Nieuwe behandeling biedt veilig alternatief voor eczeempatiënten

Met een behandeling voor huidaandoeningen met blauwlichttherapie, won start-up Phlecs vorige week de regionale voorronde van de Zorginnovatieprijs. Amsterdammer David Aubert, CEO en co-oprichter van Phlecs, vertelt waarom deze nieuwe technologie een broodnodig alternatief biedt voor de bestaande behandelingen.

Zo’n 3 tot 5 procent van de Nederlandse volwassenen heeft last van eczeem. Blauwlicht kan de klachten van chronische huidaandoeningen zoals eczeem, jeuk en psoriasis, waarbij een ontsteking in de huid een belangrijke rol speelt, aanzienlijk verminderen. ‘Ons doel is om zoveel mogelijk patiënten te behandelen met blauwlichttherapie’, vertelt Aubert.

Philips werkte al langer aan lichttechnologie voor de gezondheid, maar liet dit om strategische redenen vallen. Aubert, hiervoor werkzaam bij Philips, besloot er samen met een aantal collega’s wel mee verder te gaan. Zo werd Phlecs zes jaar geleden opgericht.

Behandeling voor eczeem

‘We zien dat ongeveer 80 procent van de patiënten met eczeem ontevreden is met hun behandeling. Zij zijn actief op zoek naar een nieuwe therapie. Wij denken daar een goede oplossing voor te hebben.’

Deze patiënten kunnen hormoonzalf gebruiken, wat vanwege bijwerkingen niet voor iedereen geschikt is, of medicijnen, zoals ‘Biologics’, die met 20.000 euro per patiënt per jaar extreem duur zijn. ‘Veel patiënten gebruiken daarom therapie met UV-straling. Onderzoek heeft aangetoond dat blauwlichttherapie net zo effectief is, maar dan zonder de kans op huidkanker die UV-straling met zich meebrengt.’

‘Ook worden voor UV-therapie lampen gebruikt die kwik bevatten. Deze gevaarlijke stof mag vanwege EU-regulering niet meer gebruikt worden. Voor blauwlichttherapie wordt een technologie gebaseerd op LED gebruikt, zonder kwik.’

Blauwlichtbehandeling

Bij de behandeling wordt de patiënt, liggend op een behandeltafel met een veiligheidsbril op, blootgesteld aan blauw LED-licht. Eerst vijftien minuten op de rug, dan vijftien minuten op de buik. Dit wordt twee tot vijf keer per week herhaald.

‘Veel patiënten vinden de behandeling wel fijn. Vanwege de intensiteit van het blauwe licht is het ook lekker warm. Sommigen vallen zelfs in slaap. Na drie tot vijf herhalingen zien we dat patiënten al minder jeuk hebben. Na tien behandelingen zien we zelfs een vermindering van de jeuk van 50 procent: een enorme verbetering van de levenskwaliteit van patiënten,’ vertelt Aubert.

De kosten liggen nu tussen de vijftig en zeventig euro per behandeling. ‘Net als bij UV-therapie moet je wel om de vier à vijf maanden terugkomen. Het kan onhandig zijn om voor een behandeling van een paar minuten tien keer naar een kliniek te moeten. Om de gebruiksvriendelijkheid hoger te brengen, zijn we daarom bezig met de ontwikkeling van een thuisapparaat.’

Zo kan de aanbevolen hoeveelheid van twee of drie keer per jaar een cyclus van tien behandelingen, gewoon thuis plaatsvinden. De kosten liggen hierbij minimaal op duizend tot vijftienhonderd euro per jaar. ‘Hoe meer het gebruikt wordt, hoe meer we aantonen aan de zorgverzekeraar dat het kosteneffectief is, dat juist kosten bespaard kunnen worden met onze therapie. We proberen het wel bij de verzekering vergoed te krijgen zodat elke patiënt in Nederland het kan gebruiken, maar dit is een lang traject,’ zegt Aubert hierover.

Innoveren in de zorg

Een innovatie op de zorgmarkt brengen gaat niet makkelijk, merkt Aubert. ‘Dat komt vooral doordat het zo streng gereguleerd is, wat natuurlijk ook goed is. Door klinische validatie en veiligheidseisen is de ontwikkelingscyclus gewoon heel lang. Daarnaast moet je, om vergoeding te krijgen, niet alleen aantonen dat het werkt, maar ook dat het beter werkt dan andere oplossingen.’

‘Verder is er ook nog eens een gebrek aan zorgpersoneel, waardoor zo’n innovatie niet de hoogste prioriteit heeft. Het kost dus veel tijd en energie om een innovatie op de markt te brengen. Voor een start-up is het extra moeilijk, want we hebben geen miljoen klaarliggen om reclame te maken, terwijl de farmaceutische industrie heel veel kan doen.’