Amsterdamse dance verovert de wereld, maar thuis blijft het stil

Veel Nederlandse muzikanten hebben problemen met hun mentale gezondheid, omdat ze last hebben van geldstress. Clubs sluiten, festivals worden afgelast en opdrachtgevers zijn moeilijk te vinden. Dat blijkt uit gesprekken met tientallen jonge house- en dance-artiesten, clubprogrammeurs en belangenverenigingen.

Een schril contrast met de cijfers die eerder deze week naar buiten kwamen. Op dinsdag meldde Buma Cultuur dat Nederlandse muziek in 2024 internationaal een recordopbrengst behaalde van 220 miljoen euro. Dance is opnieuw de belangrijkste motor achter dat succes: de drie beste dj’s komen, volgens het bureau, uit Amsterdam. Zij behoren tot de meest geboekte artiesten ter wereld en staan wekelijks op podia in de VS, Azië en het Midden-Oosten.

‘Ik moet gedwongen naar het buitenland’

Die tegenstelling is volgens artiesten en professionals sinds de coronapandemie steeds scherper geworden. Clubs sloten, festivals werden afgelast en veel bedrijven die tijdens corona overeind bleven dankzij steun, gingen alsnog ten onder toen die steun moest worden terugbetaald. ‘Voor corona was het zo bloeiend,’ zegt ondernemer en creatief producent Nina de Koning. ‘Daarna zie je een duidelijke breuk. Bedrijven konden het simpelweg niet meer bolwerken.’

De Koning merkte niet alleen de economische klap, maar ook een groeiende afstand tussen de sector en de politiek. ‘De grootste exportindustrie werd totaal niet gezien door de Tweede Kamer,’ vertelt ze.

Die onvrede en onzekerheid zorgden ervoor dat De Koning haar blik verlegde naar het buitenland. ‘Ik moet gedwongen buiten Nederland kijken.’ Tegelijkertijd voelt dat als een noodgreep. ‘Als Nederland weer openstaat, heb ik dat liever. Die voedingsbodem heb ik hier, niet in het buitenland.’

Dj Joeri Kouwenhoven (DJQmode), die al 25 jaar meedraait, ziet hoe moeilijk het is geworden voor nieuw talent. ‘Festivals willen grote namen op hun posters. Kleine artiesten krijgen alleen een kans als dat financieel kan.’ In een sector die zelf in zwaar weer zit, worden risico’s vermeden.

Veel mentale problemen

Die observatie wordt gedeeld door BAM!, de belangenvereniging voor artiesten en muziekprofessionals. Directeur Arrien Molema spreekt al jaren van een groeiende kloof. ‘De muziekindustrie is altijd ongelijk geweest,’ zegt hij. ‘Exportcijfers kunnen nu uitstekend zijn, terwijl het ontwikkelingscircuit instort.’

Dat heeft directe gevolgen voor Nederlandse artiesten die nog in de beginfase van hun carrière zitten. Juist zij zijn afhankelijk van het ontwikkelingscircuit: clubs, lokale nachten en kleine festivals, stelt Molema. ‘We zien dat het veel effect heeft op Nederlandse muzikanten. Ze dealen met veel mentale issues.’

Geldstress

Thijs van den Bosch, dj en producer, ondervindt het aan den lijve. ‘Veel artiesten hebben geldstress,’ zegt hij. ‘Zonder label is het bijna onmogelijk om rond te komen, maar labels bieden vaak weinig geld en leggen je jarenlang vast.’ Promotie, boekingen, zichtbaarheid: alles kost geld. “Je komt er erg lastig tussen”, aldus Van Den Bosch.

Internationaal succesvolle dj’s als Tiësto merken daar weinig van, vertelt hij. ‘Dat zijn exportproducten, maar als je lokaal wilt groeien, ben je afhankelijk van clubs. En die verdwijnen.’

Volgens De Koning raakt dat aan iets fundamentelers dan alleen economie. ‘Clubs zijn plekken die mensen inspireren om te maken. Het is hedonistisch, maar ook creatief.’ Juist daar functioneren ze als broedplaatsen voor nieuw talent. ‘En die vallen nu weg. Daardoor hebben jonge makers geen plek meer om iets nieuws te ontwikkelen.’

Undergroundscene

Volgens programmeurs en onderzoekers ligt een belangrijk breekpunt bij de coronacrisis. Jongeren tussen 18 en 23 jaar, die hun uitgaansjaren begonnen tijdens of vlak na de lockdowns, gaan minder vaak naar clubs.

Toch verdwijnt de cultuur niet volledig. Van den Bosch speelt bijvoorbeeld vooral in de underground: kelders, illegale of semi-legale ruimtes, buiten het zicht van de officiële muziekeconomie. ‘Daar merk je minder van exportcijfers of subsidies’, zegt hij. ‘Dat is jongerencultuur. Die blijft bestaan, zoals punk dat ook deed.’

Maar dat neemt niet weg dat de schade groot is. ‘Ik weet niet wat je eraan kan doen,’ zegt De Koning. ‘Dit is wat je nu ziet gebeuren. Het verbaast me niet, maar het blijft verdrietig.’