Salih Türker gaat gezondheidsverschillen in de Indische Buurt te lijf

Gezond leven is voor veel mensen in de Indische Buurt niet vanzelfsprekend, ziet Salih Türker. Sociale kring, financiële situatie en taalvaardigheid bepalen mede of dat lukt. Met zijn nieuwe stichting Gezonde Buren wil Türker die gezondheidsverschillen aanpakken.

Toen Salih Türker zes jaar geleden besloot om veel gezonder te gaan leven, besefte hij iets: zo’n transformatie is voor veel mensen niet vanzelfsprekend. Je hebt er bijvoorbeeld de juiste sociale kring voor nodig, financiële middelen en taalvaardigheden. Die gezondheidsverschillen wil hij nu in de Indische Buurt, zijn thuisbasis, bestrijden met een nieuwe stichting, Gezonde Buren.

Gezonde Buren gaat sportieve activiteiten en voorlichtingen opzetten voor buurtbewoners die sociaaleconomisch zwakker staan. En hoewel iedereen welkom is, hoopt Türker specifiek Turkstalige ouderen aan te spreken. Uit onderzoek blijkt dat zij zich veel eenzamer voelen dan andere groepen Nederlandse ouderen met of zonder een migratieachtergrond.  

NAP Nieuws spreekt Türker over Gezonde Buren in een café aan het Oosterpark, waar hij aanschuift in een koudebestendige sportoutfit.

Hoe ziet u gezondheidsverschillen terug in de Indische Buurt?
‘Je ziet het in gewenning en gedrag. Als je je niet goed voelt, zeg je dan bijvoorbeeld: ‘Ik ga een eindje wandelen’? Of bel je meteen de dokter? Kortom: heb je de regie over je eigen gezondheid? Maar je ziet het ook in verschillen in hoe goed mensen hun klachten kunnen communiceren. Artsen krijgen vaak een stuk verhaal van een patiënt, bijvoorbeeld ‘Ik heb last van mijn hoofd.’ Maar soms speelt er thuis veel meer. Mentale problemen, traumatische dingen. Dat heeft ook veel met taal te maken. Door taalbarrières heeft niet iedereen gelijkwaardig toegang tot informatie over zorg, en blijven mensen heel erg in hun eigen kringetje. Als daar weinig aan gezonde levensstijl wordt gedaan, dan kom je er ook moeilijker uit.’

U probeert met Gezonde Buren ook specifiek Turks-Nederlandse ouderen aan te spreken. Hoe komt het dat zij vaker eenzaam zijn?
‘Men vindt het vaak beschamend om hulp te vragen. Ik zie veel mensen die een laag inkomen hebben, maar niet naar de voedselbank gaan. Dat kunnen ze niet opbrengen, terwijl ze er behoefte aan hebben. In de Turkse gemeenschap zit een structuur van ‘Wij lossen het zelf op’, maar juist binnen de gemeenschap vragen mensen uit schaamte geen hulp. En als ze dan de Nederlandse taal niet spreken, kunnen ze dat ook niet buiten de gemeenschap doen. Je merkt dan bijvoorbeeld dat ouderen van Marokkaanse oorsprong toch wat meer Nederlands spreken en dus ook beter om hulp kunnen vragen.’

Hoe verlaag je dan de drempel voor mensen om mee te doen aan sport en voorlichtingen?
‘Wij moeten zorgen dat mensen zich vertrouwd voelen. Want mensen kunnen veel sociale druk ervaren als ze willen gaan sporten, met name vrouwen die binnen een gesloten cultuur leven. Dus beginnen we met ontmoetingsactiviteiten in de eigen taal. We gaan een iftar organiseren. Dan gaan we ook vragen stellen als: Waar maak je je zorgen over? Kunnen we je daarbij helpen? En we bieden wandelactiviteiten, die zijn voor veel mensen laagdrempelig.’

Ook voor laagdrempelige activiteiten lijkt het me lastig om de juiste mensen te bereiken.
‘Daarom draait onze stichting om ambassadeurs. Dat zijn mensen uit de buurt die bijvoorbeeld al zijn gaan hardlopen of mentaal beter zijn geworden door een sociaal netwerk op te zoeken. Doordat zij dezelfde cultuur en achtergrond delen, denken mensen: ik zou het ook moeten kunnen. Ambassadeurs kunnen thuiskomen bij de mensen en zorgen dat nieuwe mensen persoonlijk worden uitgenodigd. Bij de lancering van de stichting was er een Turkse mevrouw die zei: ‘Jullie nodigen mij ook nooit uit! Als je me uitnodigt, kom ik.’’

Welke ambassadeur vindt u inspirerend?
‘Mevrouw Aktaş, bijvoorbeeld. Zij had last van eenzaamheid en slechte gezondheid toen zij zich aanmeldde bij een Turkse wandelgroep in de buurt. Later zag ze de marathon van Amsterdam voorbijkomen, en dacht: als zoveel mensen dit kunnen, waarom kan ik dan niet vijf kilometer rennen? Een tijd later heeft ze de Indische Buurt Run van vijf kilometer gelopen. Toen dacht ze: ik wil hier werk van maken. Nu is ze een van de oprichters van Gezonde Buren. Opeens kennen mensen haar in de buurt. Zo zie je dat je ook via bewegen kan merken: hé, ik tel mee.’