‘Heb je een romantisch dinertje gepland, moet je uitrukken voor een gaslek’

Het is maandagavond half acht en dat betekent dat de vrijwillige brandweer uit de regio Amsterdam-Amstelland traint op het enorme oefenterrein van het Bocas op Schiphol.

De rustige stem van Ton Andriessen (55) klinkt over de portofoon: “Een aanrijding tussen twee voertuigen op het Velocetteplein. In een van de auto’s zit iemand bekneld. Over.” Een korte ruis, en dan: “Begrepen. Is er ook sprake van brand? Over.” Norbert Kuijf (41) kijkt zijn collega Marijn de Groot (39) tevreden aan. “Goede vraag”, knikt Kuijf. Geconcentreerd luisteren ze mee met het gesprek dat instructeur Andriessen op afstand voert met bevelvoerder Ruben op de wagen. Zodra de brandweerauto het oefenterrein van het Bocas – Brandweer Opleidingscentrum Amsterdam-Amstelland Schiphol – oprijdt, haasten ze zich naar de plek van het in scène gezette ongeluk.

(Foto: Caroline van Keeken)
“Het is fantastisch om een vlammenzee te bestrijden als team.” (Foto: Caroline van Keeken)

Altijd paraat
Het drietal instructeurs volgt de handelingen van de brandweerploeg op de voet. Zo nodig geven ze aanwijzingen. De zes brandweermannen lopen af en aan met ijzerscharen, een spreider – een soort reuze-koevoet – en grote blokken waarmee de autowielen worden vastgezet. “Hoe zou het met het slachtoffer gaan?”, vraagt De Groot. De hint wordt opgepikt; een van de mannen wurmt zich in het wrak, op zoek naar de oefenpop.

Het is maandagavond half acht en dat betekent dat de vrijwillige brandweer uit de regio Amsterdam-Amstelland traint op het enorme oefenterrein van het Bocas op Schiphol. Vandaag is de ploeg uit Aalsmeer aan de beurt. Kuijf legt uit: “Van de ongeveer 28.000 brandweermannen en -vrouwen in Nederland, zijn er slechts drieduizend die tot de beroepsbrandweer behoren. De overige brandweermannen hebben zich opgegeven bij de kazerne in hun woonplaats en kunnen bij brand of een ongeval worden opgepiept.” Via een online systeem geven ze aan op welke dagen ze beschikbaar zijn en wordt de ploeg van die week samengesteld. “Hoewel ze overdag gewoon werken, kunnen ze toch worden opgetrommeld. Een flexibele werkgever is dus wel handig.”

Jongensdroom
De ploeg heeft inmiddels besloten dat het slachtoffer via de kofferbak uit de auto zal worden bevrijd. Maar bij het optillen van de achterklep barst het glas. Geen ramp, maar dat had beter gekund, bromt Kuijf. Voordat hij vier jaar geleden bij het Bocas werd aangesteld als instructeur, was hij in 1990 al begonnen bij de vrijwillige brandweer in Uithoorn. Daar werkt hij nog steeds. Hij heeft zijn taken als brandweerman lang gecombineerd met zijn baan als mede-eigenaar van een tuincentrum/kwekerij. Maar toen het niet meer zo goed ging met het bedrijf, trok hij zich terug. Hij solliciteerde als instructeur bij het Bocas – de diploma’s had hij door de jaren heen al behaald – en werd aangenomen. ” Ik heb er geen seconde spijt van gehad.”

Dat kan bevelvoerder Ruben Piet (39) van de Aalsmeerse ploeg zich wel voorstellen. Overdag werkt hij als manager bij een beveiligingsbedrijf. “Ik had me graag bij de beroepsbrandweer aangesloten maar werd telkens afgewezen. Ze hadden steeds teveel aanmeldingen.” Van jongs af aan was het zijn droom om brandweerman te worden. “Toen ik achttien werd heb ik me meteen aangemeld bij de vrijwillige brandweer in Aalsmeer. Daar ben ik gebleven.” Piet vergelijkt zijn liefde voor de brandweer met een virus. “Het sluipt langzaam bij je naar binnen en gaat nooit meer weg. Het is verslavend: de actie en de onderlinge band die je voelt als ploeg.”

(Foto: Caroline van Keeken)
Op zoek naar het slachtoffer in het wrak.
(Foto: Caroline van Keeken)

Onregelmatige werktijden
Ook Jan Kersten (51) en Remco Boersma (29) zijn besmet. Kersten: “Het is fantastisch om een vlammenzee te bestrijden als team. Die saamhorigheid is heel bijzonder. Als er moet worden uitgerukt, werkt iedereen samen.” Kersten is drieëntwintig jaar vrijwilliger bij de brandweer. Lang genoeg om te kunnen toegeven dat ze niet altijd goed uitkomen; die onregelmatige werktijden. “Heb je een romantisch etentje gepland met je vrouw, word je opgepiept omdat er opeens ergens een gaslek is”, grinnikt hij.

Elk scenario
Kuijf wandelt trots over zijn terrein. Hij wijst naar de autowrakken, het huizenblok en het stuk rails met daarop een train. “We kunnen hier elk scenario naspelen. Inclusief oefenpoppen en paniek!”, lacht hij. De ‘straten’ op het terrein zijn voorzien van fictieve namen: de Fiatstraat, de OGSstraat en natuurlijk het Velocetteplein. Daar heeft de ploeg zich intussen rondom instructeur Andriessen verzameld voor de evaluatie. Ze hebben het goed gedaan, zegt hij. Het autowrak ligt zo mogelijk nog verder uit elkaar, het slachtoffer heeft het overleefd. Gauw ruimen de mannen de ravage weer op. Rond tien uur springen ze de brandweerwagen in. Terug naar Aalsmeer. De rust op het Velocetteplein is wedergekeerd.