“Leefbaar Amsterdam moet een tweede kans krijgen”

Uit de partijkas van Leefbaar Amsterdam is 224.000 euro gestolen. Dat maakte de politie vorige week bekend. Ondanks de lege kluis doet de partij dit jaar opnieuw mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Lijsttrekker Henk Bakker jr.: “We blijven knokken.”

Henk Bakker jr., lijsttrekker van Leefbaar Amsterdam: "Onze naam is gezuiverd." Foto: Sterre van der Hee
Henk Bakker jr., lijsttrekker van Leefbaar Amsterdam: “Onze naam is gezuiverd.”
Foto: Sterre van der Hee

Henk Bakker jr. en Henk Bakker sr. bekleedden tussen 2002 en 2006 twee zetels voor Leefbaar Amsterdam in de gemeenteraad. Het duo stond op nummer 1 en 2 van de lijst. Toen het geld uit de kas werd ontvreemd, hebben agenten in november twee verdachten verhoord. Dat blijkt uit een persbericht van de politie. Eén van de verdachten stond op nummer 3: direct achter vader en zoon.

Heftig nieuws in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Hoe staat u tegenover deze media-aandacht?
“Ik ben blij. Uit alle onderzoeken blijkt dat de Bakkertjes niets fout hebben gedaan. Ons treft geen enkele blaam, en Leefbaar Amsterdam ook niet.”

Eén van die verdachten, de heer Van der V., stond wel op nummer 3 van uw lijst.
“Wij hebben deze meneer geholpen. Hij had een probleem met de gemeente en hij had hulp nodig. Later begon hij zich voor politiek te interesseren. Wij vonden dat leuk en dachten dat we aan hem een goeie hadden.”

En toen sluisde hij waarschijnlijk 224.000 euro door. Is dat geld al terug?
“Ik heb nog geen storting gezien.”

Kunt u campagne voeren met een lege kas?
“Het is moeilijk. Maar het kan. Alle Amsterdammers hebben het moeilijk door de crisis. Trouwens, veel van hen weten niet eens dat ze die dure campagnes van partijen helemaal zelf betalen. Dat zit gewoon in het fractiebudget verweven.”

Dus u vindt het niet zo erg.
“Nou, ja. Natuurlijk had ik ook breder campagne willen voeren, met posters in alle buurtbladen. Maar we moeten roeien met de riemen die we hebben. We blijven knokken. Ik denk dat mensen begrijpen wat er gebeurd is. Onze naam is gezuiverd. Nu moeten we tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart een tweede kans krijgen. Ik hoop op drie of vier zetels.”

Stel: die vier zetels komen er. Wat is het eerste dat Leefbaar Amsterdam wil veranderen?
(korte stilte)
“We gaan er keihard voor om de veiligheid in Amsterdam omhoog te krijgen.”

Wat betekent dat concreet?
“Amsterdam moet gewoon weer leefbaar zijn. Het moet bruisen, gezellig zijn. En veilig.”

Dat klinkt mooi, maar hoe gaat u dat nou doen? Komt er meer blauw op straat?
“Nou, daar zijn verschillende manieren voor. Desnoods met meer blauw op straat, ja.”

Het klinkt alsof u het nog niet zo goed weet.
“Dat is niet zo. We hebben er zeker over nagedacht. We zijn voorstander van een zero-tolerance beleid. Geen koffie drinken met jongeren die overlast geven, maar stevig aanpakken. Preventief bezig zijn. Die verveling moet eruit. En schone straten wil ik ook. Weet je, wij zijn duidelijk, weten waar we voor staan. De andere partijen durven de waarheid niet te zeggen.”

Hoe bedoelt u dat?
“Toen ik in de raad over loverboys begon, viel die Cohen bijna van zijn stoel. Het gaat daar allemaal om zeteltjesbehoud. Partijen spelen mooi weer en roepen dat ze het vier jaar goed gedaan hebben. Ze praten niet over het gevoel van de Amsterdammer op straat.”

Partijen durven de waarheid niet te zeggen. Het gaat allemaal om zeteltjesbehoud, niet om het gevoel van de Amsterdammer op straat.

Wat is dat voor gevoel?
“Een gevoel van onveiligheid. Dat is enorm groot. Ik denk dat zeven of acht van de tien Amsterdammers zich onveilig voelen. Daar moeten we tegen optreden.”

Volgens de veiligheidsmonitor van de gemeente is dat onveiligheidsgevoel sterk verminderd.
“Dat zijn rapportjes. Met mooie rapportjes lezen kom je niet ver, hoor. Die worden altijd rooskleurig opgesteld. Maar Amsterdam is Amsterdam niet meer.”

Wat bedoelt u daarmee?
“Amsterdam zou schoon, leefbaar en veilig moeten zijn. Daar moeten we ons best voor doen. In de raad is er niet één die weet wat er bij de jeugd op straat speelt. De gemiddelde Amsterdammer heeft het dus ook helemaal gehad met politiek. Ik geef tegengas.”