Biefstuk happen als een toerist

Steakhouse La Stego in de Damstraat
Steakhouse La Stego in de Damstraat

Amsterdam bouwt duizenden huizen, verwelkomt massa’s toeristen en biedt hulp aan vluchtelingen. De hoofdstad is populairder dan ooit, maar hoe gastvrij is zij? NAP onderzoekt het. Deze keer: uit eten bij een Argentijns steakhouse.

CENTRUM – Amsterdammers klagen er graag over: Argentijnse steakhouses. Je vindt er talloze in het centrum, soms wel zes in één straat. Dat is geen zuivere koffie, denken veel stadsbewoners. Tourist traps zouden de restaurants zijn, gerund door duistere types die naast de biefstukbusiness ook in, eeh, andere zaken actief zijn.

Maar witwaspraktijken of niet, uiteindelijk gaat het ook bij de steakhouses om de kwaliteit van het eten. Daar zit het probleem: geen van de zeurende Amsterdammers heeft natuurlijk ooit zélf bij zo’n Zuid-Amerikaans vleespaleis gegeten. Die blinde vlek moet maar eens opgehelderd, dus bezocht ondergetekende met de collega’s F. en M. restaurant La Stego in de Damstraat.

Over die naam lijkt het etablissement overigens zelf nog wat onzeker. Boven het raam staat in neonletters ‘Argentina Grill’, op het uithangbord prijkt ‘La Stego Steakhouse’ en op de ruit kleeft ‘Restaurant La Stego Grill’.

Twee horloges
Maar goed, dat is gezeur. Naar binnen dus, waar we direct achter de deur botsen op een jonge heer in een pak met niet aan één, maar aan beide polsen een dik horloge. “Hey guys”, horen we. Dat we Nederlands zijn, merkt de meneer pas nadat hij ons naar het tafeltje voor het raam heeft gedirigeerd. Op drie Russen na is de tent leeg, dan kan wat volk in de etalage geen kwaad.

We krijgen de in een lap koeienleer gestoken menukaart onder onze neus. M. en ik gaan voor de Argentijnse biefstuk, medium doorbakken, met patat. Collega F. eet geen vlees, hij bestelt de tomatensalade. Als zoethoudertje vragen we om een mandje brood. Dat blijkt inderdaad een mandje, want meer dan drie droge hompjes witbrood liggen er niet in.

Onze gastheer staat vlak naast ons tafeltje bij de voordeur op wacht. Als er buiten toeristen voorbij komen, vliegt hij met een menukaart op ze af. Dat daarbij de voordeur soms half open blijft staan zodat we in een zijstroom van de halve orkaan die door de smalle straat waait komen te zitten, is een nadeel van onze prominente zitplaats.

De biefstuk is vochtig, de groente ook
De biefstuk is vochtig, de groente ook

Cowboy
Tussen de windvlagen door arriveert het eten. Steak in z’n uppie op een bord, friet in een bak, saus in een Remia-zakje, geen gedoe. Garnering of salade schitteren door afwezigheid. Wat wil je ook: een echte Argentijnse cowboy zoals die op de muurschildering achter ons, heeft natuurlijk tussen het stieren temmen door helemaal geen tijd voor dergelijke poespas.

Overbodige opsmuk is er ook niet bij F.’s tomatensalade, die daadwerkelijk geheel bestaat uit twee in parten gesneden tomaten. Maar het gaat hier bij La Stego om het vlees, dus hoe is de steak? Lang niet slecht, zowaar. Het vlees is sappig, en best mals. De BBQ-saus (€1,90 extra) hoef je er dan weer niet op te doen, want daar zit geen smaak aan.

De gebakken groenten die we besteld hadden als bijgerecht zijn intussen nergens te bekennen. We zeggen het de manager, een rondlijvige man met een bril. Hij kijkt achterin de zaak op een bonnetje en roept: “Is niet besteld vriend! Wil je nog?” Vooruit dan maar. In de keuken trekken ze een blik open, en twee minuten later staat er een waterig schaaltje met asgrauwe champignons, broccoli en snijbonen op tafel.

De onmiskenbare tomatensalade
De onmiskenbare tomatensalade

Door de prima biefstuk waren er bijna nog ingestonken, maar nu weten we het zeker: La Stego is een op toeristen gerichte geldmachine. De rekening liegt er niet om, met 24 euro voor het biefstukmenu en een biertje. Hebben die klaag-Amsterdammers toch gelijk. Terwijl we afrekenen, stapt de manager af op drie toeristenmeisjes die net zijn binnengekomen. Joviaal biedt hij ze een tafel aan. “Quality very good!”