Hoewel bijna een derde van het Amsterdamse inwoneraantal bestaat uit jongeren, voelt deze groep zich niet gehoord door de politiek. Wat kan de gemeenteraad van Amsterdam voor jongeren betekenen? ‘Jongeren zijn geen aliens, ze maken al decennialang deel uit van de stad. Praat met ze’, zegt Madelief Bolhuis, voorzitter van de Jongerenadviesraad Amsterdam.
In Amsterdam wonen zeker 270 duizend kinderen en jongeren. Dat is bijna een derde van het totaal aantal inwoners van de stad. Toch vinden zeven op de tien jongeren dat de politiek niet naar hen luistert, blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O. Zeker bij gemeentepolitiek, waarvoor Amsterdammers op 18 maart weer naar de stembus mogen, voelen jongeren zich over het algemeen maar weinig betrokken. Van de 18- tot 24-jarigen volgt bijna de helft de gemeentepolitiek nauwelijks.
Om de stem van jongeren wél te horen, richtte de gemeente Amsterdam in 2023 de Jongerenadviesraad Amsterdam (JARA) op. JARA bestaat uit dertien leden tussen de 16 en 25 jaar oud uit alle stadsdelen van Amsterdam. ‘Dat vinden we heel belangrijk’, vertelt Madelief Bolhuis (25) in het café van De Balie, waar ze werkt als online redacteur. Bolhuis is sinds deze maand voorzitter van de adviesraad. ‘In de geschiedenis van Amsterdam zijn Noord, Zuidoost en Nieuw-West heel erg verwaarloosd, dus wij hebben in alle stadsdelen vertegenwoordigers zitten van alle leeftijden en opleidingsniveaus.’
Zoals de naam al suggereert, geeft JARA advies – ‘gevraagd en ongevraagd’ – aan de gemeente Amsterdam. Tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen werkte de groep bijvoorbeeld samen met het verkiezingsteam van de gemeente Amsterdam om jongeren naar de stembus te trekken. ‘Uit onderzoek blijkt dat ervaring met een stembureau de drempel tot stemmen verlaagt. Die drempel hebben we proberen te verkleinen door jongeren via JARA met voorrang te laten werken op een stembureau. Daar krijg je meer betaald dan bijvoorbeeld in de Appie. Zo zijn 270 jongeren gaan werken op een stembureau.’

JARA adviseert de gemeente over de leefwereld van jongeren. Wat zijn de grootste problemen waar jongeren in Amsterdam momenteel tegenaanlopen?
‘De bestaanszekerheid komt echt in het geding. Dus dat alles duurder wordt, maar ook oplopende schuldenproblematiek door buy now, pay later en de woningnood. Op het NDSM-gebied in Noord, bijvoorbeeld, werden panden gekocht door vastgoedbeheerders die zoveel mogelijk geld wilden vangen. Daardoor worden woningen duurder, gaan de authentieke zaakjes weg en kunnen die zich daar überhaupt niet vestigen. Dat gaat ten koste van de betaalbaarheid, de sfeer en de cultuur daar. Wat Noord nodig heeft, zijn musea, een buurthuis, een leuke vintagewinkel. Het wordt nu zo gecommercialiseerd dat het voor jongeren die zijn opgegroeid in Noord heel moeilijk is om in dat stadsdeel te blijven.’
‘Maar de problemen waar jongeren tegenaanlopen variëren ook heel erg. Ze zijn afhankelijk van welke jongeren en op welke plek je het vraagt. Er is natuurlijk geen universele jongere. Het gaat van je niet gezien en gehoord voelen, je niet vertegenwoordigd voelen, tot woningnood, financiën, eenzaamheid, lessen die uitvallen door een docententekort. De problemen zijn heel wijdverspreid.’
Wat kan de gemeenteraad volgens jullie hierin betekenen?
‘Ze moeten in gesprek gaan met jongeren, dus naar de leefwereld van jongeren toegaan en niet maar één keer. Wat vaak gebeurt, is dat een oproep wordt gedaan aan jongeren om mee te praten en dan melden jongeren zich aan die de gemeente toch wel vinden. Terwijl juist de mensen die stil blijven, daar moet de gemeente actief haar best voor doen. Jongeren zijn geen aliens, ze maken al decennialang deel uit van de stad. Praat met ze. Veranderingen zoals in Noord zijn moeilijk terug te draaien. Daarom hameren we er zo op dat jongeren vanaf het begin worden meegenomen in besluitvorming. De gemeente wordt als organisatie serieus genomen als zij andere mensen serieus neemt.’
De gemeenteraadsverkiezingen zijn bijna. Welke hoop heb je voor wat een nieuwe gemeenteraad gaat betekenen voor jongeren?
‘Dat jongeren structureel worden meegenomen in beleidsvorming. In een ideaal scenario wil ik een methode net als in Helsinki, waarbij in elke vergadering één stoel is gereserveerd voor een jongere. Dan zit er altijd iemand aan tafel die het jongerenperspectief verkondigt en die meteen kan zeggen ‘ho ho, wat jullie hier nu zeggen, zo gaat dat echt niet’. Dat zou ik geweldig vinden. En ik hoef die jongere zelf niet eens te zijn, ik wil gewoon dat er een jongere zit.’
Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie ‘Aanhakers’, waarbij NAP Nieuws antwoord zoekt op de vraag: voor wie is de politiek eigenlijk?
