Nooit meer een vmbo-advies

Twee jongens fietsen op de hometrainers die onder hun schooltafeltjes staan. De één een kop groter dan de ander. Hun lengte verraadt hun leeftijdsverschil. Op de Spring High school in Amsterdam Nieuw-West zitten kinderen van tien tot veertien jaar samen in de klas. Ze hebben geen proefwerken, geen huiswerk en al helemaal geen gescheiden klassen voor vmbo, havo en vwo.

“Het is leuk!” roepen Ismaïl (11), Nesrine (13) en Nizar (12) door elkaar. “En we zitten op skippyballen”, zegt Nizar.  De drie leerlingen – van de veertig in totaal – zijn net een half jaar bezig, en het bevalt ze goed. Op een normale school zou Ismaïl nog op de basisschool zitten, en de andere twee op de middelbare school. Maar op Spring High zitten ze samen in de klas.

“Je kunt niet tegen een kind van twaalf zeggen: jij bent vmbo en dat blijf je ook”, zegt Camyre de Adelhart Toorop, initiatiefnemer van Spring High. Na jaren in het onderwijs was ze het zat dat kinderen aan het eind van de basisschool al bestempeld werden. “Dat prikkelt een kind niet om door te groeien.” En dus startte ze afgelopen najaar een nieuw lesprogramma, waarbij kinderen niet gescheiden worden per niveau of leeftijd.

[aesop_video align=”center” src=”self” hosted=”http://nap.journalismstudies.nl/wp-content/uploads/sites/2/2017/01/sequenceGANG.mp4″ disable_for_mobile=”on” loop=”on” autoplay=”on” controls=”off” viewstart=”on” viewend=”on” revealfx=”off”]

Het initiatief past in het toekomstbeeld van de VO-raad, de vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs. De raad presenteerde woensdag zijn plan om kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan. De oplossing? Een extra schooladvies, na het tweede jaar van de middelbare school. Op dit moment krijgen leerlingen in groep acht van de basisschool het eerste en enige schooladvies. Met het tweede schooladvies wil de raad de beslissing voor het definitieve schoolniveau uitstellen.

Leerlingen van verschillende niveaus en leeftijden samen lesgeven vraagt om een nieuwe aanpak. Daarom werken de leerlingen vooral aan projecten. Bijvoorbeeld over de nieuwe inrichting van het schoolplein. “Eerst moesten we het schoolplein opmeten”, legt Nesrine uit. “En daarna een plan maken waar iedereen mee instemde”, zegt Nisar enthousiast, “een voetbalveld, of basketbal. En dan op internet uitzoeken hoeveel het allemaal kost!”

Docenten geven nog maar sporadisch klassikaal les. Meestal lopen ze rond om verschillende projectgroepjes te begeleiden, of bespreken ze met elke leerling wat hij of zij wil leren. “Op een reguliere middelbare school ga je uit van het gemiddelde”, zegt sportdocent Lenny van der Schoot, “en breng je dat over aan de klas. Hier moet je als docent veel meer letten op de individuele begeleiding van een leerling.”

Zo veel individuele begeleiding klinkt als een droom voor ieder kind. Daarin schuilt ook de beperking van Spring High. Is het mogelijk om het kleinschalige karakter te bewaren als er veel meer leerlingen bij komen? In vergelijking met leerlingen op een reguliere middelbare school, vraagt de individuele benadering van de leerlingen veel tijd.

[aesop_video align=”center” src=”self” hosted=”http://nap.journalismstudies.nl/wp-content/uploads/sites/2/2017/01/sequenceKLAS.mp4″ disable_for_mobile=”on” loop=”on” autoplay=”on” controls=”off” viewstart=”on” viewend=”on” revealfx=”off”]

Dat kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zitten, vinden de leerlingen in ieder geval leuk. “Al m’n vrienden zijn ouder”, zegt Ismaïl. Voor initiatiefnemer De Adelhart Toorop is de sociale ontwikkeling zeker zo belangrijk als de cognitieve. “In het echte leven zul je ook moeten omgaan met mensen van allerlei leeftijden en met verschillende achtergronden.”

Ze maakten zich eerst wel zorgen dat de oudere leerlingen zich te oud zouden voelen voor de jongere, geeft docent Van der Schoot toe. “Maar als de jongere kinderen op het schoolplein annemaria-koekoek spelen, staat daar gewoon een jongen van 14 naast. Die vindt dat heel normaal.”