Van vleermuizen tot rugstreeppadden: nachtdieren in Amsterdam

Vleermuizen, vossen, rugstreeppadden en alen. Welke nachtdieren leven er allemaal in Amsterdam? Een indicatie van wat er kruipt, zwemt en vliegt als de zon onder gaat en de stad zich in nevelen hult.

Amsterdam en natuur. Niet direct een logische combinatie, maar Martin Melchers (68) kan er alles over vertellen. De stadsecoloog organiseert lezingen en excursies over wilde natuur in de stad. Tot 2009 was hij werkzaam bij de Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) en in november publiceerde hij een boek over de totstandkoming van IJburg.

Dwergvleermuis
Dwergvleermuis<br /><figcaption class=(Foto: Jasja Dekker, Flickr)

“Een misbaksel”, noemt hij deze woonwijk aan de oostkant van Amsterdam. Melchers was vanaf het begin fel tegen de bouw van 18.000 nieuwe woningen, die een eind zou maken aan de leefomgeving van allerlei wilde dieren. Hij adviseerde de gemeente Amsterdam de wijk zo natuurvriendelijk mogelijk in te richten.

Toch hebben enkele dieren van IJburg geprofiteerd. Onlangs concludeerde collega-stadsecoloog Anneke Blokker dat de nieuwbouwwijk vleermuizen trekt. De nachtdieren bevinden zich in nestkasten (een soort vogelhuisjes) en tussen de spouwmuren van flats. Waar in Amsterdam leven vleermuizen nog meer? En hoe is het gesteld met andere nachtdieren in de stad?

Een vleermuis in huis
Vleermuizen zitten niet alleen op IJburg. Volgens Blokker, die in opdracht van de gemeente onderzoek doet naar de vleermuispopulatie in Amsterdam, leven er verspreid over de hele stad ongeveer 40.000 exemplaren. De meest voorkomende is de dwergvleermuis, die zich met zijn lengte van een paar centimeter gemakkelijk tussen buitenmuren verstopt en daarom ook in het centrum te vinden is.

Floor van der Vliet (53), een van de tien vrijwilligers van de Vleermuiswerkgroep, krijgt jaarlijks zo’n veertig meldingen over verdwaalde vleermuizen. Hij springt dan meteen op de fiets, al is het midden in de nacht. “Vaak heeft de kat er een meegebracht of hangt er een in de gordijnen”, vertelt hij. Als ze erg beschadigd zijn, neemt hij ze mee naar huis totdat ze aangesterkt zijn. “Vleermuizen zijn wettelijk beschermd, het is belangrijk deze zeldzame dieren goed te verzorgen.”

Ransuil
Ransuil<br /><figcaption class=(Foto: Roely Bos)
Ransuilen en bosuilen
Naast vleermuizen zijn in Amsterdam ook uilen te vinden. Hoeveel precies is niet bekend, want ze laten zich niet makkelijk tellen. De Vogelwerkgroep Amsterdam is bovendien terughoudend in het geven van informatie, omdat de uil een kwetsbare soort is en er een levendige handel in deze nachtdieren bestaat.

Bert-Jan Bol (47), expert op het gebied van ransuilen, schat dat er van ‘zijn soort’ ongeveer vijftig in Amsterdam rondvliegen. Bol houdt zich voor het Vogeltrekstation Wageningen bezig met het ringen van uilen en roofvogels in Amsterdam, Haarlem en de Haarlemmermeer. In tegenstelling tot kerkuilen en steenuilen, die in nestkasten broeden, broedt de ransuil alleen in nesten van eksters. Daarom is deze soort moeilijk te vangen. Maar ook Bol hangt liever niet aan de grote klok hoe hij ze te pakken krijgt, uit angst dat stropers zijn technieken overnemen. “Onwetendheid is een zegen”, zegt hij.

De ransuilen verblijven vooral aan de rand van de stad, omdat daar veel veldmuizen zijn. Zij behoren tot het voedselpatroon van deze soort. Bosuilen leven daarentegen wel in de stad, bijvoorbeeld in het Vondelpark. Zij eten vooral vogels zoals eksters, spreeuwen en merels.

Vossen en vissen
Wat veel mensen volgens stadsecoloog Martin Melchers niet weten, is dat vossen ook nachtdieren zijn. “Zij komen steeds vaker ’s nachts uit hun hol, als er geen honden meer worden uitgelaten. Daar zijn ze namelijk bang voor.” Vooral op de Diemerzeedijk, die vanaf de oostkant van Amsterdam tot voorbij Muiden loopt, zijn veel vossen te vinden.

Vanaf maart gaat Melchers weer ’s nachts op zoek naar rugstreeppadden in het havengebied. Voor deze dieren, die na zonsondergang gaan ‘roepen’, begint dan het paarseizoen. Melchers: “Als een bedrijf zich in het havengebied wil vestigen of er wordt gebouwd, dan vang ik de rugstreeppadden en breng ik ze naar een van de poelen die ik samen met andere stadsecologen heb gegraven. Daar kunnen ze zich veilig voortplanten.”

Melchers is momenteel bezig met zijn tweede film over wilde dieren in de stad, een vervolg op de documentaire Haring in ’t IJ. Daarin besteedt hij aandacht aan bijzondere vissen in de Amsterdamse grachten. “In de hele Singelgracht zitten alen, maar ook zwartbekgrondels en rivierdonderpadden. Die komen ’s nachts tevoorschijn als er geen boten varen. Met een sterke zaklamp zie je ze zwemmen in het ondiepe water. Dat zou iedereen eens moeten bekijken.”

Rivierdonderpad
Rivierdonderpad<br /><figcaption class=(Foto: Martijn Dorenbosch)