie. Mensen die allergisch zijn, krijgen klachten. Zo krijgen mensen die sensitief zijn ook klachten bij te veel straling. Meestal slapeloosheid, vermoeidheid of hyperactiviteit.”

Er is geen aantoonbaar causaal verband tussen elektromagnetische straling en gezondheidsklachten. Slapeloosheid en vermoeidheid kunnen ook andere oorzaken hebben. De Gezondheidsraad in Nederland erkent de wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van straling niet. “Maar er zijn wel honderden aanwijzingen. En ik heb het in de praktijk al heel vaak zien werken,” zegt Lescrauwaet. Zelf heeft hij vijfentwintig jaar onder een hoogspanningsmast gewoond. Hij leed destijds aan een vorm van leukemie, en wijt dat aan de straling. Hierdoor is hij gemotiveerd mensen bewust te maken van het gevaar van straling.

De woonbioloog meet de spanning op de koelkast op. Foto: Rianne Oosterom
De woonbioloog meet de spanning op de koelkast op. Foto: Rianne Oosterom

De woonbioloog pakt nu een kleine antenne om de hoeveelheid microwatt per vierkante meter te meten. Het apparaat maakt een hard en laag geluid als het in de buurt van de muur komt. “Aan de andere kant van de muur zit een vaste telefoonaansluiting. Ik hoor het aan het signaal.” Als hij het apparaat door Anne’s slaapkamer beweegt, steekt hij zijn vinger op: “Ja, hier hoor je hem. De zendmast. Dat is dat hoge geluid. Als je dit lang genoeg doet, herken je bijna alles.”

Lescauwaet sluit zijn metingen altijd af met een advies. Als Anne zich wil indekken tegen de telefoon van de buren moet ze de muur een likje stralingsvrije verf geven. Die is nog niet bij de bouwmarkt te koop, maar wel via zijn bedrijf. En voor een stralingsvrije nacht moet toch echt de stekkerdoos op de slaapkamer uit het stopcontact.


Volgens specialisten
De specialist op elektromagnetische straling van de GGZ Amsterdam: “Het enige wat de wetenschap nu over elektromagnetische straling zegt, is dat als je jarenlang uren per dag belt, je iets meer kans hebt op een hersentumor. En als kinderen onder hoogspanningslijnen wonen, is er sprake van een verhoogd risico op leukemie. Daar is statistisch verband tussen gevonden, maar dat er een oorzakelijk verband is, is niet aangetoond.”

Volgens een specialist bij het kennisplatform voor elektromagnetische straling: “De richtlijn voor Bouwbiologie is net zo betrouwbaar als het begrip woonbioloog. Niet wetenschappelijk erkend. Dat woonbiologen hun geld verdienen met het meten van woningen is voor ons weleens een ergernis.”