‘Misschien winnen we vandaag’

Bewoners van de Vluchtkerk in Amsterdam-West bezoeken de Amsterdamse rechtbank. Daar dient het hoger beroep van lotgenoot Habib. Tegen beter weten in hopen ze dat hij de rechtszaak wint.

“Heb je geen bom onder je jas?” De 29-jarige Taha Al-Selmi uit Jemen kijkt spottend naar de jongen voor hem in de rij, die bezig is zijn jas uit te trekken. De jongen hoort hem niet. Al-Selmi werpt een blik op de brede schouders van de veiligheidsmedewerkers naast het detectiepoortje en trekt ook zijn jas uit.

Het is vrijdagmiddag 25 januari. In de aankomsthal van de Amsterdamse rechtbank aan de Parnassusweg, staan bijna twintig bewoners van de Vluchtkerk en Nederlandse sympathisanten in de rij voor het detectiepoortje waar iedere bezoeker van de rechtbank doorheen moet. De uitgeprocedeerde asielzoekers komen voor de rechtszaak van de 26-jarige Habib Y. uit Jemen.

Al-Selmi: “Ik heb Habib nog gewaarschuwd dat hij beter niet kon blijven toen de politie ons tentenkamp kwam ontruimen. Maar hij wilde niet weg, dat was stom van hem.” Habib werd eind november 2012 opgepakt tijdens de ontruiming van het protestkamp aan de Notweg in Osdorp.

Al-Selmi haalt een hand door zijn zwarte krullen. Zijn donkere ogen rusten op de veiligheidsmedewerkers van de rechtbank. Het liefst was hij vandaag thuis gebleven. Net als de andere Vluchtkerkbewoners verblijft de Jemeniet illegaal in Nederland. Hij is voortdurend bang om net als Habib opgepakt te worden. “Ze willen me terugsturen naar Jemen. Er zijn daar veel conflicten, het is er erg gevaarlijk.”

Tot zijn opluchting mag Al-Selmi doorlopen van de beveiliging, net als de rest. De groep installeert zich in het kleine zaaltje waar de zitting plaats zal vinden. Er zijn precies genoeg stoelen.

Vluchtkerkbewoners voor de Amsterdamse rechtbank. (foto: Kaya Bouma)
Vluchtkerkbewoners voor de Amsterdamse rechtbank. (foto: Kaya Bouma)

Zinloze procedure
Marion Visser, de advocaat van Habib, is verbaasd over de grote opkomst voor haar cliënt. De rechtszaak vandaag is slechts een formaliteit, legt ze uit. Habib heeft een inreisverbod; hij mag de komende twee jaar de Europese Unie niet inreizen. Daartegen gaat hij vandaag in beroep bij de bestuursrechter.

“Niet dat het veel zin heeft”, meent Visser. Ze kan de uitslag al raden. Het zal ook weinig veranderen aan de situatie van Habib. Hij is illegaal in Nederland, maar kan niet worden uitgezet omdat hij geen papieren heeft. Toch spande ze dit beroep aan. “Want als je het niet doet geef je je gewonnen.”

De afgelopen weken kwamen de Vluchtkerkbewoners al twee keer eerder naar de rechtbank voor vergelijkbare rechtszaken van opgepakte tentenkampbewoners. Ze verloren steeds.

Niet alleen

Toch blijven de uitgeprocedeerde asielzoekers optimistisch. “Je weet maar nooit, misschien winnen we vandaag”, meent de 27-jarige Masfen Worku uit Eritrea. “Maar we zijn hier vooral om Habib te laten zien dat hij er niet alleen voor staat.”

Worku, een tengere jongen in een donkere spijkerbroek en dikke zwarte gewatteerde jas, kent de Amsterdamse rechtbank maar al te goed. Sinds hij zes jaar geleden naar Nederland kwam, is hij er meerdere keren geweest voor rechtszaken over zijn eigen verblijfstatus. Net als de meeste Vluchtkerkbewoners heeft hij geen goede herinneringen aan die zittingen. Worku: “Bij mij kwam er niemand kijken. Ik had het gevoel dat het niemand wat kon schelen wat er met me gebeurde.”

“Gedag zeggen mag, maar geen contact.”
Twee veiligheidsmedewerkers brengen Habib binnen. De Vluchtkerkbewoners gaan rechtop in hun stoelen zitten om hem zo goed mogelijk te kunnen bekijken. Tijd voor een begroeting is er niet.

Masfen Worku: "We zijn hier om Habib te laten zien dat hij er niet alleen voor staat." (foto: Kaya Bouma)
Masfen Worku: “We zijn hier om Habib te laten zien dat hij er niet alleen voor staat.” (foto: Kaya Bouma)

Geen van de uitgeprocedeerde asielzoekers spreekt voldoende Nederlanders om de zitting te kunnen volgen. Het pleidooi van advocaat Visser, dat ingaat op de ‘geworteldheid’ van Habib in Nederland, gaat geheel aan hen voorbij. De vertegenwoordiger van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) meent dat Habib nog weinig binding met Nederland kan hebben, aangezien hij hier pas een jaar is. Maar ook deze woorden dringen niet tot het publiek door. Worku krabt net zo lang aan een vlek op zijn spijkerbroek tot deze bijna helemaal verdwenen is. Al-Selmi staart naar de zachtroze muurschildering achter de rechter.

Aan het eind van de zitting laat de rechter weten over zes weken uitspraak te doen. “Mag ik mijn vrienden nog begroeten?”, vraagt Habib via zijn tolk. “Gedag zeggen mag, maar geen contact.”

Zodra Habib zich omdraait naar het publiek, springt Al-Semi op uit zijn stoel om zijn landgenoot de hand te schudden. Ook de anderen verzamelen zich in een kring om Habib. Voor iedereen zijn hand heeft kunnen schudden wordt Habib afgevoerd. Terug naar zijn cel in Zeist.