Nederlands oudste kunstenaarsvereniging: ‘Eenheid door verscheidenheid’

In de rubriek Allemaal Amsterdam zoomen we dagelijks in op bijzondere mensen en plekken in de stad. Vandaag: kunstenaarssociëteit Arti en Amicitiae, die met haar 180-jarig bestaan Nederlands oudste kunstenaarsvereniging is.

AMSTERDAM – In een gigantisch pand op het Rokin zoekt kunstenaarssociëteit Arti en Amicitiae eenheid in de clash tussen heden en verleden.

Wie de Arti binnenkomt, stapt in een tijdscapsule. De sociëteit is ongewoon ruim opgezet voor Amsterdamse begrippen. De afwezigheid van muziek maakt de eiken meubels zwaarder, het houten plafond donkerder. In het midden van de sociëteit staat een grote leestafel, daaraan stoelen waarvan sommige nog door oud-Artilid Hendrik Berlage zijn ontworpen. Een oudere dame bladert door een krant. Rechts van de schouw buigen twee mannen zich over een schaakbord.

Een verdieping hoger vullen verschillende videowerken de expositiezalen. Mirjam Taverdin, verantwoordelijk voor de PR van de sociëteit, leidt me langs de ruimtes. Op twee levensgrote schermen worden aardappels geschild door een Amerikaanse familie met gifgroene bivakmutsen. Verderop zien we een 3D-vertoning van siervuurwerk boven Berlijn. ‘Best ontspannen’, zeg ik, doelend op de loungemuziek die voortkabbelt terwijl we met onze 3D-brillen op de vloer van de zaal zitten. ‘Dit is juist níet ontspannen’, zegt Taverdin. ‘Het is erg geladen werk’.

Contrast

Het is moeilijk te geloven dat beide verdiepingen deel uitmaken van dezelfde vereniging. Maar juist dat is de kracht van Arti, vertelt zakelijk directeur Johanna Somers. ‘Dat contrast heeft iets leuks: we herbergen allerlei tegenstellingen. Het gebouw is doorademd van kunst, maar wel uit verschillende tijdvakken en van verschillende niveau’s. Kijk, daar hangt bijvoorbeeld het werk van een opkomend kunstenaar van de vereniging.’ Ze wijst naar vijf iPads die willekeurig verspreid op de muur boven de schouw hangen. ‘Op nog geen meter van een origineel werk van Breitner.’

Netwerk

Na vijf uur is de sociëteit alleen toegankelijk voor Arti-leden. In één van de expositiezalen wordt een videowerk uitgeschakeld terwijl er een piano naar binnen wordt gerold: vandaag repeteert het ledenkoor. Nog geen vijf minuten later staan er zo’n dertig klapstoeltjes netjes in rijen opgesteld.

Kunstenaarslid Carla van Riet

Kunstenaarslid Carla van Riet (78) zingt al dertig jaar bij het koor. Toen ze zo’n veertig jaar geleden naar Amsterdam verhuisde, werd ze lid van de vereniging: ze kende niemand in Amsterdam. Inmiddels bestaat haar sociale netwerk voor het grootste deel uit Arti-leden. ‘Ik zou het leuk vinden om hier meer kunstenaars tegen te komen, het blijven toch gescheiden circuits binnen de vereniging’, vertelt ze. Van de ruim 1400 leden is maar een derde kunstenaar. De andere leden vallen in de categorie ‘kunstlievende leden’, en betalen driemaal zoveel contributie.

Ook de jongere generaties komt Carla nauwelijks tegen sinds ze niet meer naar de openingen van exposities gaat. ‘Door mijn leeftijd moet ik wat rustiger aan doen. Jonge mensen komen vooral op de feestjes af, maar daarna zie je ze niet meer. Ze binden zich niet.’

Gescheiden circuits

Toch is het niets nieuws dat de gemiddelde leeftijd bij de Arti zo hoog ligt: volgens de archieven heeft de vereniging altijd al een oudere garde aangetrokken. Somers: ‘We hebben een aantal actieve leden die de veertig nog niet gepasseerd is. Verder doen we ons best om jonge leden aan te trekken. Er zijn plannen om net afgestudeerde kunstenaars voor een paar jaar aan ons te binden, maar dat is nog best complex’.

Sinds kort is de sociëteit overdag ook voor niet-leden geopend. Hoewel de vereniging is gevestigd in een opzichtig pand aan het Rokin, merken maar weinig voorbijgangers het gebouw op. ‘Soms hebben we hier wel eens een toerist, vertelt Taverdin. ‘Maar je bestelt hier aan de bar en je brengt je eigen bord naar de keuken, dus voelen ze wel aan dat het geen gewoon café is.’ Toch weten steeds meer niet-leden Arti te vinden voor lunch of een kop koffie. En dat is een goede zaak, vindt Somers. ‘Het is niet makkelijk om een A-locatie vast te houden voor de kunsten. Doordat we ons openstellen, nemen we positie in: kunst hoort in de stad.’

Het zijn de verschillen die Arti bindt: eenheid door verscheidenheid. Voor het ongetrainde oog is die clash, op de Breitner-Ipad combinatie na, moeilijk zichtbaar: de verschillende werelden lijken elkaar nauwelijks te raken. Maar voor Somers is het overduidelijk: ‘Hier wordt de kunst gevierd, in al haar facetten.’