Vijf vragen over de Amsterdamse gemeentebelasting

Gemeenten moeten meer macht krijgen over het heffen van belastingen. Dat zei minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken (PvdA) vorige week in een brief aan de Tweede Kamer. Wat betekent het voor de Amsterdammer als zijn wetsvoorstel aangenomen wordt?

Belastingdienst Amsterdam (Foto: Own Work)
Belastingdienst Amsterdam (Foto: Own Work)

Het zijn roerige tijden voor de gemeenten van Nederland. Sinds 1 januari zijn zij verantwoordelijk voor de langdurige zorg van zieken en ouderen, de jeugdzorg en het helpen van werklozen bij het vinden van werk. Als het aan minister Ronald Plasterk (PvdA) van Binnenlandse Zaken ligt, blijft het daar niet bij.

In een brief die Plasterk vorige week aan de Tweede Kamer stuurde, maakte hij zich hard om gemeenten meer macht te geven over het heffen van belastingen. Hoe meer belasting de burger betaalt aan de gemeente, zo redeneert hij, hoe meer betrokken deze zich voelt bij de lokale politiek.

Wat verandert er als Plasterks voorstel wordt aangenomen?
Momenteel komt het grootste gedeelte van de inkomsten voor gemeenten uit het gemeentefonds. Dat is een geldpot van 27,5 miljard euro die door de Rijksoverheid gevuld wordt. Dit bedrag wordt jaarlijks over alle Nederlandse gemeenten verdeeld. Hoeveel elke gemeente krijgt, wordt onder andere bepaald door het inwoneraantal. Ook Amsterdam haalt het leeuwendeel van zijn inkomsten – ruim 26 procent – hieruit.

Gaat Plasterks voorstel door en krijgen gemeenten meer controle over hun belastingen, dan gaat het bedrag van dit fonds omlaag. De gemeenten moeten die lacune dan met eigenhandig geheven belastingen opvullen.

Gaat de Amsterdamse burger dan per saldo meer belasting betalen?
Nog niets is zeker, maar dat is in ieder geval niet de bedoeling. In de vorige week uitgegeven Agenda Lokale Democratie, waarin het verruimen van het gemeentelijk belastingstelsel wordt besproken, staat expliciet vermeld dat “toenemende belastingdruk voor de burger” niet het uitgangspunt is.

Dat zit zo: het bovengenoemde gemeentefonds wordt momenteel onder andere gevuld door inkomsten uit de loonbelasting. Mocht het nieuwe beleid ingaan, dan gaat de loonbelasting waarschijnlijk omlaag. Zo blijft de belastingdruk hetzelfde, alleen betaalt de burger er op een andere manier voor.

Wat is die andere manier?
Volgens Arjen Schep, verbonden aan het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden, zijn er voor Amsterdam en andere Nederlandse gemeenten twee mogelijke oplossingen:

1. Een uitbreiding van de onroerendezaakbelasting (OZB). De OZB is een belasting die huiseigenaren en eigenaren en huurders van bedrijfspanden elk jaar aan de gemeente betalen. Onder andere eigenaren van landbouwgronden, natuurterreinen of huurders van woningen zijn van deze belasting uitgesloten. Een optie om de misgelopen inkomsten uit het gemeentefonds op te vangen, is door de OZB uit te breiden naar deze groepen.

2. Een ingezetenentaks. Als gemeenten naar een nieuw soort belasting zoeken om te heffen, wijst volgens Schep “alle bestaande literatuur en onderzoek eigenlijk maar één reële mogelijkheid aan”. Een ‘koppentaks’. Oftewel: een belasting die betaald moet worden door elke individuele burger, mogelijk beperkt tot personen van 18 jaar en ouder.

Ronald Plasterk (Foto: Lex Draijer)
Ronald Plasterk (Foto: Lex Draijer)

Hoeveel gaat een koppentaks de Amsterdammer dan kosten?
Dat is moeilijk te zeggen. In het rapport Belasten op niveau dat in 2004 werd opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, is een schatting gedaan. Het bedrag werd toen berekend op €230 per Nederlandse burger van 18 jaar en ouder. Dat is volgens onderzoeker Arjen Schep een ‘goede indicatie’ voor hoe zo’n taks er vandaag de dag uit zou zien.

Wat zijn de nadelen van Plasterks plan?
Veel rijksbelastingen die we nu betalen, zijn onzichtbaar. Over de boodschappen die je doet, betaal je btw. En als je loonstrookje op de deurmat valt, heb je er al loonbelasting over betaald. “Gemeentebelastingen daarentegen doen altijd een beetje pijn”, meent Schep. “Geld dat je bij wijze van spreken in je handen hebt, moet je overmaken naar de gemeente.” In Amsterdam heb je nu al de riool- en afvalstoffenheffing. Als daar ook nog eens een ingezetenentaks bijkomt, kan dat bij de burger irritatie opwekken.