‘Creatieve broedplaatsen moeten ook mbo’ers toelaten’

AMSTERDAM – Kunstenaars en andere creatievelingen vinden vaak hun werkplek in één van de vele creatieve broedplaatsen in de stad. De subsidies en verlaagde huurprijzen die hiermee gepaard gaan, zijn aantrekkelijk. Maar er gelden strenge eisen om hiervoor in aanmerking te komen. Urban Resort, de grootste exploitant van creatieve broedplaatsen in de stad, vindt dat die voorwaarden de culturele diversiteit binnen de broedplaatsen belemmeren.

Zafer Yardakul

Urban Resort beheert ruim vijfendertigduizend vierkante meter aan creatieve broedplaatsen in Amsterdam. Hiermee faciliteert het aan ongeveer elfhonderd kunstenaars een werkplek of atelier. ‘Veel mensen zullen bij een broedplaats aan kippen denken’, zegt Zafer Yardakul, directeur van Urban Resort. ‘Maar het zijn puur werkplekken in een wat groter gebouw, waar kunstenaars met hulp van gemeentelijke subsidie tegen een laag tarief kunnen huren. Een atelierruimte kost minimaal 150 en maximaal 250 euro per maand.’

Toegangseisen
Om in aanmerking te komen voor een atelier met een lagere huur worden kunstenaars getoetst door de Commissie Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam (CAWA). Deze onafhankelijke commissie bepaalt aan de hand van vijf criteria of iemand in aanmerking komt om een ‘CAWA-ruimte’ te huren.

Hierbij wordt vooral gelet op opleiding en vaardigheden. ‘De norm is hbo-werk- en denkniveau’, zegt Martin Janssen van Bureau Ateliers en Broedplaatsen Amsterdam (ABA). ‘Autodidacten komen ook in aanmerking maar moeten wel minimaal vier jaar praktijkervaring hebben.’

Ambacht
Dat is iets wat Yardakul, sinds januari 2019 directeur van Urban Resort, graag anders ziet. Eén van zijn speerpunten is het creëren van meer culturele diversiteit binnen de broedplaatsen in de stad. Dat begint volgens hem bij het verruimen van de criteria om gebruik te mogen maken van een broedplaats met gereduceerde huur. ‘Nu moet je volgens het gemeentebeleid een hogere kunstopleiding hebben gevolgd om door de toetsing van CAWA heen te komen.’

‘Het lijkt mij een goed idee om die criteria te verruimen. Hierbij denk ik aan mbo-ambachten. Kunstenaars met een mbo-opleiding moeten ook in aanmerking kunnen komen om een ‘CAWA-ruimte’ te mogen huren. Daarmee maak je de broedplaatsen meer divers, met name op cultureel vlak. Maar dat is nu niet toegestaan.’

Loes Glas (38) met één van haar zelfgemaakte tassen

Dat dit de culturele diversiteit niet ten goede komt, zegt ook Loes Glas (38). De tassenmaakster huurt sinds 2016 haar atelier bij Urban Resort. Sinds kort is ze van broedplaats Acta in Slotervaart verhuisd naar Diemen waar recent de creatieve plek Stuart is geopend. ‘Voor Stuart moest ik opnieuw door de toetsing van CAWA heen. Een van de belangrijkste eisen is wel dat je een kunstopleiding hebt gevolgd. Met mijn studie aan de Filmacademie voldoe ik gelukkig aan deze voorwaarde.’

Kwaliteit
Glas erkent dat er inderdaad autodidacten in de broedplaatsen te vinden zijn, maar zij wel eerst beoordeeld worden op aantoonbare ervaring voordat zij gebruik mogen maken van de lagere huur via CAWA. ‘Alleen omdat zij geen hbo-diploma hebben. Dat is in mijn ogen niet helemaal eerlijk.’

Een mogelijke verruiming van die eis ziet Glas dan ook als een positieve vooruitgang. ‘Hoewel de wachtlijsten langer zullen worden, kan het niveau van de broedplaatsen hierdoor worden opgekrikt. Hoe meer aanmeldingen om uit te kiezen, hoe hoger de kwaliteit. Je moet die plek binnen een broedplaats verdienen op basis van je kunde en niet op basis van je opleidingsniveau.’

Maar volgens Maartje Wijnhoven, ambtelijk secretaris van CAWA, gebeurt dat ook. ‘Er wordt uiteindelijk altijd gekeken naar het werk van iemand. En goed werk, los van opleidingsniveau, kan zeker als positief getoetst worden. Maar laten we niet vergeten dat plekken voor kunstenaars schaars zijn en daar ook echt kunst gecreëerd moet worden.’ Uit nieuw beleid dat momenteel door de gemeente gemaakt wordt, zal volgens Wijnhoven blijken of die eis verruimd wordt.

Beeld: Renata Chede