Loopneuzen en sneeuwballen bij heropening basisscholen

Na een lange sluiting openden de meeste basisscholen dinsdag weer hun deuren. NAP Nieuws ging langs bij twee Amsterdamse basisscholen. ‘Natuurlijk ben ik bezorgd, maar dat laat ik de ouders en kinderen liever niet merken.’

Madeleen Ritsema, directrice van Openbare Basisschool IJplein, snelt zich naar één van de drie schoolingangen om de eerste leerlingen op te vangen. Het is even geleden, acht weken om precies te zijn, maar dinsdag gingen de meeste basisscholen weer open. Sommige kinderen worden met de auto gebracht, een enkele geluksvogel komt per slee, de meesten wandelend. Felle discussies over de risico’s van de heropening voelen ver weg. Toch voelt Ritsema een vleugje bezorgdheid. ‘Maar dat laat je de ouders en kinderen natuurlijk liever niet merken.’

Zo klonk het dinsdagochtend op het schoolplein van Basisschool IJplein, bij de terugkeer van de leerlingen.

Zorgen
Dat ook het demissionair kabinet zich zorgen maakt om coronabesmettingen via kinderen, blijkt uit het uitvoerige pakket aan richtlijnen voor basisscholen. Als één kind besmet is, moet de hele klas vijf dagen in quarantaine. Daarnaast wordt scholen gevraagd verschillende begin- en eindtijden te hanteren en geldt voor groepen 7 en 8 het dringende advies om buiten de klas een mondkapje te dragen. Veel basisscholen bleven maandag nog dicht door de hevige sneeuwval.

Vorige maand besloot het kabinet op advies van het OMT de basisscholen weer te openen. Onderwijsminister Slob (ChristenUnie) zei dat onderzoek uitwijst dat kinderen minder bijdragen aan de verspreiding van het coronavirus, ook in het geval van de Britse variant. Bovendien hadden veel ouders het zwaar met de combinatie van werk en thuisonderwijs.

Sheryl Goedhard, moeder van Jay (6), is opgelucht. ‘Normaal moet ik hem altijd uit bed trekken, dan is het: nee mamma, ik wil uitslapen, ik wil nog niet douchen. Nu vroeg hij telkens: mag ik morgen naar school? Hij kon niet wachten om met zijn vriendjes te spelen.’ De afgelopen maanden waren vermoeiend, vertelt ze. ‘Én ik moet het huis schoon houden, én ik ben moeder, én nu dus ook een tijdje juf. Dus ik ga nu boodschappen doen, en daarna pak ik even goed m’n rust. Voordat je het weet is de school weer uit.’

Nautilus_Notenkraker
Drukte voor De Nautilus en De Notenkraker.

Bij OBS IJplein worden de richtlijnen van het kabinet grotendeels opgevolgd. Groepen 7 en 8 werken samen in koppels, de rest van de klassen in groepjes van vier of vijf kinderen. Ritsema: ‘Wij hebben het geluk een kleine school (ongeveer 150 leerlingen) te zijn. Collega’s die op grotere scholen werken vertellen dat zij grotere zorgen hebben over een verantwoorde heropening.’

Loopneuzen en rode neusjes
Die zorgen zijn hoorbaar in Amsterdam-Zuid, waar basisscholen De Nautilus (zo’n 250 leerlingen) en De Notenkraker (zo’n 550) een groot gebouw en schoolplein delen. ‘In de chaos zag ik toch veel loopneuzen en rode neusjes’, vertelt administratief medewerker Marleen Huber van De Notenkraker. Maar uiteindelijk is het aan de ouders om kinderen met klachten thuis te houden, vinden beide scholen.

‘De chaos’ bestaat vooral uit vliegende sneeuwballen op een schoolplein dat plots erg vol staat. Nadat de buren van De Nautilus hun deel van het gebouw via de zijkant betreden, is het de bedoeling dat om de tien minuten één klas van De Notenkraker via de hoofdingang naar binnen gaat.

Groepsvorming
‘Maar het zag er niet uit alsof het in shifts ging. Veel ouders waren er door de sneeuw vroeg bij’, vertelt gymleraar Edwin Gerretsen, als de kreten van de kinderen zijn weggestorven en de stoet ouders bij het dichtstbijzijnde poortje verdwenen is. Terwijl hij met een oranje schep de brede treden richting de hoofdingang sneeuwvrij maakt, vertelt Gerretsen dat De Notenkraker door een gebrek aan ruimte en leerkrachten met volledige klassen blijft werken.

Net als de collega’s uit Noord werken de twee scholen in Zuid met een ‘buitenspeelrooster’, zodat de kinderen ook buiten weer plezier met elkaar kunnen maken. Na twee maanden zonder vriendjes en vriendinnetjes ligt de focus op deze eerste dag op ‘groepsvorming’, vertelt Ritsema. ‘Dat is belangrijk als een groep lange tijd niet samen is geweest. Zo ondersteun je de sociaal-emotionele ontwikkeling na een ingrijpende gebeurtenis als een lockdown.’ Dat betekent: veel met elkaar praten, ervaringen uitwisselen, complimenten uitdelen en sneeuwballengevechten houden – waarvan de meester het voornaamste doelwit is.