Vroeger gingen verhalen over machtsmisbruik vooral over mannen: onaangename visionairs die zich achter hun talent verscholen. In The Imposter verruilt regisseur Ada Ozdogan de klassieke mannelijke tiran voor een vrouwelijke machthebber. Het resultaat is een visueel indrukwekkend muzikaal Orkater-theaterstuk met sterke dramaturgie. Maar echt ontregelen doet het zelden. Met een ‘vrouwelijke schurk’ in de hoofdrol, blijven de pijnlijke structuren rondom machtsmisbruik abstract.
Vanaf de eerste scène presenteert de voorstelling zich als een film. Een halftransparant scherm toont noirachtige close-ups van een brandende sigaret en het gezicht van de fictieve regisseur Donna Walters.
Als die beelden wegvallen, verschijnt achter het doek een Amerikaans-ogende rechtszaal. Regisseur Walters staat er terecht, omdat twee acteurs (Oldie en Dimitri) haar beschuldigen van een werkwijze die hen psychisch en fysiek heeft beschadigd. De rechtbank is symbolisch bedoeld. Wat ze eisen, is niet duidelijk. Niemand heeft een advocaat.
Filmset en rechtbank
Het wordt een surrealistische voorstelling. In de rechtbank lopen feit en fictie in elkaar over: getuigenissen worden beeldmateriaal voor een nieuwe film, en scènes uit films worden bewijsmateriaal. Regisseur Ozdogan speelt zichtbaar met het snijvlak tussen theater en cinema.
Dat kan Ozdogan als geen ander. De acteurs spelen sterk en overtuigend, met dialogen die natuurlijk en organisch aanvoelen. De surreële scènes zijn sterk, symbolisch, experimenteel en nooit vermoeiend. Aan de zijkant zorgt indringende, bijna mystieke koormuziek bovendien voor een extra surrealistische laag.
Toch compenseert de uitstekende dramaturgie maar deels voor de gebrekkige systeemkritiek in het verhaal.
De nuances die verloren gaan
Het plot roept onmiddellijk associaties op met de film Tár, waarin een vrouwelijke regisseur een #MeToo-zaak bevecht. Maar waar Lydia Tár in Todd Fields film juist ontregelt door haar tegenstrijdigheden – tegelijk verleidelijk, kwetsbaar en destructief – is Donna vooral het evenbeeld van een mannelijke tiran. Ze schreeuwt, kleineert, manipuleert. Ze is schuldig, onsympathiek, soms ronduit pretentieus.
Daarmee verdwijnt precies datgene wat verhalen over macht interessant maakt: de ambiguïteit. Machtsmisbruik gaat zelden over één dader, maar ontstaat in een web van bewondering, ambitie en angst. Het misbruik wordt normaal gevonden, mensen voeren rechtvaardigingsgronden aan. Wie een hogere functie heeft of tijdelijk op een breekbaar voetstuk gezet is door de machthebber, wordt een stille medeplichtige. Werknemers zijn bang. Ook onderling ontstaat er ruzie.
We horen over de lange vriendschappelijke geschiedenis tussen Walters en haar acteurs. Dat is bij uitstek geschikt om die machtsstructuren te onderzoeken. Dáár had de voorstelling kunnen snijden, maar dat doet het niet. We weten nauwelijks waaróm de acteurs keer op keer wilden blijven spelen in de films van Walters.
Hollywood-rechtszaak
We zien geen afhankelijkheid, niets van de angstige gedachte ik heb al zoveel opgegeven, waarom nu stoppen?, of van het sluimerende besef ik heb toch niets anders meer over en dit is mijn identiteit.
Misschien is dat een kwaaltje van deze tijd: we hebben eindelijk ruimte om machthebbers te cancellen, maar vergeten soms dat macht pas echt interessant wordt wanneer niemand volledig gelijk heeft. Niemand kiest immers volledig vrijwillig voor pijn zonder dat daar iets tegenover staat: nabijheid, erkenning, de belofte van verbetering.
Het verbaast in die zin niet dat er is gekozen voor een Amerikaanse rechtszaal: het doet denken aan een Hollywoodinterpretatie van machtsmisbruik. The Imposter presenteert vooral waarheden die nauwelijks nog schuren: en precies daarom voelt het minder gevaarlijk dan het had kunnen zijn.
De voorstelling speelt 7 februari in de Meervaart in Amsterdam.
