De ijdele kluisjes van sigarenwinkel Hajenius

Een Italiaanse grafmuur in een Amsterdamse sigarenzaak. Op gouden naambordjes de namen van prominenten als Hans Wiegel, Jack van Gelder, Matthijs van Heijningen. Achter de bordjes niet hun lichamen, maar hun sigaren, bewaard in kluisjes op precies de juiste temperatuur.

De sigarenmuur staat in Hajenius aan het Rokin, een sigarenwinkel die daar sinds 1914 huist. Een kleine honderd jaar na de opening stap ik er, als 11-jarige aan de hand van mijn vader, voor het eerst over de drempel. Het ruikt er naar tabak, lichtzoet. Papa koopt kleine sigaren, tuitknakjes. Ik loop langs een wand vol tabakspijpen en maak kennis met de sigarenmuur.  

[aesop_image imgwidth=”70%” img=”https://www.napnieuws.nl/wp-content/uploads/sites/2/2018/02/P1150131.jpg” credit=”Foto: Muus Visser” align=”center” lightbox=”on” captionposition=”left” revealfx=”off” overlay_revealfx=”off”]

 

 

 

 

Ik herken de naam Hiddink op een van de naambordjes. De verkoper van dienst legt uit dat in dat kluisje, achter dat deurtje, Hiddinks sigaren worden bewaard. ‘Als de sigaren thuis op zijn, belt hij ons en sturen wij een koerier op pad die zijn sigaren bij hem thuis aflevert.’ Vanaf dat moment staat succes voor mij gelijk aan het hebben van een kluisje bij Hajenius. Ik wil er later ook één.

Na dat eerste bezoek blijf ik bij Hajenius komen. Voor de tuitknakjes van mijn vader en voor mijn eigen rokertjes. Ik laat aan bekenden de winkel en de kluisjes zien. Onlangs nog aan een vriend, die altijd zijn inferieure tabaksboodschappen deed bij toeristenwinkel Bom 9 op de Wallen. ‘Hoe heet die zaak, Haaien-Anus?’, lacht hij als we op het Rokin staan. Van de sigaren en het interieur is hij onder de indruk.

‘Maar die kluisjes… Alsof Hiddink geen plek zou hebben om zijn sigaren in zijn eigen Belgische belastingparadijs te bewaren. IJdele mannetjes zijn het.’ Mannetjes zijn het inderdaad; geen enkele vrouw die haar sigaren opslaat in Hajenius’ kluisjes.

 

[aesop_image imgwidth=”70%” img=”https://www.napnieuws.nl/wp-content/uploads/sites/2/2018/02/P1150133.jpg” credit=”Foto: Muus Visser” align=”center” lightbox=”on” captionposition=”left” revealfx=”off” overlay_revealfx=”off”]

Ook wat betreft de ijdelheid heeft hij gelijk. Het is alsof de heren het samen bedacht hebben: we slaan iets kostbaars veilig op, maar wel volledig in het zicht met onze namen in gouden letters op de kluis. Opdat iedereen weet dat wij hier iets kostbaars opslaan. Als Oom Dagoberts geldpakhuis. Verborgen en toch ook niet.

Maar dat wat de ijdelheid van anderen zo onverdraagbaar maakt, schreef de zeventiende-eeuwse Franse denker François de la Rochefoucald, is dat ze de onze raakt. Nog steeds wil ik mijn eigen Hajenius-kluisje.